Menu

Stalbrand voorkomen is beter dan blussen

Terug naar Actualiteit
Brand: het is de ergste nachtmerrie van elke landbouwer. Helaas duiken dergelijke gebeurtenissen regelmatig op in het nieuws en kent haast elke boer wel een collega die te maken kreeg met een bedrijfsbrand. De materiële schade kan hoog oplopen, om nog maar te zwijgen van mogelijke dieren- of mensenlevens die in gevaar komen. Een ongeluk is snel gebeurd, maar voorkomen is altijd beter dan blussen. Wat kan je als landbouwer doen om de veiligheid op je bedrijf zo goed mogelijk te garanderen?

Nele Kempeneers 

Het is niet zo simpel om officiële cijfers te vinden over het aantal en de aard van de stalbranden in ons land. Dat komt onder andere doordat het niet erg duidelijk is welke overheid nu precies bevoegd is voor deze materie. De federale overheid is bevoegd voor het uitvaardigen van de basisnormen, maar de gewesten zijn dan weer verantwoordelijk voor het regelen van specifieke veiligheidsaspecten, zoals bijvoorbeeld stallen. Noch op Vlaams noch op federaal niveau worden cijfers over het aantal stalbranden, betrokken dieren of grootte van de schade bijgehouden. Ook Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, en de Civiele Veiligheid beschikken niet over alle gegevens.

Wat weten we?

Wat wel geweten is, is dat er in ons land jaarlijks in totaal zo’n 10.000 branden tot talrijke doden, brandwonden en materiële schade leiden. Bijna 80% daarvan zijn woningbranden. In geval van boerderijbranden is het niet altijd duidelijk of het effectief gaat om branden in stallen met dieren, of dat het enkel opslagloodsen betreft. Als het om stalbranden gaat, wordt op basis van berichtgeving door dierenrechtenorganisaties vaak snel geconcludeerd dat er de laatste jaren, door de huisvesting in grotere stallen, steeds meer dieren sterven in een stalbrand. Met harde cijfers kan men dit echter niet onderbouwen. Landbouwers zijn uiteraard zeer sterk begaan met hun dieren en bij een stalbrand is het hun eerste reflex om zoveel mogelijk dieren proberen te redden. Vaak ontwikkelt de brand zich echter zo snel, dat hulp te laat komt en de veehouder die wil ingrijpen ook zijn eigen leven in gevaar brengt. Verhalen van landbouwers die het leven laten in een stalbrand of omwonenden die willen helpen en gewond raken, zijn helaas geen uitzondering.

De vonk slaat over

De hulpdiensten die ter plaatse gaan bij een brand hebben de meest betrouwbare gegevens over de frequent voorkomende oorzaken van branden in stallen. Hoewel het niet altijd mogelijk is om een precieze oorzaak aan te wijzen, zijn er wel aanwijzingen dat technische storingen een vaak voorkomende oorzaak van brand zijn. Denk hierbij aan kortsluiting van een landbouwmachine, oververhitting van machines of een defect in de elektriciteitsaansluiting. Een andere oorzaak die vooral in het voorjaar problemen geeft, is zelfontbranding van hooi. Hooibroei kan optreden als hooi wordt geperst wanneer het nog te vochtig is. Micro-organismen vermenigvuldigen dan snel en kunnen de temperatuur doen stijgen tot boven 100°C. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de activiteit van de micro-organismen en dit proces versterkt zichzelf. Als de temperatuur ook in het buitenste, drogere hooi oploopt, vat dit spontaan vlam. Hooibroei komt meestal binnen een zestal weken na het persen voor. Naast technische storingen en hooibroei zijn ook menselijk handelen (een foutje maken bij het klussen in de stal …) en blikseminslag mogelijke oorzaken van stalbrand. Heb je een stal waarin ventilatoren, luchtwassers, isolatiemateriaal, insectenvangers, vast opgestelde verbrandingstoestellen of mestgassen aanwezig zijn, dan is extra aandacht voor brandpreventie zeker geen overbodige luxe. Dat geldt uiteraard voor het merendeel van de bedrijfsgebouwen binnen en buiten de landbouwsector.

Onzichtbaar gevaar

Laten we even inzoomen op het thema mestgassen. Dat die zeer gevaarlijk zijn voor wie te hoge concentraties ervan inademt, is vrij goed geweten. Wat minder bekend is, is het brandgevaar dat ze met zich meebrengen. Zowel methaan, waterstofsulfide, blauwzuurgas als ammoniak zijn in bepaalde concentraties licht ontvlambaar. Dirk Vens is brandweerofficier in West-Vlaanderen en werd in zijn carrière regelmatig opgeroepen voor het blussen van stalbranden. Hij waarschuwt voor nonchalance, want dat kan verregaande gevolgen hebben. “Bepaalde oorzaken van brand liggen buiten de controle van de landbouw, maar zorg ervoor dat je zelf het maximale doet om de veiligheid te garanderen. Heb je al eens gedacht: ‘Nu heb ik chance gehad’? Besef dan dat de kans klein is dat je een tweede keer de loterij wint. Wie werkzaamheden uitvoert waarbij vonken kunnen ontstaan – denk aan lassen, slijpen, maar ook klauwen bekappen – en je doet dit boven de mestkelder, weet dan dat je in principe boven een ‘gasfabriek’ staat.” Volgens Dirk is een brandveilige stal het gevolg van een goed ontwerp en goede bedrijfsvoering. “Denk niet dat je stal brandveilig is omdat je rookmelders hebt opgehangen”, klinkt het. “Een doordacht stalontwerp met de juiste indeling en gebruik van correcte materialen is de basis. Zeer veel aandacht voor ‘hot work’ waarbij een vlam, vonk of warmte vrijkomt is cruciaal, maar ook orde in de stal en het schoonmaken van machines en werktuigen zijn enorm belangrijk. Een regelmatige technische controle en preventief onderhoud van gebouwen en machines zijn zeker geen overbodige luxe. Indien je lokale brandweer hiervoor openstaat, kan je haar uitnodigen om een kijkje te komen nemen op je bedrijf. Zo leren brandweerlui de ligging en bedrijfsgebouwen kennen, wat een interventie bij een eventuele brand vlotter kan doen verlopen. Ook kunnen ze tips geven om je bedrijf brandveiliger te maken.”

