Menu

Rondetafel landbouw

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Naar aanleiding van de landbouwacties verzamelde minister Joke Schauvliege al haar administraties en de landbouworganisaties voor een rondetafelgesprek. Voor Boerenbond namen alle provinciale voorzitters deel, onder leiding van de voorzitter.

Er waren ook delegaties van het ABS en Bioforum aanwezig. Ook alle leidende ambtenaren van de verschillende departementen waren present: het departement Landbouw, ANB, VMM, INBO, ILVO … Met haar initiatief maakte de minister duidelijk dat zij het landbouwprotest van de voorbije weken ernstig neemt. Ze sprak haar grote waardering uit voor de manier waarop de boeren actie hebben gevoerd, waardig maar beslist.  

Samen met ABS-voorzitter Vandamme heeft voorzitter Vanthemsche de gemeenschappelijke eisenbundel-Schauvliege toegelicht. De provinciale voorzitters gaven getuigenissen over hoe land- en tuinbouwers een en ander in de praktijk aan den lijve ondervinden. Vooral de lokale SBZ-overlegplatforms kwamen daarbij ter sprake. Die platforms zijn in hun huidige vorm niet werkbaar: de samenstelling ervan is veel te breed, met een verpletterend overwicht van ambtenaren allerhande. Piet Vanthemsche gaf het voorbeeld van het overlegplatform Zandig Vlaanderen West: 56 ambtenaren, 17 vertegenwoordigers van natuurbeheerders, 4 vertegenwoordigers van de landbouw. Dat kan niet werken natuurlijk. De minister bevestigt dat zij daar ook veel signalen over krijgt. Zij heeft het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de opdracht gegeven om een voorstel te doen om die overlegplatforms bij te sturen. De landbouworganisaties zullen het voorstel van de administratie vooraf kunnen evalueren.

Op de verschillende onderdelen van de eisenbundel had de minister een aantal concrete antwoorden. Voor erosiebestrijding stelden wij duidelijk dat er nog veel problemen zijn met de klassering van de percelen. De minister beloofde dat er een tegensprekelijke verificatie komt. Verder stelde zij dat het huidige gehanteerde theoretische kader wordt bijgesteld op basis van praktijkervaringen. Op onze vraag dat de aansturing voortaan zou gebeuren door de landbouwadministratie kregen we geen duidelijk antwoord.

Voor IHD/PAS wordt, naast de hervorming van de overlegplatforms, duidelijk gesteld dat de zoekzones nog vóór de zomer verkleind worden op basis van een socio-economische benadering. Er komt een werkgroep onder haar leiding om het bestaande significantiekader (waarbij oranje bedrijven bij een uitbreiding bijvoorbeeld 30% van hun emissies moeten reduceren) te evalueren en om na te gaan of er andere, meer haalbare, alternatieven zijn. De landbouworganisaties zullen daarbij betrokken worden. Tegelijk wordt er volop verder gewerkt aan de voorlopige PAS (V-PAS). Wij vroegen ook dat de rol van het regiebureau PAS versterkt zou worden, maar daarover kregen we nog geen concrete engagementen. Het regiebureau coördineert vandaag de activiteiten om een PAS op te maken. De timing voor de realisatie van de Europese natuurdoelen kadert in het ‘Vlaanderen in Actie’-programma (VIA: een Vlaams toekomstproject met doelstellingen tegen 2020). De minister zal de timing evalueren en nagaan of daar flexibeler mee kan worden omgegaan. Wij hebben ook fel geprotesteerd tegen het feit dat bij een recente vergunningsaanvraag een passende beoordeling werd gevraagd ten overstaan van Vlaamse natuur. De voorzitter stelde heel scherp dat dit een brug te ver was.

De minister heeft het evaluatieverslag voor historisch permanent grasland ontvangen en moet daar nu mee naar de Vlaamse regering. Zij engageerde zich om daarbij rekening te houden met een economisch rendabel beheer van de betrokken landbouwbedrijven. Voor wat vergroening betreft, neemt de minister onze bekommernissen mee naar het Europese niveau. We hebben sterk de nadruk gelegd op de complexiteit van dit nieuwe beleid en aangedrongen op de noodzaak van begeleiding, eerder dan sanctionering in dit overgangsjaar.

Ook MAP 5 kwam uitgebreid aan bod. Ook daar kwamen een aantal engagementen: evaluatie van beschikbaarheid van NER’s, een studie over het gebruik van effluent en de uitrijregeling, de discussie over meerdere gebruikers per perceel in het kader van de verzamelaanvraag (de G-percelen) wordt uitgesteld tot na een grondige evaluatie. Ook de staalnameproblematiek wordt onder de loep genomen. Er was heel wat discussie over de P-werkingscoëfficient van stalmest, een vraag die niet alleen voor de bioboeren van groot belang is. Aan de ene kant vraagt men aandacht voor erosiebestrijding en bodemkwaliteit en aan de andere kant verbiedt men het gebruik van stalmest op een aantal percelen. Voorzitter Vanthemsche verwees daarbij naar kafka, of hoe de ene regelgeving de andere onderuithaalt.

De algemene indruk van de rondetafelconferentie was positief. Joke Schauvliege gaf een duidelijk signaal dat zij iets wil doen voor onze boeren. Dat stemt hoopvol, maar uiteindelijk geldt het oude gezegde: ‘the proof of the pudding is in the eating’. Wij houden jullie op de hoogte.

Lees hier de eisenbundel-Schauvliege

Deel deze pagina: