Menu

Terug naar Actualiteit >Ruimte voor middelgrote turbines

Alle regio's
Alle sectoren

De studiedag over middelgrote windturbines van het Innovatiesteunpunt half oktober – georganiseerd in het kader van Enerpedia – bracht zo’n 180 geïnteresseerde land- en tuinbouwers samen bij biomassaverbrandingsketelbouwer Vyncke in Harelbeke. Moderator Laurens Vandelannoote van het Innovatiesteunpunt moest er meedelen dat de vertegenwoordigers van ‘het beleid’ op het laatste moment afgehaakt hadden voor de studiedag ‘omdat er veranderingen zitten aan te komen.’

Laurens Vandelannoote: “Eind 2016 werd Windkracht 2020, het windplan van de ministers Tommelein en Schauvliege, goedgekeurd. Ze willen de drempels wegwerken, zodat er veel sneller en veel meer windmolens gebouwd worden. Het is positief dat er werk gemaakt wordt van een eenvoudigere vergunning en procedure voor middelgrote windturbines. De overheid wil ook de wijze van ondersteunen veranderen.”

Hoe haalbaar is mijn project?

Eerst bracht Peter Vyncke, CEO van ketelbouwer Vyncke, een gesmaakt verhaal over zijn bedrijf, dat vorig jaar verkozen werd tot onderneming van het jaar. Nadien belichtte Lien Van Breusegem, van studiebureau 3E, het vergunningsbeleid voor middelgrote windturbines. Een eerste stap is de haalbaarheid van het project afwegen. Is er voldoende wind? Dat kan je aflezen op de windkaart van Vlaanderen. Omdat de gemiddelde windsnelheid afneemt van de kust naar het binnenland, heeft een project a priori meer kansen in West-Vlaanderen dan in Limburg. Een windmeting ter plaatse kan die basisinformatie verfijnen. Nadat je weet of de molen op zijn ashoogte voldoende wind zal krijgen – en dus voldoende stroom kan opwekken – moet je nog mogelijke vergunningstechnische beperkingen onderzoeken, zoals het gewestplan en de ruimtelijke uitvoeringsplannen voor het gebied, de aanwezigheid van vogel- of habitatrichtlijngebied in de omgeving, beperkingen inzake luchtvaart en defensie, de afstand tot woningen (geluid, slagschaduw), de afstand tot lijninfrastructuur (auto- en spoorwegen) en mogelijke beperkingen inzake het landschap. Het project wordt ook onderworpen aan de watertoets. Sinds februari is de omgevingsvergunning al van kracht voor de provincies en het Vlaamse gewest; vanaf 2018 is dat ook het geval voor de gemeenten. De aanvraag moet vergezeld zijn van een lokalisatienota, die het project en zijn verwachte impact op de omgeving beschrijft.

De wet deelt windmolens in naargelang van de ashoogte (van de wieken) en het vermogen. Kleine windmolens hebben een ashoogte die kleiner is dan 15 meter. Daarboven spreekt men – tot een vermogen van 300 kW – van middelgrote windmolens. Windmolens met een groter vermogen worden door de wet beschouwd als grote windturbines. Voor middelgrote windturbines moet je aantonen waarom geen grote windturbine mogelijk is. Qua geluid, slagschaduw en veiligheid legt Vlarem aan middelgrote turbines dezelfde voorwaarden op als aan grote windturbines. Als gevolg van de MER-plicht moet een MER-screening gebeuren voor de impact op de omgeving wat geluid, slagschaduw, veiligheid en natuur betreft. Van Breusegem overliep ook de volledige procedure, inclusief de beroepsmogelijkheden.

Denk vooraf na

Na de middagpauze en het daaraan gekoppelde netwerkmoment, belichtte Marleen Gysen van het Innovatiesteuntpunt hoe land- en tuinbouwers een energieproject het best aanpakken. Een eerste stap is het uitwerken van het energieprofiel van je bedrijf. Hoeveel verbruik je precies en wanneer? Welke mogelijkheden heb je nog om energie te besparen? Welke vermogens zijn vereist? Je energieprofiel bepaalt welke vorm van energieproductie een meerwaarde kan zijn voor je bedrijf. Energie slim aansturen kan een discontinue energieproductie en -verbruik beter op elkaar afstemmen.

De windsnelheid op je locatie is cruciaal, omdat de energieopbrengst meer dan evenredig toeneemt met de windsnelheid. De gemiddelde windsnelheid moet minimaal 5 m/s zijn. De elektriciteitsopbrengst van windmolens volgt hetzelfde grillige patroon als de evolutie van de windsnelheid. Dat impliceert dat er periodes zijn met te weinig opbrengst (waardoor je stroom moet aankopen) en periodes met te veel opbrengst (waarin je een deel moet leveren aan het net). Wat je kunt kan krijgen voor het terugleveren ligt veel lager dan wat je zelf moet betalen voor stroom. De energieconsulent van het Innovatiesteunpunt kan mee het verbruiksprofiel van je bedrijf helpen bepalen en doorrekenen of je project rendabel kan zijn.

Windturbines in de praktijk

Alexander Van Heuverswyn, commercieel verantwoordelijke van windmolenbouwer Xant, stelde de windturbine voor die Xant tussen 2008 en 2011 ontwikkelde. Nadien werd die enkele jaren getest in extreme omstandigheden. De M24 (95 kW) heeft een wiekdiameter van 24 m, de totale hoogte is 50 m. De molen heeft geen tandwielkast, wat de kans op pannes moet verkleinen. “Belangrijk is dat we een gecertificeerde geluidscurve hebben van 39 dB tussen 39 en 100 m. Die informatie kunnen onze klanten kant-en-klaar overnemen in hun bouwdossier. Woningen moeten toch op 100 tot 200 m staan. De turbine begint te draaien bij minimaal 3 m per seconde. De maximale windsnelheid is 10 m/s. De gecertificeerde powercurve toont aan dat je 188.000 kWh per jaar kunt opwekken bij een gemiddelde windsnelheid van 5 m/s. De VLIF-steun bedraagt 30%, afgetopt op 2 euro per geïnstalleerde watt. De investering kost om en bij de 300.000 euro, afhankelijk van de stevigheid van de ondergrond en de afstand tot een elektriciteitscabine. In een rekenvoorbeeld kwam Van Heuverswyn uit op een terugverdientijd van 9 jaar. “De ideale klant levert zo weinig mogelijk terug aan het net en verbruikt dag en nacht elektriciteit.” Het onderhoud blijft beperkt tot het jaarlijks vervangen van de smeringpotten voor de lagers en het om de 5 jaar vervangen van de schijfremmen.

Xant bouwde al twee molens in Vlaanderen – bij Vyncke en bij Deme in Antwerpen. Een derde project in Oostende is in voorbereiding en een stuk of zeven landbouwers vroegen een vergunning. Xant wacht op het nieuw kader, omdat nieuwe projecten vandaag over dezelfde kam geschoren worden als grote windmolens.