Menu

Residumonitoringsprogramma in aardappelloodsen bijzonder gunstig

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Het wegvallen van CIPC noodzaakte aardappeltelers niet alleen om andere kiemremmingsmiddelen te gebruiken. Ze moesten ook hun bewaarloodsen grondig reinigen, om het residu van CIPC te beperken. De resultaten van de monitoring van CIPC-residu door de aardappelverwerkers blijken gunstig te zijn.

Pieter Van Oost, adviseur Plantaardige productie, Studiedienst Boerenbond en Nele Cattoor, Belgapom

In de zomer van 2019 besliste Europa om de chemische kiemremmer chloorprofam (CIPC) niet langer toe te laten. In België kwam er op 30 juni 2020 een einde aan de respijtperiode, waarin CIPC nog mocht gebruikt worden. Brancheorganisatie Belpotato nam vorig jaar continu initiatieven om dit mee in goede banen te leiden. Belpotato stelde een reinigingsprotocol voor loodsen ter beschikking van de sector maar zocht ook mee naar een oplossing voor het uitrollen van een tijdelijke maximale residulimiet (MRL). Ook stelde Belpotato een veiligheidsadvies voor verneveling op, als alternatief voor het gebruik va CIPC ter beschikking van de sector. Daarnaast was de brancheorganisatie in zeer nauw contact met Belgapom over het bemonsteringsplan voor de komende jaren.

Waarom een CIPC-residumonitoringsprogramma?

Bij een verbod van het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel wegens gezondheidsredenen wordt normaal gezien snel een Europese verordening gepubliceerd die de MRL op 0,01 mg/kg brengt. Dit is tevens de detectielimiet. Als gevolg van de historische contaminatie in bewaarloodsen waar CIPC werd toegepast, stemden de lidstaten en de Europese Commissie in met de uitzonderlijke piste van een tijdelijke MRL (tMRL). De tMRL werd op 9 februari van dit jaar vastgelegd op 0,4 mg/kg. Deze zal van toepassing worden op 2 september. In het kader van de tMRL-discussie had de Europese Commissie duidelijke prioriteiten naar voren geschoven. Zo moet gegarandeerd worden dat er een correcte toepassing van het gebruiksverbod van CIPC is en dat er een maximale reiniging van de bewaarloodsen plaatsvindt. Daarnaast wordt materiaal gereinigd om kruiscontaminatie te voorkomen. Voor deze reiniging stelde Belpotato een reinigingsproocol ter beschikking. Europa vraagt ook naar regelmatige analyseresultaten die de noodzaak van een tMRL aantonen, waarbij het de bedoeling moet zijn dat deze tMRL jaar na jaar kan dalen tot 0,01 ppm.

Belgapom heeft zijn akkoord gegeven om mee te werken aan een staalname- en analyseplan. Dat moet voldoende resultaten generen die aan de Commissie kunnen worden overgemaakt, ter rechtvaardiging van de tMRL. De staalnames moesten bovendien de loten aardappelen identificeren die problemen zouden geven voor de versmarkt of om te verwerken. Immers, de tMRL van 0,4 ppm geldt ook voor verwerkte aardappelproducten, die tot 36 maanden na productie kunnen geconsumeerd worden. De data van dit bemonsteringsplan zullen in anonieme vorm gedeeld worden met de Franse onderzoeksinstelling Arvalis, die in opdracht van de Potato Value Chain het eindrapport (zoals in verordening 2021/155 gevraagd door de Europese Commissie) zal opmaken. Hiervoor worden ook data aangeleverd uit andere Europese landen. Deze aanpak zorgt ervoor dat de totale dataset een overzicht doorheen het bewaarseizoen en over de verschillende landen weergeeft.

Monitoringsprogramma in België

Eind augustus vorig jaar startte Belgapom met het verzamelen van adressen van aardappelloodsen. Uit alle adressen werden 913 bewaarloodsen of cellen aardappelen verspreid over België bemonsterd. Daarvan waren 857 stalen aardappelen van oorsprong Belgisch. CKCert bepaalde de adressen, rekening houdend met een evenredige bemonstering over alle provincies op basis het aardappelareaal. Er werd gezorgd voor een gespreide verdeling over het aardappelmarktsegment (industrie, versmarkt, chipsindustrie) en de leveringsperiode van de producent. Het staalnameprotocol is gebaseerd op het protocol dat besproken werd op Europees niveau binnen de werkgroep met de lidstaten en het protocol dat de Nederlandse organisatie van aardappelverwerkers Vavi volgt. Er werden een 35-tal variëteiten bemonsterd, maar het grootste aandeel monsters werd genomen bij Fontane, Challenger en Bintje.

Landbouwers volgden maatregelen goed op

De staalnames liepen van 26 oktober 2020 tot eind januari 2021. Ze werden evenredig gespreid over deze periode. In de tabel worden de resultaten van de analyses weergegeven. In 156 stalen werd een CIPC-residu hoger dan de detectielimiet van 0,01mg/kg gedetecteerd. Dit wil dus zeggen dat er in bijna 83% van de genomen stalen geen CIPC meer gedetecteerd kon worden. Dat is de verdienste van iedere individuele landbouwer voor het goed volgen van de verschillende reinigingsprocessen op zijn bedrijf. Van de 913 stalen bevatte 97,7% minder  dan 0,4 ppm CIPC. Dit is de tijdelijke MRL (tMRL) die vastgelegd werd en die in voege zal treden op 2 september.

Er is geen verband te leggen tussen de staalnameweek en het aangetroffen residu. Op basis van de beschikbare dataset is geen accumulatie van CIPC-residu vast te stellen. Enige voorzichtigheid is hier toch geboden, vermits de beschikbare gegevens slechts op een deel van het aardappelbewaarseizoen slaan. Daarom kunnen ze niet geëxtrapoleerd worden naar residuconcentratie in het hele bewaarseizoen. Voorlopig stemt het ons wel optimistisch. We raden aardappeltelers aan om de ingeslagen weg zonder CIPC verder te zetten. Als we specifiek naar enkele rassen kijken, dan zien we dat 99% van de Bintje-loten geen CIPC-residu’s bevatte boven de toekomstige tMRL van 0,4 mg/kg. Gelijkaardige percentages zien we ook bij Challenger en Fontane. De residuconcentraties zijn zeer gelijkaardig in de drie meest bemonsterde variëteiten.

Meer informatie

Sector: