gielis

“Schipperen tussen wat de markt vraagt en ervoor wil betalen”

Om succesvol te zijn in de land- en tuinbouw vandaag moet heel het verhaal kloppen: van product tot verkoop. Jan en Jef Gielis hebben met hun teelt en verkoop van succulenten ongetwijfeld een bedrijf uitgebouwd dat veel zaken afvinkt van hoe een modern sierteeltbedrijf eruit moet zien. Maar een aantal van de thema’s die de boeren op straat jaagt, klinken ook Jan en Jef vertrouwd in de oren. “Iedereen roept om duurzaamheid, maar zet een stap te veel naar voren en je verliest op de prijs.” 

Jef Gielis stapte in 1999 in het ouderlijk bedrijf Belgicactus dat vader Jozef Gielis had opgericht. Broer Jan kwam er na een tijd buitenshuis gewerkt te hebben in 2005 bij. Zoals de naam het laat vermoeden, lag de focus in het verleden vooral op de teelt van cactussen, maar gaandeweg werd het assortiment veel breder getrokken naar de ruimere groep van de succulenten (vetplanten). Vandaag zijn er nauwelijks nog stekelige planten te vinden in het assortiment, dat alle potmaten en mixen bij elkaar geteld bestaat uit 300 producten in de vetplantcategorie. Vooral in winterharde sempervivum staat het bedrijf sterk, waarin het dankzij de eigen veredeling beschikt over unieke genetica. Daarnaast kweekt het bedrijf heel wat succulenten voor indoor. Dat de Belgicactus-vlag de lading niet meer volledig dekt, is geen bezwaar. In de professionele wereld is het bedrijf genoegzaam bekend, en naar de consumenten toe voorziet het bijna alle planten van het eigen ‘Fabulous Fat Friends’-label, dat het hippe en speelse imago van de vetplanten ondersteunt. 

Geen grote dorst

Kenmerkend voor de succulenten is dat ze veel water kunnen opslaan in een deel van het lichaam, wat – meestal het blad – een vlezig uiterlijk geeft. Dat maakt de groep van de succulenten een niche in de sierteelt. “Bijna alle planten hebben op gezette tijdstippen water nodig om niet uit te drogen. Vetplanten hebben vooral voldoende droogte nodig. Het is als consument beter om ze een paar maanden te vergeten, dan ze een keer te veel water te geven”, legt Jef uit. Hij is diegene met de groenste vingers van de twee, en ondanks dat water geven dus niet veel tijd in beslag neemt, vraagt de teelt toch de nodige opvolging en kennis. “Sempervivum vraagt een rustige, droge teelt, met niet te veel stikstof. Pas dan krijg je stevige, robuuste en winterharde planten”, vertelt Jef. Dat vetplanten taaie planten zijn, bewijst ook de stekafdeling. Geen sprake van plastic tunnels onder heel hoge vochtigheid. De stekken mogen gerust wekenlang ergens op een tafel uitgespreid liggen zonder dat ze schade oplopen. Het is pas als ze genoeg (uit)gedroogd zijn dat ze wortels zullen schieten in een – niet te natte – bodem.
 

gielis

“We willen de one-stop zijn voor de handel die op zoek is naar succulenten voor binnen of buiten.”

Gielis
In de eerste plaats kweker

In de serres vallen de vele kleurschakeringen, soorten en maten op. “We willen de one-stop zijn voor de handel die op zoek is naar succulenten voor binnen of buiten”, vertelt Jan. Ondanks dat bijna alles onder het eigen consumentenlabel ‘Fabulous Fat Friends’ vertrekt, ligt de focus op het bedienen van de (tussen)handel. “We zijn te klein voor de grote ketens. Onze klanten zijn de grote tuincentra, groothandel en exporteurs. We hebben twee eigen wagens om hen te bedienen. 80% van onze omzet is binnenlands. Onze export is vooral Nederland; voor andere landen laten we dit aan de exporteurs. Ieder zijn job, wij zijn in de eerste plaats kweker. Meer directe export naar klanten zou nog meer administratie betekenen, en ik zit nu al meer dan 100% van een normale werkdag in de paperassen”, zegt Jan.
 

gielis
Meest flexibele handel

Dat neemt niet weg dat de handel zoals die nu is – het domein van Jan – ook veel inspanningen vraagt. “De sierteelt moet zowat de meest flexibele handel ter wereld zijn. Als ik vijf voor tien ‘s ochtends een bestelling krijg, lukt het vaak om die tegen de middag 100 km verder in het Gentse te krijgen, zelfs als het om composities gaat die nog moeten worden samengesteld. Dat is bij ons zo, maar ook bij een aantal van onze collega’s. Dat doet geen enkele sector ons na, al is dat op het vlak van werkzaamheid allesbehalve evident.”
 

Om deze puzzel toch elke dag gelegd te krijgen, heeft Belgicactus een vast team van tien voltijdse medewerkers. Doorheen het jaar worden zij aangevuld met 7 à 8 werknemers die werken met een contract van bepaalde duur, vaak van een halfjaar of langer. Daar bovenop komen nog interimarbeiders en in de zomer studenten. “We willen onze werknemers goed verzorgen, want ze zijn schaars en we willen dat ze terugkomen. Zeker met een handel die het gewoon is om snel bediend te worden, wil je werknemers die het klappen van de zweep kennen. Met minder personeel zouden we niet zo’n breed gamma kunnen aanbieden, en die sterkte willen we zeker behouden.”

"We willen onze werknemers goed verzorgen, want ze zijn schaars en we willen dat ze terugkomen."

Iedereen aan boord houden

Zoals veel sectoren heeft de sierteelt enkele woelige jaren achter de rug. Eerst was er corona, daarna de sterk stijgende prijzen, terwijl de vraag haperde door het dalende consumentenvertrouwen. Langs de maatschappelijke zijde wordt de druk naar meer duurzaamheid opgevoerd. Jef en Jan herkennen zich voor een stuk in de boerenprotesten. “Als het gaat over gewasbescherming, veenvervanging of meststoffen hebben we altijd een voortrekkersrol gespeeld. Al jaren geleden deden we tests naar veenvrije potgrond. Voor onze planten gebruiken we bijna niets meer van gewasbescherming. We zijn dus niet bang om mee te evolueren. Maar nu moet plots alles in een radicale stroomversnelling. Er zijn handelaars die groene certificaten eisen, maar als daar een hogere kostprijs tegenover staat. Iedereen roept, maar willen de handel en de consument wel mee? Die vraag wordt te weinig gesteld”, meent Jan. 

Gielis

Ook de handel heeft volgens hem een verantwoordelijkheid. “De handel moet de kwekers die er nu zijn koesteren. Ook de kleintjes, want die hebben vaak een interessant nichegamma. Het is beter om iedereen aan boord te houden dan om telers tegen elkaar uit te spelen louter op prijs. Want uiteindelijk verliest dan iedereen.”