Menu

Risicobeheer wordt een mix van maatregelen

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Regio: 
Risico hoort bij ondernemerschap, maar ook risicobeheer behoort daarbij. Zware risico’s moeten aangepakt worden met publiek-private instrumenten.

De vraag luidt: welke maatregelen worden overwogen? Oude zekerheden hebben afgedaan en zijn al bij het schroot gezet. Veel sectoren zijn op zoek naar nieuwe zekerheden, niet alleen de land- en tuinbouw. Nieuwe zekerheden zijn aangekondigd, maar zijn amper voorhanden. Hoe kan de sector zich vandaag weren? Het lijkt wel onbegonnen werk, want de bedreigingen zijn talrijk en groot.

Risico hoort bij ondernemerschap, maar ook risicobeheer behoort daarbij. Er zijn de normale bedrijfsrisico’s, die de ondernemer zelf moet dragen of indekken. Zware risico’s moeten aangepakt worden met publiek-private instrumenten. Tot slot zijn er de rampen, waarvoor we op de overheid moeten rekenen. Welke nieuwe instrumenten hebben landbouwers en tuinders om aan risicobeheer te doen? De brede weersverzekering waarvan vorige week sprake was in ‘Op de eerste rij’ is zo’n nieuw instrument, maar met een weersverzekering alleen lukt het niet. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van weleer was een zekerheid op zich. Het markt- en prijsbeleid en de ‘communautaire preferentie’, met een transparant systeem van variabele invoerheffingen, gaven boeren en tuinders zekerheid. Globalisering leek voor de landbouw toen nog ver weg, totdat de GATT – de voorganger van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) – zich ook met de landbouw ging moeien. Landbouwers waren de eerste antiglobalisten, maar ze hebben het tij niet zien keren. Prijsvolatiliteit was een woord dat destijds alleen buiten de grenzen van de Europese Unie betekenis had. Vandaag heeft dat woord in de landbouw geen geheimen meer.

De Nederlander Sicco Mansholt, de eerste Europese landbouwcommissaris, had met het GLB een beschermende baai gelegd rondom de Europese Unie en haar landbouw. Het markt- en prijsbeleid temperde de prijsschommelingen. Variabele heffingen hielden ongewenste invoer buiten. Op nadrukkelijke vraag van binnen en van buiten de EU is die baai van Mansholt afgebroken. Er steken nog enkele onzichtbare en dus gevaarlijke resten onder water. De baai werd niet vervangen. Het GLB vervelde tot een marktgericht beleid, met blootstelling aan prijsschommelingen. Het gebeurde allemaal met goede bedoelingen, maar te snel.

Andere landbouwlanden in de wereld – zoals Canada, de Verenigde Staten, Canada en Nieuw-Zeeland – moderniseerden hun landbouwbeleid sneller. Hun boeren en tuinders hebben al veel jaren een koffer vol risicobeheersmaatregelen ter beschikking. Zij kunnen zich jaarlijks naar believen indekken met inkomens-, prijs- of opbrengstverzekeringen, op het niveau dat zijzelf wensen. Hoe hoger zij zich indekken, hoe duurder de premie. Dat kost geld, veel geld. Maar de staat, provincie en in bepaalde gevallen ook toeleveringssectoren subsidiëren de verzekeringspremie. Boeren in de VS weten of het al dan niet belangrijk is om zich in te dekken tegen extreme weersomstandigheden. Ze zijn vertrouwd met de weerfenomenen zoals El Niňa of El Niňo. Waarom bestaan zulke systemen (nog) niet in Europa? Het GLB was nochtans op de goede weg, maar de geleidelijke ommekeer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid werd telkens teruggeslagen door uitbreiding van de Europese Unie. Andere landen in de wereld kenden zulke uitbreidingen niet. Nochtans biedt het GLB de lidstaten en de bedrijven ook vandaag al enkele beperkte nieuwe instrumenten aan. Waarom worden ze (nog) niet opgepikt?

Nieuw kader voor risicobeheer

Europees landbouwcommissaris Phil Hogan is formeel. Het huidige GLB biedt al een gelaagde reeks instrumenten die landbouwers en tuinders helpen om risico’s te voorkomen of te beheersen, gaande van rechtstreekse betalingen en marktinterventie, tot postcrisiscompensaties en maatregelen onder de tweede pijler van het GLB (plattelandsontwikkelingsbeleid), zoals de mogelijkheid van ‘inkomensstabilisering’ en verzekeringssteun. Sectorspecifieke stabiliseringsinstrumenten kunnen doeltreffend zijn, maar de werking moet verbeterd worden.

