Trein hoger dierenwelzijn dendert verder

8 februari 2022

Het Europees Parlement riep eind januari in een aantal aanbevelingen op om de regels betreffende diertransporten aan te scherpen. Het ging onder meer om het beperken van de transportduur (vooral van jonge dieren), het toepassen van camera’s in vrachtruimtes en verplichte hitteprotocols. Hoewel deze aanbevelingen (nog) geen bindend karakter hebben en de intentie op zich begrijpelijk is, moet eventueel bijkomende regelgeving doeltreffend, praktisch realiseerbaar en economisch haalbaar zijn.

Dierenwelzijn is hot, ook in Europa. De Farm to Fork-strategie (Van boer tot bord) voorziet in een volledige revisie van de bestaande dierenwelzijnswetgeving, te beginnen met de transportverordening. Deze hervormingsdrang hoeft niet te verbazen. Beelden van duizenden verdronken schapen die op een gekapseisde boot richting Midden-Oosten zaten, staan immers in het collectieve geheugen gegrift. Recente rapporten brachten daarenboven een gebrekkige handhaving van de transportregels aan het licht en rij- en rusttijden worden niet gerespecteerd.

Vooral pluimvee

De laatste decennia is het aantal dieren dat over middellange (meer dan 8 uur) tot lange (meer dan 24 uur) afstanden getransporteerd wordt, in belangrijke mate toegenomen. In 2019 werden meer dan 220 miljoen dieren vanuit Europa naar derde landen geëxporteerd, onder andere naar Oekraïne, Libië, Marokko, Turkije en Israël. 98% hiervan is pluimvee, maar de resterende 2% omvat nog altijd ongeveer 5 miljoen runderen, schapen, geiten en varkens.

Voor import en export binnen Europa werden in 2019 meer dan een miljard dieren verhandeld. Ook hier gaat het voornamelijk over 97% pluimvee. België zit in de top vijf van landen met de meeste intra-Europese handel in levende dieren. Het overgrote deel van deze dieren wordt getransporteerd van boerderij naar slachthuis of naar een afmester.

Draaischijf voor pluimvee

België speelt een belangrijke rol in de Europese pluimveeketen, met veel handel in broedeieren en eendagskuikens. Wat runderen betreft, exporteert België vooral kalveren en jongvee naar Nederland, Frankrijk, Spanje en Italië. Er wordt ook veel rundvee voor afmesting geïmporteerd. Varkens en kleinvee worden getransporteerd naar slachthuizen in Duitsland, Nederland en Frankrijk. De vervoersbewegingen van dieren worden in heel Europa bijgehouden in één database ‘Traces’. Deze database wordt echter vooral gebruikt in het kader van diergezondheidswetgeving en voedselveiligheid.

Europese materie

De toenmalige Europese Raad sloot in 1968 al een ‘Overeenkomst voor de Bescherming van Dieren gedurende het transport’, die ook door België ondersteund werd. De Europese Commissie regelt het diertransport verder met een richtlijn sinds 1977. Toen lag de focus vooral op het vervoer van gezonde dieren, zodat alleen deze dieren aan het slachthuis aangeboden werden. In 2005 werd de huidige transportverordening 2005/1 gestemd, die in januari 2007 van kracht werd. Met de keuze voor een verordening die – in tegenstelling tot een richtlijn – niet in nationale wetgeving moet worden omgezet, gaf de Europese Commissie een duidelijk teken aan alle lidstaten.

Transportverordening niet sluitend

Maar recente rapporten hebben aan het licht gebracht dat de huidige transportverordening er niet in slaagt om dierenwelzijn tijdens transport te garanderen. Handhaving is daarbij de grootste tekortkoming. Ngo’s brachten verschillende zware inbreuken aan het licht met betrekking tot ongeschikte vervoersmiddelen, dichte belading, onvoldoende rust, drinkwater en voeding en zelfs hoge sterfte tijdens transport. Bovendien laat de transportverordening veel uitzonderingen toe, wat de controles bemoeilijkt. In 2017 werden via een burgerinitiatief meer dan 1 miljoen handtekeningen overhandigd aan toenmalige Eurocommissaris voor Gezondheid en Voedselveiligheid Vytenis Andirukaitis. Zij vroegen om alle transport van dieren te beperken tot acht uur. De Europese Commissie moet wel antwoorden op deze vraag, en er werd een Europese parlementaire onderzoekscommissie geïnstalleerd.

Shift naar transport van karkassen en vlees

Het Europese Parlement vraagt aan de Europese Commissie om wetgeving uit te werken die het transport van levende dieren maximaal vervangt door vervoer van karkassen en vlees. Een nobele doelstelling, maar er zijn belangrijke knelpunten. In de eerste plaats is de nabije beschikbaarheid van slachthuizen de laatste decennia zeer sterk afgenomen. Slachthuizen zijn – zeker in België – nagenoeg volledig geprivatiseerd en wegens de hoge werkingskosten is ook hier consolidatie ingezet. Kleine slachthuizen verdwijnen. Grotere slachthuizen verwerken dieren uit een grotere regio. Zo zijn veehouders en handelaars in Limburg, Vlaams-Brabant en Antwerpen vaak verplicht dieren bij slachthuizen over de provincie- of landsgrens aan te bieden. Slachthuizen specialiseren zich ook vaak in één diersoort. Dat zorgt ervoor dat dieren over langere afstanden tot bij het best gepaste slachthuis getransporteerd worden. Ook bij de verwerking en distributie zijn veel tekortkomingen: slacht- en versnijdingstechnieken zijn – omwille van tradities of etnische redenen – vaak regiogebonden en de koude keten kan ook capaciteitsproblemen geven.

