Menu

Samen voor veilig en gezond voedsel

Terug naar Actualiteit
De Vlaamse eiwitstrategie, die minister Crevits twee weken geleden voorstelde, is een van de elementen van een breder Vlaams voedselbeleid. De Vlaamse regering had zich al in haar regeerakkoord (2019-2024) voorgenomen dat gezond, duurzaam, voldoende en veilig voedsel aan een correcte prijs voor iedere schakel van de voedingsketen centraal zou staan binnen een geïntegreerd voedselbeleid.

Patrick Dieleman / Illustratie: Joris Snaet

Waar staat dat beleid ondertussen? Hoewel het nog vroeg is voor een blik op concrete initiatieven, willen we toch eens bekijken hoe een en ander samenhangt.

Coherent beleid

Zowat een jaar geleden – kort na het begin van de eerste lockdown – keurde ons Hoofdbestuur zijn visie op voedselbeleid goed, ter voorbereiding van de Europese en Vlaamse uitwerking van dit voedselbeleid. Het formuleerde daarbij zeven randvoorwaarden, onder meer dat een voedselbeleid alleen kan tot stand komen in dialoog met de land- en tuinbouwsector. Bovendien is er beleidscoherentie nodig. Een gedragen voedselbeleid kan maar goed functioneren als ook andere beleidsdomeinen zich erop instellen.

We zijn een jaar verder, en we stellen vast dat een aantal beleidsnota’s van de Vlaamse regering inspelen op de noodzaak van een coherente voedselstrategie. In haar beleidsnota Landbouw en Visserij geeft minister Crevits de ambitie aan om vanuit het landbouwbeleid een eiwitbeleid te ontwikkelen dat zich richt op een brede en duurzame invulling van de eiwitbehoefte in Vlaanderen, met het oog op gezond en kwalitatief voedsel en voeder. Ze wil de consument bewegen tot een meer evenwichtige eiwitconsumptie. Ze zal ook investeringen in ketenvernieuwing en keteninnovatie ondersteunen. Ook in haar beleidsnota Economie, Wetenschap en Innovatie wil minister Crevits inzetten op de uitdagingen in de Vlaamse primaire sector. Technologische ontwikkelingen, innovaties, schaalverandering, het verankeren van het landbouw‐ en visserijbeleid in een geïntegreerd voedselbeleid, en de omslag naar een circulaire economie zullen bijdragen om de nodige structurele transformatie tot stand te brengen. In de beleidsnota Omgeving stelt minister Demir een duurzaam en gezond voedselsysteem voorop, waarbij de voedselketen circulair bekeken wordt. Dit ondersteunt ze ook vanuit haar bevoegdheden omgeving, klimaat en energie. Ze wil de Vlaamse consument stimuleren om duurzame keuzes te maken die rekening houden met de ecologische voetafdruk. In de beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding wil minister Beke dat de Vlaming gezonder gaat leven, onder meer door ervoor te zorgen dat gezonde voeding de eenvoudigste keuze wordt. De speerpunten die de Vlaamse regering daartoe naar voren schuift zijn: (1) Voluit voor een veerkrachtige voedseleconomie, (2) Voedsel verbindt boer en burger, (3) Circulair en duurzaam ondernemen voor de toekomst en (4) Gezonde en duurzame voeding voor iedereen.

Vlaamse kost

Die speerpunten moeten uitvoering krijgen in het project ‘Vlaamse kost’, dat minister Crevits in januari lanceerde. Dat wil accenten leggen op voedsel van bij ons en op een eerlijke vergoeding voor zij die het produceren. Zeker in de coronacrisis hebben we ondervonden hoe consumenten meer aandacht besteden aan hun voeding en de herkomst ervan, onder meer door het zelf bij boeren of tuinders te gaan kopen. Dat was ook een van de redenen dat de minister al in september samen met onze voorzitter en 22 andere partners uit de agrovoedingsketen, handel en horeca een engagementsverklaring ondertekende om tegen de lente een charter voor te bereiden dat lokale voeding zal promoten. Er werd toen gestart met vijf werven. Een eerste bereidt onder de vleugels van VLAM een label ‘Lekker van bij ons’ voor. Verder zijn er werven rond verse seizoenproducten van bij de boer om de hoek, vakmanschap en kwaliteit van Vlaamse boeren, tuinders en voedingsbedrijven, lokale producten als kans voor lokale handelaars en supermarkten en ook kansen voor de horecasector.

