Duidelijk niet. In de uitstoot van stikstof (N), de emissies dus, spelen twee polluenten mee: ammoniak (NH3) en de stikstofoxiden (NOx). Ammoniak is voornamelijk afkomstig van de landbouwsector. In Vlaanderen is dat 95% waarvan 85% door veeteelt, 3% mestverwerking en 7% uit kunstmest. NOx is voornamelijk afkomstig van verkeer (61%), industrie (17%), landbouw (8%) en huishoudens (4%). De NOx-emissie vanuit de landbouw wordt veroorzaakt door de mestopslag en het beheer ervan en door de toediening van zowel dierlijke mest als kunstmest en compost op akker- en graslanden. Ook verbrandingsprocessen, voornamelijk in de glastuinbouwsector door het gebruik van de warmte-krachtkoppeling (wkk) leiden tot NOx-emissies. Als de beide polluenten NH3 en NOx samen worden geteld, dan is in Vlaanderen het aandeel van landbouw in de stikstofemissies 50%.

Er is een dalende trend in de stikstofemissie uit de land- en tuinbouw. Landbouw vertoonde vooral tussen 2000 en 2007 een goede daling. Na 2008 stagneerden de totale emissies even, maar dalen ze terug licht sinds 2014. Tussen 2000 en 2019 bedraagt de totale daling van de stikstofemissies door de landbouw 30%, of een daling met 15 kton N. Als we de periodes opdelen, bekomen we een daling van 26% tussen 2000 en 2007 (-13 kton N), een stagnatie of slechts 0,2% daling tussen 2007 en 2014 (-0,09 kton N) en een daling van 5% tussen 2014 en 2019 (-2 kton N). De daling in ammoniakemissies in de landbouw is vooral het resultaat van maatregelen genomen in Mestactieplannen (emissiearme mestaanwending) en het gebruik van emissiearme stallen voor nieuwe varkens- en pluimveestallen.

Het is dus niet correct dat het PAS-beleid, dat sinds 2014 in voege is, niet heeft geleid tot een afname van de ammoniakemissies. De boodschap dat het gebruik van de 5%-drempel uit dat PAS-beleid de landbouwemissies zonder enige verdere afweging heeft laten toenemen, is foutief. Een drempelwaarde heeft bovendien niet als doelstelling om emissies of deposities te verlagen. Een drempelwaarde is een instrument om activiteiten die niet significant bijdragen aan een verhoging van de depositie en geen significante schade veroorzaken aan natuur, vergunbaar te maken, zonder opmaak van een passende beoordeling. Om emissies of deposities te verlagen moeten andere maatregelen worden ingezet in het kader van een definitieve PAS-regeling.