Handhaving in Vlaanderen

Controle op dierenwelzijn is sinds de zesde staatshervorming een bevoegdheid van de gewesten. In eerste instantie gelden de regels van de Europese transportverordening – opgenomen in de federale wetgeving – in de wet op de bescherming en het welzijn van dieren van 14 augustus 1986. Deze wet werd meermaals  aangepast. Sinds de gewesten de bevoegdheid over dierenwelzijn dragen, is de wet een kluwen geworden van gewestelijke regels. Vlaams minister Ben Weyts, bevoegd voor Dierenwelzijn, heeft de opdracht gegeven om de Vlaamse wetgeving met betrekking tot dierenwelzijn bijeen te brengen in een codex. Deze codex zou dit jaar verschijnen.

De aanbevelingen van het Europees Parlement vragen verder impactonderzoek.

Sensibilisatie-effect

Minister Weyts heeft de controle op diertransport versterkt met de installatie van zijn eigen Vlaamse inspectiediensten op de slachthuizen in het najaar van 2020. Deze dierenartsen met opdracht controleren enerzijds het slachtproces (drijven, verdoven en doden), anderzijds het transport en de toestand van de dieren die in het slachthuis aangeboden worden. Elke overtreding wordt gestraft met een minimumboete van 640 euro per inbreuk. Bij zeer ernstige inbreuken wordt de tussenkomst van het parket gevraagd. Deze inspectiediensten hebben een groot sensibiliserend effect. Het aantal overgemaakte pv’s en verwittigingen in de tweede helft van 2021 is nog maar een fractie van het aantal pv’s en verwittigingen sinds de start van de controles. Het systeem van de dierwelzijnsinspectieteams in de slachthuizen wordt nog geëvalueerd en verfijnd. Boerenbond heeft alvast gevraagd om meer opleidingen te organiseren en informatie te verspreiden over de beoordeling van transportwaardigheid van dieren, zowel voor veehouders, handelaars als dierenartsen. De brochures van 2012 volstaan niet meer.

Alle ketenpartners blijven werken aan een verbeterd dierenwelzijn. In 2020 werd tussen de beroepsverenigingen Febev, VIP, en NPV en minister Weyts een hitteplan overeengekomen waarbij bepaalde maatregelen genomen worden op basis van de KMI-barometer.

Vervoer van kalveren

Naast de shift van transport van levende dieren naar vervoer van karkassen en vlees, heeft het Europees Parlement eind januari bijzondere aanbevelingen geformuleerd met betrekking tot het vervoer van kalveren. Ook in België worden kalveren van twee weken oud vervoerd naar gespecialiseerde kalvermesterijen, zowel in België zelf als naar andere Europese landen. Export van deze ‘nuchtere kalveren’ gaat hoofdzakelijk richting Nederland, waar 1600 kalverhouderijen zijn. Deze kalveren hebben de eerste biestmelk gekregen en schakelen in deze gespecialiseerde kalverhouderijen geleidelijk over van melk naar vaste voeding. In Nederland hebben de beroepsverenigingen – onder grote druk van dierenrechtenorganisaties en publieke opinie – een ‘KalfVolgSysteem’ opgericht, beheerd door een brancheorganisatie. Met deze extra controles wordt het welzijn van de kalveren voor, tijdens en na het transport (van boer tot kalverhouderij) nauwlettend gecontroleerd.

Het Europees Parlement heeft aanbevelingen geformuleerd over het transport van kalveren. Kalveren jonger dan 28 dagen zouden niet meer getransporteerd mogen worden, tenzij door de boer en over een afstand van minder dan 50 km. De Europese landbouworganisaties vragen de Commissie om zich eerst te beraden over de gevolgen van dit voorstel. Er ontbreekt een wetenschappelijke redenering en er zou meer moeten worden ingezet op de controle tijdens het transport en tijdens het op- en afladen. Het gebruik van een leeftijdsgrens lijkt (juridisch) makkelijk hanteerbaar, maar kan een grote socio-economische impact hebben en zelfs nefaste effecten hebben op het dierenwelzijn.

Gebrek aan slachthuizen

Els Goossens, adviseur Diergeneeskunde, Studiedienst Boerenbond: “De laatste decennia is het aantal slachthuizen in Vlaanderen gradueel afgenomen. Openbare of door de gemeente zelf beheerde slachthuizen zijn helemaal verdwenen. In bepaalde regio’s is de beschikbaarheid van slachthuizen echt een knelpunt. Dit zorgt ervoor dat dieren steeds verder getransporteerd moeten worden. De shift van transport van levende dieren naar het vervoer van karkassen en dierlijke producten is een nobele doelstelling, maar moeilijk realiseerbaar. De overheid houdt zich eerder afzijdig van slachthuizen, maar moet beseffen dat een goede beschikbaarheid, ondersteuning en beheersing van de slachthuizen, een belangrijk onderdeel is van het dierenwelzijnsverhaal. Diverse initiatieven zijn gestart, vooral in het kader van de korte keten. Het gaat dan om mobiele slachthuizen voor pluimvee, microslachthuizen of slachten op de boerderij. Maar in het kader van de Farm to Fork-strategie is een langetermijnvisie nodig rond lokale slachtcapaciteit.”