Maar het moet ook duidelijk zijn dat de korte keten maar één aspect is van voedselbeleid. Doorgaans heeft de keten meerdere schakels en spelen voedingsnijverheid, handel en distributie ook hun rol.

Eiwitstrategie

Het uitwerken van een eiwitstrategie van veld tot bord is een van de beleidsdomein overschrijdende werven in de Vlaamse voedselstrategie. Onlangs kon je in Boer&Tuinder lezen dat die werd voorgesteld door minister Crevits, samen met meer dan twintig organisaties die deze onderschrijven, waaronder ook Boerenbond. De minister trekt de komende jaren 10 miljoen euro uit voor de omzetting in een concreet actieprogramma en wil een aantal resultaten kunnen meten tegen 2030.

We hebben hier niet de ruimte om deze strategie in detail te belichten, maar we lezen onder meer dat de vraag naar plantaardige eiwitbronnen zoals peulvruchten groeit en over de ambitie om meer lokaal eiwit te kunnen telen voor mens en dier. Daarin zijn de boeren een onmisbare schakel. Dit is strategisch, want in Europa hebben we een historisch tekort aan geconcentreerde eiwitbronnen. Vooral voor veevoeder zijn we daarvoor afhankelijk van import uit Latijns-Amerika en de Verenigde Staten. De veevoedersector wil onder andere meer duurzame soja gebruiken en reststromen valoriseren. De beleidmakers onderstrepen ook dat er in Vlaanderen een blijvende en belangrijke rol blijft weggelegd voor de veehouderij. Maar daarnaast is er de ambitie om van Vlaanderen een hotspot te maken op het gebied van kennis, productie en verwerking van ‘nieuwe’ eiwitten. Daaronder ook minder bekende eiwitbronnen zoals onder meer insecten, algen, eendenkroos, en zelfs eiwitten uit schimmels en bacteriën en kweekvlees.

Het Vlaamse beleid wil ook inzetten op circulaire voedingssystemen. Daarbij is het goed om te weten dat er al heel wat initiatieven zijn, en dat we al de meest circulaire sector zijn. Maar we staan uiteraard altijd open voor kansen en nieuwe verdienmodellen … als ze maar rendabel zijn.

En Boerenbond?

“Het is wel al duidelijk dat we veel meer met voeding zullen bezig zijn”, zegt Diane Schoonhoven, adviseur Klimaat, Energie en Duurzaamheid. “Er komen heel wat elementen van een nieuw voedselbeleid op ons af, niet alleen vanuit Vlaanderen, maar ook vanuit Europa door het Farm to Fork-beleid (Van boer tot bord)’’. We zullen daarmee aan de slag moeten, zijn daar een belangrijke schakel in en zoeken hierin ook naar de nodige meerwaarde voor de landbouwsector. Boeren en tuinders spelen sowieso steeds in op veranderende vragen en trends vanuit de maatschappij en de markt. Deze veranderingen kunnen interessante kansen bieden op nieuwe afzetmarkten en op nieuwe of versterkte verdienmodellen. Op die manier zoeken we ook kansen in een Vlaams voedselbeleid.”

Voor Boerenbond is het ook duidelijk dat dit voedselbeleid niet in de plaats komt van het landbouwbeleid. “Een landbouwbeleid richt op de individuele actieve landbouwer en zijn ondernemerschap. Bestaande landbouwmiddelen (uit het GLB) moeten beschikbaar zijn voor de individuele actieve landbouwer. De uitdagingen vanuit het brede voedings- en milieubeleid zijn zo groot dat deze middelen noodzakelijk zijn om de gevraagde inspanningen te kunnen leveren. Omdat het Vlaams voedselbeleid over voedsel gaat, wil dat niet zeggen dat het meteen ook moet gaan over hoe en wat geproduceerd wordt. We werken in een heel grote Europese en zelfs mondiale markt. Voedsel komt van overal en zal ook naar overal gaan, en in de supermarkt kan je alles vinden wat aantrekkelijk en gemakkelijk is om te kopen.” Een voedselbeleid moet dan instaan voor een gelijk speelveld wat producten betreft die in Vlaanderen worden geproduceerd en producten die worden geïmporteerd, bijvoorbeeld op het gebied van sanitaire eisen of dierenwelzijn. Ook ziet een voedselbeleid erop toe dat de eisen die gesteld worden aan de Vlaamse producenten niet verder gaan dan de Europese vereisten (no gold plating). Europese producten die aan normale Europese eisen voldoen komen immers evengoed op de Vlaamse markt terecht.

Meer informatie