Ruimte voor de wolf of ruimte om te boeren?

29 september 2021

Het zal jullie niet ontgaan zijn dat de wolf de afgelopen weken voor onrust zorgde, in eerste instantie op het platteland, maar vervolgens ook in de media. De voorbije jaren heeft men ons en onze boeren steeds proberen gerust te stellen. Ongerust zijn over koeien en paarden was niet aan de orde. Om die reden werden er in het verleden ook geen subsidies voorzien voor wolfproof omheiningen voor deze dieren.

Na de aanvallen op enkele (ondertussen reeds vier) runderen, heel wat schapen en twee (shetland)pony’s tijdens de afgelopen maand nam de ongerustheid in het leefgebied van de wolf toe. ‘De grote bozewolvenfakkeltocht’ van afgelopen vrijdagavond werd vooraf, door een aantal wolvensympathisanten, afgedaan als een foute reactie van een aantal boeren waarbij men zich zelfs de vraag stelde of dit niet moest verboden worden. De oproep van een breed gedragen groep van Oudsbergenaren en mensen uit de omliggende gemeenten, voornamelijk via sociale media, bracht echter meer dan 3000 deelnemers samen. Het Belang van Limburg kopte dan ook terecht ‘Massaal protest tegen de wolf’. De ongerustheid is dan ook groot.

Ongerustheid

We kregen heel wat signalen van ongeruste landbouwers en plattelandsbewoners over hun ruimte om te leven en te boeren op het Limburgse platteland. Als belangenorganisatie van zowel de landbouwers als het platteland is het onze verdomde plicht om deze onrust bij de bevoegde instanties en politici te verwoorden en de ernst van de situatie te duiden. Niet om te polariseren of onrust te stoken (zoals sommigen ons graag aansmeren), maar om een open debat te voeren.

We zouden niet liever hebben dat er voldoende ruimte is voor de wolf én voor de boeren. Maar de aanvallen van de laatste maanden tonen een andere realiteit. De vraag dan stellen of een dier dat honderden hectaren leefgebied nodig heeft thuishoort in een van de meest verstedelijkte gebieden in Europa lijkt ons een intellectueel correcte vraag te zijn die gedragen wordt door heel wat mensen op het platteland.

De overheid haalt de laatste weken aan dat men altijd gesteld heeft dat (kwetsbare en jonge) runderen en paarden in zeer beperkte mate worden aangevallen. Slechts een fractie van het dieet van de wolf zou bestaan uit deze diergroepen, dit op basis van Duits onderzoek. De vraag of je buitenlands onderzoek kan gebruiken voor onze Vlaamse context lijkt hier toch op zijn minst een pijnpunt en een onbeantwoorde vraag te zijn.

Onderzoek andere maatregelen

Onze vraag om ook andere opties te onderzoeken (verplaatsen, tijdelijk afspannen van leefgebied in het jachtseizoen van de wolf, bijvoederen zodat ze niet op jacht hoeven te gaan …) is geen pleidooi tegen de wolf maar een vertolking van de onrust op het platteland. Het is de vraag om deze opties ernstig te nemen én vooral om oplossingen te zoeken voor deze probleemsituatie.

Het antwoord van de overheid is dat het verplaatsen van de wolf naar een ander Europees leefgebied niet kan, het wolfgebied omheinen geen zin heeft en als je een wolvenroedel verplaatst zijn leefgebied al snel wordt ingepalmd door een andere wolf. Een grondige (juridische) analyse ontbreekt hier echter tot op heden van. De enige oplossing aldus de overheid is het omheinen van alle weides van schapen, runderen, paarden en andere hobbydieren. De noodkreet van de 3000 plattelandsbewoners vorige vrijdag verdient meer inlevingsvermogen van de Vlaamse overheid.

Lusten en lasten

We hebben altijd gesteld dat de lusten van de wolf niet ten laste mogen zijn van de boeren én de plattelandsbewoners. De verhoging van subsidies voor preventieve maatregelen is positief en kan op individueel niveau soelaas bieden, maar het omheinen van alle schapen-, paarden- en rundveeweiden van particulieren en professionelen lijkt voor ons een onrealistisch en onhaalbare vraag.

Ten eerste leg je op deze manier de verantwoordelijkheid van het gedrag van de wolf volledig bij de plattelandsbewoners en landbouwers die actief zijn in het wolvengebied. Ook al neem je als (hobby)landbouwer de nodige maatregelen, je zal nooit op beide oren kunnen slapen.

Ten tweede stellen we ons de vraag wat het percentage van wolf proof weiden moet zijn vooraleer de wolf zich niet langer meer zal richten op landbouw- en hobbydieren. Met een aangekondigd tempo van 200 ha per jaar (op een totaal van 2000 ha) wolf proof maken van schapenweides lijkt de wolf nog lang vrij spel te krijgen. Hiervoor wenst men bovendien een kleine 500.000 euro per jaar te voorzien. De professionele landbouwers en hobbyhouders van andere landbouwdieren zijn hier nog niet bij ingecalculeerd. De verhoudingen qua omheinen van weides zijn dus nog veel kleiner en de middelen die bijkomend nodig zullen zijn veel groter. Dit zijn toch nog grote hiaten.

Ten derde is de wolf een slim dier, en kan hij dus lange afstanden afleggen op zoek naar voedsel. In ons dichtbevolkte Vlaanderen kom je op die manier al heel ver. Welke garantie hebben (hobby) landbouwers die net buiten het leefgebied liggen?

Ten slotte hebben deze omheiningen negatieve effecten op andere aspecten van de biodiversiteit. Denk maar aan de migratie van egels, konijnen, dassen … die hierdoor verstoort wordt en hen mogelijk nog sneller op onze wegen stuurt. Dit terwijl landbouwers, voor allerhande beschermde diersoorten, gevraagd worden mee te werken aan het creëren van ecologische corridors …

Conclusie

Boerenbond blijft absoluut vragende partij om andere maatregelen te onderzoeken om de impact van de wolf op onze hobby- en landbouwdieren te verkleinen. Dit mede omdat we omwille van bovenstaande punten heel wat bedenkingen hebben bij het wolf proof maken van alle weiden. Het is de taak van de Vlaamse overheid om de roep van haar inwoners in het wolvengebied ernstig te nemen. De tijd van de sprookjes is jammer genoeg allang voorbij.

We nemen deze voorvallen en het voor ons gewijzigde gedrag van de wolf (en het jagen in roedels) sowieso mee in de aangekondigde evaluatie en bespreking van het protocol probleemwolven.