Menu

Steeds meer doorlevende onkruiden in teeltplan

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Eenjarige onkruiden groeien, bloeien en verspreiden nadien kiemkrachtige zaden die opnieuw kiemen en groeien. Een combinatie van contact- en bodemherbiciden kan de verdere uitbreiding een halt toeroepen. Helemaal anders is het gesteld met doorlevende onkruiden. Het begon eigenlijk met een klein stukje wortel van haagwinde of veenwortel ofwel met een ingewaaid zaadpluisje van een (melk)distel. Maar eens deze planten zich hebben gevestigd, blijft men doorgaans ‘eigenaar’ van deze hardnekkige...

Geert Verhiest, Sanac Fyto

Hoe het allemaal begon

Vele jaren geleden was iedereen ervan overtuigd dat een glyfosaattoepassing op perceelranden en net daarbuiten (slootkanten) de ideale oplossing was voor de bestrijding van kweek, toen een gevreesd doorlevend onkruidgras. Maar de vervangregel in de natuur is duidelijk: wanneer we iets bestrijden, dan komt er iets anders in de plaats. In deze context werd kweek vervangen door nog hardnekkigere meerjarige doorlevende onkruiden zoals haagwinde, paardenstaart, veenwortel, akker- en melkdistel. Kweek kon dankzij een agressief wortelstelsel andere wortelstokken van doorlevende breedbladige onkruiden onder bedwang houden. Eens dit evenwicht wegviel, kregen laatstgenoemde onkruiden de mogelijkheid om zich te vestigen. Via grondbewerkingen werden ze dan verder in de akker getrokken met het bekende gevolg.

Klein stukje wortel

In alle gevallen is het begonnen met een klein stukje wortel van enkele centimeters dat achterbleef en nadien in de diepte en in de breedte is beginnen groeien. Studies toonden aan dat een klein wortelstukje zich in drie jaar tijd kan uitbreiden tot 250 m² grondoppervlak. Het spreekt voor zich dat eens deze doorlevende onkruiden zich in het veld gevestigd hebben, ze enkel nog via regelmatige behandelingen ieder jaar opnieuw kunnen onderdrukt worden. Streven naar een volledig bestrijdingsresultaat is een utopie. ‘De aanhouder wint’ moeten we in deze context eerder nuanceren in: ‘de aanhouder voorkomt erger’ …

Ingewikkeld ondergronds wortelstelsel

Alle doorlevende onkruiden hebben een heel complex wortelstelsel met vele vertakkingen en uitlopers onder de grond. Wat je bovengronds ziet is slechts een heel kleine fractie van wat er in de ondergrond aanwezig is. Toch denken vele akkerbouwers dat je met een systemisch werkend middel dit complexe ondergrondse wortelstelsel kan bestrijden, maar de praktijk leert ons dat de resultaten vaak teleurstellend zijn. Veenwortel en distels hebben dikkere ondergrondse uitlopers dan die van haagwinde. In theorie zou de bestrijding inderdaad betere slaagkansen kunnen hebben.

Haagwinde heeft daarentegen zeer fijne ondergrondse uitlopers van slechts 1 mm dik. Het is dan ook logisch dat systemische middelen niet tot in het verste wortelpuntje kunnen terechtkomen via een bladbehandeling. Glyfosaat of groeistoffen kunnen het fijn vertakte wortelstelsel onvoldoende vernietigen en daarom kan men niet streven naar de totale vernietiging van dit onkruid. Wie elk jaar inspanning doet om haagwinde in iedere teelt aan te pakken, kan wel de uitbreiding een halt toeroepen … Zo niet is de situatie het jaar nadien nog erger.

Haagwinde of akkerwinde?

