gbbbg

Project Cropdiva houdt eerste internationaal symposium in Gent

Het Europees Cropdiva-project wil zes ‘onderbenutte’ gewassen aantrekkelijker maken voor landbouwers en verwerkers. Het gaat om haver, boekweit, veldbonen, lupine, naakte gerst en triticale voor humane consumptie. UGent is coördinator van dit ambitieus project dat eind 2021 van start ging. Begin december vond een symposium plaats in de Sint-Pietersabdij van Gent, waar deelnemers uit verschillende landen de eerste resultaten met elkaar deelden en bespraken.

Verschillende Europese partners bundelen in het Cropdiva-project de krachten om de agrobiodiversiteit binnen Europa te laten toenemen. Ze doen dit door in te zetten op gewasdiversiteit en het creëren van lokale waardeketens. Het concept is een innovatief en vergt een uitdagende aanpak, met als doel is om agrobiodiversiteit te ondersteunen in de hele de voedingsketen. De projectactiviteiten zijn voornamelijk gericht op de verbetering van de veerkracht van teeltsystemen, de afstemming van de economische en sociale behoeften van landbouwers op ecologische doelstellingen en marketing van nieuwe food- en non-foodproducten die voldoen aan de eisen van de consument.

Onderbenutte gewassen

De zes geselecteerde gewassen zijn haver, boekweit, veldbonen, lupine, naakte gerst en triticale voor humane consumptie. Al deze gewassen hebben een zeer brede genetische achtergrond. Deze kan gebruikt worden voor het inkruisen van belangrijke eigenschappen zoals veerkracht tegen stressfactoren en een verbeterde nutritionele waarde. Bovendien hebben deze gewassen grote ecologische voordelen. Velen van hen dragen bij aan een betere bodemkwaliteit, produceren nectarrijke bloemen en/of kunnen stikstof uit de lucht fixeren. Deze gewassen zullen dus leiden tot zeer veerkrachtige agro-ecosystemen met een groter aanpassingsvermogen aan klimaatverandering. Daarbovenop zorgen ze voor een beter gebruik van genetische hulpbronnen en een grotere voedseldiversiteit.

Eerste symposium

Tijdens het symposium begin december werden de eerste resultaten gedeeld en besproken en kregen vergelijkbare projecten uit binnen- en buitenland een platform. Professor Geert Haesaert van de UGent, en voorzitter van het symposium, opende de driedaagse met een intro over agrobiodiversiteit in de waardeketen.

 

"We moeten naar een veerkrachtiger systeem dat tegelijk nog altijd hoge productiviteit mogelijk maakt."

Prof Geert Haesaert

bgbg

“De landbouw staat voor heel wat uitdagingen, we hebben afgelopen jaren een groene revolutie meegemaakt en landbouw heeft nog nooit zo veel voedsel geproduceerd als nu. Deze toename is vooral te danken aan de intensivering, maar dat heeft ook een keerzijde. Ons voedsel heeft een hoge voetafdruk, een relatief grote klimaatimpact en er is een afname van de biodiversiteit. We moeten dus naar een veerkrachtiger systeem dat die problemen doet afnemen, maar tegelijk nog steeds hoge productiviteit mogelijk maakt.”

Mengteelten

Volgens professor Johan Six (ETH Zürich, Zwitserland) is er een manier van duurzame intensivering te vinden in mengteelt- en mengteeltsystemen. Deze systemen zijn divers, over de hele wereld te vinden en hebben allemaal hun eigen voor- en nadelen. In Honduras werd bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het quesingual-systeem dat helpt om erosie tegen te gaan. Hier dienen maisstengels als ondersteuning voor bonenplanten en wordt mulch van het uitdunnen en snoeien van bos gebruikt als bemesting op maisvelden. Dat blijkt te lukken voor een paar jaar, maar vervolgens is er opnieuw koeienmest nodig.

"Het is duidelijk dat de hele toeleveringsketen in beweging moet komen."

Prof Carl Lachat

“Het slagen van andere mengteeltsystemen hangt in grote mate af van waar en hoe ze worden geïmplementeerd. Het voorbeeld uit Honduras werkt bijvoorbeeld alleen dankzij sociaaleconomische factoren waarbij kinderen en boeren hiervoor worden opgeleid en er bovendien extra overheidssteun wordt verleend.”

Van boer naar bord

De agrobiodiversiteit vergroten is één iets, maar hoe komen de gewassen op ons bord? Die vraagt stelde professor Carl Lachat van UGent zich in zijn uiteenzetting. Lachat is hoofddocent bij de vakgroep levensmiddelentechnologie, voedselveiligheid en gezondheid. Hij ziet dat er van de grote diversiteit aan planten over de hele wereld, er maar heel weinig daadwerkelijk als voedsel gebruikt worden. Van de maar liefst 390.000 plantensoorten, komen er slechts 5538 op een bord terecht. Het staat wel vast dat diëten over de hele wereld in diversiteit zijn afgenomen. “We zijn overgestapt van het consumeren van zowel plantaardige als dierlijke voedselbronnen naar sterk bewerkt voedsel. Er moet dringend meer onderzoek komen naar hoe de landbouw kan bijdragen aan het ombuigen hiervan. Boeren kunnen maar gewassen verbouwen als er effectief vraag naar is. Het is dus duidelijk dat de landbouw hierin niet alleen het verschil kan maken, maar dat de hele toeleveringsketen in beweging moet komen.”

Nieuwe producten

Professor Geert Haesaert vat het projectverloop als volgt samen: “De eerste twee jaar van het project zagen we hoofdzakelijk een focus op veldproeven en de daaruit verkregen data. We hopen tijdens dit symposium zo veel mogelijk van die nieuwe resultaten en inzichten met elkaar te kunnen delen. Deze driedaagse is voor mij het ideale moment om met elkaar in discussie te gaan en zo te komen tot nieuwe ideeën die we in het project kunnen integreren. Het komende jaar gaan we aan de slag met de productontwikkeling zelf. Vanaf nu zullen onze verschillende partners gespecialiseerd in voedseltechnologie meer betrokken worden in het project. Hopelijk resulteert dit alles tegen het einde van dit derde projectjaar al in enkele nieuwe producten, gebaseerd op één van onze zes geselecteerde gewassen.”

Bron: Tom Dewanckele.

Cropdiva is een project dat gefinancierd wordt door de Europese Commissie (Horizon 2020). Het project is gestart in 2021 en loopt vier jaar met een budget van 6 miljoen euro.