dfd

Tessa Avermaete: “Laat ons goed nadenken over wat waar kan”

15 november 2023

Ons strategietraject loopt verder. We denken over elk thema na en delen meningen om te komen tot een stip aan de horizon waar we naartoe willen werken tegen 2040. We zijn toe aan de stap naar het tweede deeltraject waar we gebiedsgerichte thema’s vastpakken. Voor dit thema halen we inspiratie bij Tessa Avermaete, postdoctoraal onderzoeker aan de divisie bio-economie van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de KU Leuven.

Wat is jouw visie op het ruimtelijk beleid in Vlaanderen?

“Het ruimtelijk beleid is momenteel eerder een wanbeleid dat gekenmerkt wordt door versnippering. Ruimtelijke ordening in Vlaanderen is in het algemeen een moeilijke zaak. Vlaanderen is nu eenmaal enorm dicht bevolkt en de druk op ruimte is groot. Dat geldt zeker voor landbouwgrond, waarbij jonge boeren amper nog aan grond geraken. Tegelijkertijd wil men in Vlaanderen terecht natuurgebieden uitbreiden. Als we hier zuiver rationeel naar kijken zijn er logischerwijs bepaalde gronden die beter geschikt zijn om naar natuurlijke habitat om te vormen dan andere. Met het huidige beleid wordt dit niet voldoende onderzocht of erkend. We kunnen geen tabula rasa maken van de Vlaamse gronden, maar een grondige denkoefening loont zeker de moeite. Er moet goed nagedacht worden over wat waar kan, zodat landbouwers een duidelijk langetermijnperspectief krijgen.”

Zie je mogelijkheden om de landbouwdoelstellingen te verzoenen met andere maatschappelijke verwachtingen rond biodiversiteit, groen en recreatie?

"Op sommige plaatsen kan je de twee goed combineren. Zo zijn er in Vlaanderen heel wat mooie samenwerkingsverbanden tussen boeren en natuurverenigingen. Aan de andere kant zijn er toch een aantal zaken die we moeten durven onder ogen zien. Als we echt willen werken aan biodiversiteit, dan zal herbebossen in Vlaanderen noodzakelijk zijn. Daarnaast heeft ook intensieve landbouw haar plaats in Vlaanderen. We moeten gronden gebruiken waar ze het meest geschikt voor zijn. Die stelling geldt overigens ook op globaal niveau. Daarom is het zo belangrijk dat we op basis van wetenschappelijke informatie kunnen kijken welke gebieden het best geschikt zijn voor natuur, recreatie of herbebossing en waar de combinatie al dan niet wenselijk is.”

Zie je kansen in multifunctioneel ruimtegebruik?

“Op sommige plaatsen zijn daar natuurlijk mooie kansen toe, maar het mag niet verwacht worden dat dit op elke lap grond of op elk bedrijf het geval is. We hebben de diversiteit echt nodig. Niet elke landbouwer zit te wachten om zijn landbouwactiviteit te gaan combineren met toerisme of recreatie.”

“Laat ons van het wanordelijk beleid een echt ruimtelijk beleid maken."

“Vandaag wordt soms al veel gedacht dat de boer zomaar alles moet kunnen. Natuurbeheerder, voedselproducent, recreant en eventueel nog eens enkele educatieve rollen erboven op. Er zijn veel functies die je kan verzoenen, maar een landbouwer is geen robot die je zomaar kan programmeren.”

Er zijn wel voorbeelden waar dat heel goed loopt natuurlijk?

“Er zijn inderdaad landbouwers die heel knap verschillende functies combineren. Sowieso doen alle landbouwers aan natuurbeheer, want ze hebben er alle belang bij om de grond waarop ze werken op een respectabele manier te kunnen doorgeven aan de volgende generatie. Tegelijkertijd merken we dat verschillende landbouwers kritisch staan tegenover een aantal maatregelen rond natuurbeheer omdat ze schrik hebben dat hun rol als voedselproducent er aan ten onder zal gaan. De Vlaamse landbouwer is, niet geheel onterecht uiteraard, nogal sceptisch tegenover het beleid.”

Zijn er volgens jou dan gebieden waar landbouw prioriteit moet krijgen?

“Het komt er voor mij vooral op neer om eerst goed stil te staan bij welke grond waarvoor kan dienen. Het zou echt jammer zijn om vruchtbare landbouwgronden te gaan opofferen voor recreatie, zeker als die gronden in rurale gebieden liggen. We hebben experten genoeg in Vlaanderen die de overheid kunnen adviseren om van het ruimtelijk wanordebeleid te evolueren naar een wetenschappelijk onderbouwd ruimtelijk beleid. Het is wel aan de Vlaamse overheid om hier initiatief te nemen en de experten samen te brengen. Maar laat ons niet naïef zijn. De uitvoering van een degelijk ruimtelijk beleid zal tijd vragen en handenvol geld kosten.”

Hoe kijk je zelf naar de toekomst op vlak van gebied?

“De belangengroepen erkennen alsmaar explicieter het belang van goed ruimtelijk beleid. Ik vermoed dat het thema na mei 2024 alleen nog steviger op de agenda zal staan. Ik hoop dat men politieke moed zal tonen om daar op basis van wetenschappelijk onderzoek en niet op basis van populisme een aantal besluiten te nemen. Het feit dat het debat effectief gevoerd wordt, stemt me hoopvol. Het blijft een heel gepolariseerd debat, maar ik zou durven hopen dat er in de toekomst daadwerkelijk iets kan veranderen. De druk van belangengroepen op beleidsmakers groeit. Beleidsmakers zullen niet anders kunnen dan verder te kijken dan één legislatuur. Duurzaamheid vereist immers per definitie een langetermijnperspectief. Één zaak is zeker: boer, burger en natuur zijn gebaat bij een degelijk ruimtelijk beleid in Vlaanderen.”

Bron: Tom Dewanckele/foto Anne Kumps.