Prevent Agri staat voor je klaar

Het is niet zeker dat jouw lokale brandweerzone uitgebreid zal ingaan op al je vragen rond brandpreventie. Heb je nog vragen, neem dan zeker contact op met Prevent Agri. Deze organisatie begeleidt en adviseert landbouwers in alles wat te maken heeft met veilig werken, dus ook brandpreventie. Robin De Sutter is adviseur bij Prevent Agri en maakt geregeld een brandveiligheidsaudit op bij bedrijven die daar om vragen. “Samen bekijken we de positieve punten van het bedrijf, maar ook de hoekjes waarin de mogelijke gevaren schuilen. Vaak zijn minimale aanpassingen voldoende om de brandveiligheid op een landbouwbedrijf te verbeteren. Maar we staan ook klaar als landbouwers heel specifieke vragen hebben, bijvoorbeeld over de keuring van een laagspanningsinstallatie of hoe zonder risico de mestkelder leeg te maken.” Robin geeft graag enkele basisprincipes mee waaraan landbouwers moeten voldoen inzake brandpreventie. “Bedrijfsgebouwen moeten uiteraard voldoen aan de brandvoorschriften, maar als werkgever ben je ook verplicht een brandbestrijdingsploeg op te richten en op te leiden, ongeacht het aantal werknemers dat in dienst is. In de praktijk komt het er in een kleine onderneming op aan dat je als bedrijfsleider iemand aanduidt die op de hoogte is van de situatie. Ga ook regelmatig na of de noodverlichting werkt en maak een inventaris van de blustoestellen en locaties waar explosieve atmosferen kunnen zijn.” Wat stallenbouw betreft, gelden er sinds 15 augustus 2009 strengere regels. Zo moet er, tenzij bij afwijkende dossiers zoals bepaalde loodsen, een automatische branddetectie, rook- en warmteafvoer en een alarminstallatie aanwezig zijn. Sowieso moet elke stal beschikken over een keuringsattest van zijn elektrische installatie. Belangrijk is dat het wel degelijk moet gaan om een keuringsattest waarbij er geen inbreuken vastgesteld zijn.

Goede raad van een collega

Inge Van Dun baat samen met haar broer Roel en haar man Tom Brokken een leghennenbedrijf uit in Merksplas. In 2014 werden ze jammer genoeg geconfronteerd met een brand in hun toen amper twee jaar oude leghennenstal. De gebeurtenis had een zware impact op de familie, maar Inge doet graag haar verhaal en wil collega-landbouwers waardevolle tips geven. “Een werknemer in een naburig industrieel bedrijf die ’s nachts aan het werk was, merkte de brand in onze stal op en waarschuwde meteen de brandweer. Vermits wij niet naast onze stal wonen, waren we niet direct ter plaatse. De brandweer heeft heel snel gereageerd, maar toch was de stal niet meer te redden. Tegen dat ik en mijn man ter plaatse waren, was de brand onder controle, maar alle kippen en het volledige gebouw waren verloren”, vertelt Inge. Naar de oorzaak van de brand is het nog steeds gissen. “We hebben samen met de elektricien, de stallenbouwer, de verzekeraar en de brandweer intensief gezocht naar een mogelijke oorzaak, maar die werd niet gevonden. Heel frustrerend, want als je een nieuwe stal bouwt, wil je niet opnieuw hetzelfde meemaken. De eerste jaren na de heropstart zat de schrik er dan ook goed in, want bij elk alarm vrees je voor het ergste.” Ook het dierenwelzijnsaspect houdt de familie bezig. “Dierenrechtenorganisaties zien boeren vaak als de boeman, maar wij werken dag in dag uit om onze dieren een goed leven te geven. Hen zien omkomen in een stalbrand is een nachtmerrie. In dat opzicht ben ik blij dat ik het niet heb zien gebeuren. Een Nederlandse collega-landbouwer maakte hetzelfde mee en vertelde me dat hij het beeld van zijn brandende dieren nooit meer van zijn netvlies krijgt.” Maar een stalbrand heeft uiteraard ook grote financiële gevolgen voor de landbouwer. Inge benadrukt dan ook het belang van een goed verzekeringsplan. “Dankzij het feit dat onze stal goed verzekerd was en we ook een verzekering hadden voor productieverlies, heeft de brand op financieel vlak geen diepe krater geslagen. Zonder verzekering denk ik niet dat je dit te boven komt. Maak daar dus zeker werk van.”

Deel deze pagina: 

Meer informatie