Rivierpark Maasvallei is kandidaat-landschapspark

7 april 2022

Een 30-tal leden van de bedrijfsgilden Kinrooi en Maas en Kempen, van Groene Kring en Ferm voor Agravrouwen vergaderden eind maart met Katrien Schaerlaekens, coördinator van Rivierpark Maasvallei, over de kandidatuurstelling van dit gebied om erkend te worden als landschapspark.

Rivierpark Maasvallei werd opgericht in 2006 en is een grensoverschrijdend gebied van circa 12.930 ha (waarvan 6993 ha in Vlaanderen) dat zich uitstrekt over vijf Vlaamse gemeenten (Kinrooi, Maaseik, Dilsen-Stokkem, Maasmechelen en Lanaken) en zes Nederlandse gemeenten (Maasgouw, Echt-Susteren, Sittard-Geleen, Stein, Meerssen en Maastricht).

Landschapspark

Rivierpark Maasvallei is geselecteerd als een van de kandidaat landschapsparken. Tegen mei 2023 moet er een masterplan (met een termijn van 20 jaar), een operationeel plan (voor 5 jaar) en een landschapsbiografie worden opgesteld. Eind 2023 krijgen drie gebieden definitief de erkenning als landschapspark.

Het juryrapport dat leidde tot de selectie van de zeven resterende landschapsparken stelde voor Rivierpark Maasvallei onder meer volgende aandachtspunten: het beter uitwerken van het cultuurhistorische luik inclusief de nodige aandacht voor het extractielandschap en de barrière en verbindende functie van de Maas, een meer landschappelijke benadering van het klimaatadaptatieverhaal met aandacht voor onder andere erfgoed en landbouw, de link met nationaal park Hoge Kempen en de mogelijke uitbreiding van de perimeter met enkele randzones.

Toelichting

Katrien Schaerlaekens gaf aan dat het Rivierpark Maasvallei tegen 2030 wil uitgroeien tot hét referentiegebied in de Benelux voor een klimaatbestendig, natuurrijk en aantrekkelijk rivierlandschap, dat volop beleefd wordt door bewoners en bezoekers. Dit wil men realiseren door in te zetten op het verhogen van de landschapskwaliteit, op grensoverschrijdende samenwerking en het betrekken van bewoners en bezoekers.

Voor het luik ‘Landschapskwaliteit’ kijkt men vooral naar het instrument landinrichting van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). In twee segmenten van de Maasvallei (Kessenich en Meeswijk-Leut-Vucht) wordt al een landinrichtingsproject uitgevoerd. Momenteel onderzoekt VLM de opportuniteit en haalbaarheid van een tweede fase voor de resterende segmenten (Aldeneik-Maaseik, Elen-Rotem, Oud Dilsen-Stokkem en Rekem-Uikhoven).

De (voorlopige) focus ligt daarbij onder meer op kleine landschapselementen, zowel op openbaar domein als in samenwerking met landbouw, een openruimteverbinding tussen het Nationaal Park Hoge Kempen en Rivierpark Maasvallei, een herinrichting van de dorpskernen, beekherstel en groenblauwe dooradering, recreatieve verbindingen, het versterken van erfgoedwaarden en het vergroenen van toegangswegen.

Bezorgdheden

Op de vergadering uitten de aanwezigen hun bezorgdheden over mogelijke beperkingen (nu en op langere termijn). Het was duidelijk dat er weinig vertrouwen is in het Vlaams beleid. Dat het decreet over de landschapsparken er vandaag nog altijd niet is, vinden de landbouwers absurd. Landbouwers hebben nood aan rechtszekerheid en die kan men momenteel niet garanderen.

Katrien Schaerlaekens gaf aan dat het statuut ‘landschapspark’ continuïteit moet bieden als de financiële middelen uit het Grindfonds wegvallen. Een uitbreiding van de perimeter is niet aan de orde, omdat de gevraagde percentages open ruimte en landschappelijk erfgoed dan in het gedrang komen.

Historisch gezien is de Maasvallei altijd een heel vruchtbaar gebied geweest, dus eerder multifunctioneel. Landbouw moet er dus zeker een plaats kunnen behouden, aldus Schaerlaekens. De aanwezigen gaven ook aan dat landbouw een grote speler is in het gebied, met meer dan de helft van de oppervlakte. Ze stellen zich dan ook de vraag hoe het komt dat de landbouwsector maar zo beperkt aanwezig is in stuur- en partnergroep.

Boerenbond zal samen met de bedrijfsgilden de opmaak van het master- en actieplan van dichtbij opvolgen. Op de vergadering werd aangegeven dat best een landbouwer uit elke gemeente betrokken wordt bij de opmaak van de plannen.