Vaak wordt haagwinde verward met akkerwinde of omgekeerd. Toch is het belangrijk om beide windesoorten van elkaar te kunnen onderscheiden. Akkerwinde kruipt langs de grond, haagwinde is een echte klimplant. Haagwinde zorgt dus voor meer concurrentie in vele gewassen, want dit onkruid overgroeit alles en kan soms een plant als mais omver trekken. Toch is het belangrijk in een jong stadium beide klimplanten van elkaar te kunnen onderscheiden, want de gevoeligheid voor beide windesoorten is niet dezelfde. Akkerwinde is gevoelig voor alle groeistofherbiciden (MCPA, Starane, Banvel …) en ook voor enkele sulfonylurea ( Allie, Primus, Titus, Safari …), akkerwinde kan je alleen maar onderdrukken met groeistofherbiciden, niet met sulfonylurea. In een jong stadium moet je de verschillen eerder gaan zoeken in bladvorm: akkerwinde heeft eironde tot langwerpige bladeren met duidelijke spitse bladslippen, de bladeren van haagwinde zijn hartvorming.

Veenwortel

Watersmerte is de naam die West-Vlaamse telers geven aan dit lastig doorlevende onkruid met rode wortelstokken. Veenwortel is eigenlijk een waterplant die zich goed thuis voelt in een aquatisch milieu. Door overvloedige neerslag kunnen de wortels van veenwortel heel actief worden en is de kans ook groot dat veenwortel in vooral natte jaren alle kansen krijgt om te woekeren. Groeistoffen hebben nauwelijks een effect op deze plant, alleen glyfosaat heeft via zijn systemische werking enige invloed op de ondergrondse plantendelen. Toch stellen we in de praktijk vast dat na een glyfosaatbehandeling nadien toch terug nieuwe scheuten zichtbaar worden. Net zoals bij vele andere doorlevende onkruiden zijn blijkbaar toch niet alle ondergrondse delen ‘stevig’ met elkaar verbonden en wordt glyfosaat niet steeds naar alle ondergrondse groeipunten getransporteerd. Dit verklaart meestal het mindere bestrijdingsresultaat na een glyfosaattoepassing. Op een braakterrein is de bladmassa van veenwortel pas in juli bijna volledig volgroeid en zou een bestrijding optimaal kunnen zijn, maar dan zijn alle percelen ondertussen al beteeld. In het najaar zijn de bladeren van veenwortel meestal aangetast door bladziekten of vraatschade van kervertjes en is een bestrijding na de oogst meestal ook om die reden niet meer succesvol.

Akkerdistel en melkdistel

Tot ieders grootste ergernis zien we nog veel te vaak akkerdistels in bloei. Nochtans bestaat de verplichting om de bloei, zaadvorming en uitzaaiing te beletten. Maar vaak op braakliggende percelen, in bloemenranden of natuurgebieden verhuizen toch vele pluisjes naar actieve landbouwpercelen. Deze zeer lichte zaadpluisjes kunnen zich via wind over heel grote afstanden verplaatsten en komen dan zo ‘toevallig’ op een perceel gewaaid. Eens gekiemd beginnen deze planten te groeien en eens ze een tweede jaar halen, dan is een wortelstukje geboren. De laatste jaren zien we nu ook plots een enorme uitbreiding van melkdistel en op sommige percelen zien we haarden van vele vierkante meters met grote platliggende rozetten. Naast haagwinde mogen we binnenkort melkdistel klasseren als tweede belangrijkste doorlevende onkruid in akkerland.

Bestrijdingsmogelijkheden

Tabel 1 geeft een overzicht van de behandelingsmogelijkheden in diverse gewassen. Meestal is een bestrijding onvoldoende, toch moet je alles in het werk zetten om de verdere uitbreiding van vernoemde doorlevende onkruiden een halt toe te roepen. Doe je niets, dan heb je volgend jaar deze harde groeiers niet meer onder controle.

In tarwe. In granen kunnen we tijdens de teelt gebruik maken van groeistoffen (o.a. Bofix, MCPA, Starane, Trevistar) of sulfonylurea (o.a. Primus, Allie) of een combinatie van beide. Haagwinde, distel en veenwortel komen pas tevoorschijn vanaf eind april, wanneer de klassieke onkruidbestrijding al is afgelopen. Nochtans hebben de meeste graanherbiciden een werking tegen deze onkruiden. Wil je haagwinde, distel of veenwortel onderdrukken, dan moet je kiezen voor een late behandeling in het tweedeknoopstadium met bijvoorbeeld Starane, Primus, Primstar of Trevistar. Een pre-harvesttoepassing met glyfosaat is niet meer toegelaten, je kiest beter voor de combinatie van glyfosaat en een groeistofherbicide na de oogst. Kyleo, de combinatie van glyfosaat en 2,4 D, is beslist een goede keuze. Hou er ook rekening mee dat groeistoffen een nawerking hebben en je kan pas enkele weken na een toepassing breedbladige groenbedekkers inzaaien.