Hogan vraagt zich ook af of risicobeheer beter benut kan worden door een transparant gebruik van indexen voor de berekening van landbouwinkomensverliezen, waardoor administratieve lasten en kosten verminderd kunnen worden. Op korte termijn denkt de Europese Commissie aan een permanent risicobeheerplatform op Europees niveau, om ervaring en beste praktijken uit te wisselen. Want zoveel is duidelijk: naast GLB-instrumenten zullen ook acties op het niveau van de lidstaten een belangrijke bijdrage leveren om de landbouw- en tuinbouwbedrijven weerbaar te maken tegen prijs- en inkomensschommelingen die het gevolg zijn van weersomstandigheden, klimaatverandering, nieuwe ziektes en plagen, handelsboycots, voedselcrisissen en zelfs ‘tweets van Trump’. Voeg daar nog aan toe dat de vergroening van het GLB de landbouwbedrijven extra lasten oplegt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen beperkt.

En Boerenbond?

Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker ging vorige week in haar ‘Op de eerste rij’ nader in op de brede weersverzekering, waarvoor binnen de Vlaamse regering een politiek akkoord bereikt werd. Boerenbond houdt de vinger aan de pols en zal nauwgezet de werkbaarheid op het terrein nagaan, evalueren en zo nodig bijsturen. François Huyghe, economisch adviseur bij Boerenbond, zegt dat er in de Vlaamse formule voor een brede weersverzekering inhoudelijke ruimte is voor een verzekering op maat van het bedrijf. De weersverzekering wordt ‘breed’ genoemd, omdat ze zes risico’s dekt, met name overvloedige regen, droogte, storm, hagel, ijzel en sneeuw, en vorst. “Bij onze noorderburen kwam de weersverzekering aanvankelijk traag op gang, zodat ze te duur was. Inmiddels is de interesse sterk toegenomen en zijn de premies aanzienlijk gedaald”, aldus nog François Huyghe.

Maar er is veel meer nodig dan een weersverzekering. Zo houden ook (goede) contracten risicobeperking en risicospreiding in. Termijnmarkten spreiden het risico, maar in Europa zijn alleen betrouwbare termijnmarkten actief voor granen en aardappelen. Voor zuivel (boter en melkpoeder) is er in Europa nog te weinig ‘liquide’, als gevolg van het te kleine aantal deelnemers op de markt. Ook de varkenstermijnmarkten kampen momenteel nog met te weinig kopers en verkopers om betrouwbaar te kunnen functioneren. Het is vandaag dan ook nog te risicovol om zich op deze termijnmarkten te begeven.

Wat met andere nieuwe maatregelen vanuit Europa? “De Europese Commissie laat niet in haar kaarten kijken wat een vrijwillige opkoopregeling betreft, zoals die bij de jongste zuivelcrisis toegepast werd (zuivelpakket). Was deze maatregel uitzonderlijk? Of wil ze hem uitbreiden tot andere sectoren? Dat valt nog af te wachten. Inmiddels heeft Europa wel een crisisfonds opgebouwd, door afhouding op de directe betalingen.

“Dat fonds kan aangesproken worden in uitzonderlijke crisisomstandigheden. Anderzijds hebben stellen we ook vast dat bepaalde lidstaten wel en andere geen financiële steun hebben gekregen in de strijd tegen de Afrikaanse varkenspest.”  

Europa moet een palet van maatregelen voor risicobeheer uitwerken.

François Huyghe, economisch adviseur Studiedienst Boerenbond

Nieuwe instrumenten

François Huyghe, economisch adviseur Studiedienst: “De brede weersverzekering is slechts een enkel instrument van risicobeheer. Het zag in ons land vooral het levenslicht naar aanleiding van de afbouw van het Rampenfonds. Dat ene nieuwe instrument zal niet volstaan. Andere maatregelen waar Europa op inzet, zijn het sluiten van contracten, de oprichting van producentenorganisaties (PO’s), markttransparantie (dashboards), termijnmarkten, sanitaire fondsen, inkomensstabilisatie, een crisisfonds en bijzondere crisismaatregelen. Maar ook gewone, technische maatregelen, zoals teeltmaatregelen en bioveiligheid, dringen zich op bedrijfsniveau op.

Europa staat open voor nieuwe instrumenten, maar vandaag kan dit alleen via de tweede pijler van het GLB. Maatregelen zoals inkomensstabilisatie vragen aanzienlijke financiële middelen, zowel van Europa als van de lidstaten (Vlaanderen), en gaan ten koste van bestaande maatregelen van diezelfde pijler, zoals het VLIF. In het nieuwe GLB na 2020 komt daar misschien verandering, wanneer lidstaten via hun ‘Strategisch plan’ ook middelen van de eerste GLB-pijler kunnen mobiliseren. Dat gaat dan ten koste van de directe betalingen, wat ook niet gewenst is.”

Deel deze pagina: