Menu

Terug naar Actualiteit >Vakgroepen vullen toekomstig GLB in

Alle regio's
Alle sectoren

Deze week startte in de vakgroepwerking van Boerenbond een interne discussie over het toekomstige GLB. Onder ruime belangstelling werd een overzicht gemaakt van mogelijke denksporen voor het GLB na 2020. ‘Meer beleid met minder centen’ wordt vermoedelijk de grote uitdaging. De komende weken kunnen alle provinciale vakgroepen hun inbreng hebben.

 

Alle vakgroepen aan de slag

Voorzitter De Becker opende de bijeenkomst en zette nog eens duidelijk het kader uiteen waarbinnen de discussie moet gebeuren. Tegen begin mei moeten alle vakgroepen hun prioriteiten geformuleerd hebben. Daarna is het aan het Hoofdbestuur om het uiteindelijke toetsingskader vast te leggen. Hierin moeten de krijtlijnen uitgetekend worden om de Europese voorstellen te toetsen die verwacht worden tegen het eind van het jaar. Tijdens de bijeenkomst kregen de bestuursleden van alle vakgroepen gelijktijdig dezelfde informatie, waarmee ze dan op provinciaal niveau met hun achterban aan de slag kunnen gaan. De start van de interne discussie binnen Boerenbond was perfect afgestemd op de tijdslijn die ook Europees landbouwcommissaris Hogan voor ogen heeft, want begin februari lanceerde de Europese Commissie haar openbare raadpleging.

De vakgroepvertegenwoordigers kregen gedetailleerde cijfers over de huidige bouwstenen van het GLB, het gewicht van de vergroening en de verschillende maatregelen in het plattelandsbeleid. In een eerste conclusie stelden ze vast dat de vergroeningsinspanningen vooral een bijkomende administratieve belasting zijn. Door vooral te voorzien in landbouwgerichte maatregelen in de tweede pijler, kan het Vlaamse landbouwbeleid wel specifiek zijn accenten blijven leggen. Ondanks de toepassing van een verevening en interne convergentie (waarbij lage betaalrechten opgehoogd en hoge betaalrechten afgeroomd worden) blijven er ook in Vlaanderen tussen verschillende sectoren en tussen individuele bedrijven grote verschillen in de waarde van de betalingsrechten.

Veel uitdagingen en kansen

Het laatste jaar werden de kaarten in de GLB-discussie grondig door elkaar geschud. Naast de brexit en de verkiezing van Trump in Amerika, zal ook de vluchtelingencrisis ongetwijfeld een serieuze impact hebben op het debat. Willen we meer of minder Europa? Een concrete invulling van ‘minder Europa’ zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het landbouwbeleid niet langer opgelegd wordt via een dwingende Europese verordening, maar dat er alleen een landbouwkaderrichtlijn wordt geformuleerd, waarbinnen de lidstaten hun eigen prioriteiten kunnen leggen. Of dat voldoende garanties biedt op een gelijk speelveld is wel de vraag. Anderzijds zou Vlaanderen – met een landbouwmodel dat afwijkt van de gemiddelde leerling van de Europese klas – hiermee als regio wel aan de slag kunnen. Willen we een Europees landbouwbeleid of willen de een Europees plattelands- of voedselbeleid? Kan de omschakeling van een dirigistisch en dus dwingend marktbeleid naar een flankerend landbouwbeleid nog een periode voortgezet worden of is de grens hier bereikt? Is de verdere gelijkschakeling tussen west en oost een prioriteit voor Europa? Of wil men toch werk maken van een resultaatgericht milieu- en klimaatbeleid. Wil het Europese landbouwbeleid de devolutie (overgang) naar regionale specialisatie verder ondersteunen of opteert het ervoor om steun te geven om overal in Europa landbouw maximaal te behouden?

Nieuwe instrumenten benutten

Uit de analyse bleek dat het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid in de eerste plaats de economische activiteit moet ondersteunen. Vooral het toegankelijker maken van instrumenten die helpen bij risicomanagement vormt een prioriteit. In deze context is het ook leerrijk om even over het muurtje te kijken en een analyse te maken van de Amerikaanse Farm Bill, die in vergelijking met het Europese landbouwbeleid risicobeheer wel effectief invult door verzekeringssystemen en vangnetten op te zetten waaruit de boeren kunnen kiezen. Ook voor Europa liggen er heel wat uitdagingen in het ontwikkelen van nieuwe instrumenten als antwoord op de noodzaak om zich in te dekken tegen de toenemende kans op zowel markt- (globalisering) als landbouwrisico’s (klimaat).

Daarnaast moet er verder gewerkt worden aan een sterkere onderhandelingspositie van de primaire producent in de voedselketen, die gekenmerkt wordt door een sterke concentratie van verwerkers en retailers. Samenwerking tussen producenten in producentenorganisaties en een verdere invulling van afzetcontracten moeten hieraan vorm geven.

Tot slot is ook de toegang tot financiering en de ondersteuning van jonge startende landbouwers een absolute prioriteit voor het nieuwe GLB. Indien Europa zijn voedselsoevereiniteit wil behouden, moet het ervoor zorgen dat voldoende jonge landbouwers aan de slag gaan. ‘Oei, de boeren zijn bijna op’, de slogan van Vredeseilanden afgelopen maand, maakt duidelijk voor welke nieuwe uitdagingen we staan bij het uitwerken van een nieuw GLB.

Geef zelf je mening

Er loopt momenteel een publieke raadpleging op Europees niveau over noodzakelijke accenten in het nieuwe GLB. Ook jij kan je mening geven, via een online-enquête. Plaats jezelf in de rol van minister van Landbouw en formuleer je prioriteiten voor het nieuwe GLB. 

Onderaan dit artikel vind je een link naar de enquête. (Verander op de site van de Europese Commissie in de rechterbovenhoek zelf de taal in Nederlands)