In bieten. Hier hebben we slechts twee troeven: Safari tegen haagwinde en Matrigon tegen distels. Veenwortel kan je met de FAR-componenten alleen oppervlakkig verbranden, maar deze verbranding groeit er heel snel terug uit. Safari wordt vaak nog laat toegepast om haagwinde te onderdrukken. Wanneer je inderdaad lang genoeg wacht, tot kort voor het sluiten van de rijen, dan kan de hoogste dosering van Safari de groei van haagwinde wat afremmen. Van een bestrijding is echter geen sprake. Akkerwinde (roze bloem) is daarentegen ongevoelig voor Safari. Matrigon is dan wel een heel goede keuze om distel of melkdistel te bestrijden. Wacht lang genoeg tot de distels groot genoeg zijn en pas Matrigon toe bij warm weer en ook liefst op een vochtige bodem, dan is de sapstroom van distel optimaal. Toch is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan, want distel en melkdistel kent een heel heterogene opkomst en vaak zien we distels met een bloemknop en terzelfdertijd distels die nog maar net tevoorschijn komen. Je moet dus een compromis maken …

In aardappelen. Aardappeltelers hebben alsmaar meer last van haagwinde. Wanneer je niet ingrijpt, dan heb je aan het einde van het groeiseizoen een volledige vegetatie van haagwinde op je gewas. In deze teelt krijgt haagwinde ook veel meer kansen om zich verder te verspreiden in het perceel omdat tijdens de oogst vele gebroken wortelstukken op andere plekken in perceel terechtkomen en daar een nieuw leven kunnen beginnen. In aardappelen is Titus onze enige troef om haagwinde aan te pakken. Titus onderdrukt eveneens akkerdistel, melkdistel en opslag van cichorei (niet ALS-resistente rassen). Akkerwinde en veenwortel zijn daarentegen niet gevoelig. Titus kan je veilig toepassen in combinatie met een fungicide, maar kies dan wel beter voor een poedervormig plaagmiddel. Enkele plaagmiddelen zoals bijvoorbeeld Ranman Top kunnen dankzij hun specifieke adjuvant de werking verbeteren. Gebruik 40 g Titus en voeg daar 200 à 300 ml Trend (100 ml per 100 l spuitvolume) aan toe. Een tweede behandeling is vaak noodzakelijk.

In maïs. Hier is het bijmengen van Callam, Kart, Casper, Starane Forte of Banvel in de meeste herbicidenschema’s ingeburgerd of zelfs standaard geworden. Ook thiencarbazone (een component van Capreno of Monsoon Activ) heeft een werking. Haagwinde wordt daardoor dus afgeremd, maar enkele weken na een behandeling verschijnen er weer planten die gegroeid zijn vanuit andere wortelstukjes. Na het 10 bladstadium van mais zijn vernoemde herbiciden niet meer veilig. Primus daarentegen heeft het voordeel dat het op iets grotere mais kan gebruikt worden aan een dosering van 50 ml/ha, best nog eens aangevuld met Peak. Dat is het veiligste middel in een laat maisstadium en kan dus ook eventueel nog gebruikt worden als late correctie tegen haagwinde. Tegen veenwortel is Banvel de beste keuze en tegen distel en melkdistel kan je Matrigon veilig gebruiken tot een gewashoogte van ongeveer 50 cm (10 bladstadium).

In vollegrondsgroenten. Matrigon is het enige groeistofherbicide die veilig kan gebruikt worden in enkele koolsoorten en dus ook de enige troef voor de bestrijding van doorlevende onkruiden. Maar met Matrigon kan je enkel distel bestrijden, haagwinde en veenwortel zijn niet gevoelig. In uien is Starane Forte een troef tegen haagwinde.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema: 
Sector: