Menu

Terug naar Actualiteit >Produceer jij voldoende ruwvoeder?

Alle regio's

Doordat de bedrijfsvoering in de Vlaamse melkveehouderij veranderd is, staan veehouders voor belangrijke operationele, tactische en strategische keuzes. Wie kiest om te groeien, moet rekening houden met een invloed op de ruwvoederwinning, rantsoenen en bijproducten. Om melkveehouders te helpen, ontwikkelden Inagro, Hooibeekhoeve, Boerenbond en ILVO de ‘Routeplanner Melkvee’. Op 21 en 23 november kan je kennismaken met dit nieuwe instrument.

Vraagstukken op melkveebedrijven

De voorbije jaren veranderde het landschap in de Vlaamse melkveehouderij. Toen het melkquotum wegviel, kozen veel melkveehouders voor groei. Dat wordt ook bevestigd in de jaarstatistieken die de coöperatieve veeverbeteringsorganisatie CRV onlangs publiceerde. Zo blijkt het aantal melkkoeien per bedrijf de voorbije tien jaar bijna verdubbeld te zijn. Maar een melkveebedrijf dat groeit, heeft ook voldoende grond nodig om te voorzien in eigen ruwvoeders en mestafzet. Daarnaast moeten er voldoende arbeidskrachten beschikbaar zijn voor de veestapel. Melkveehouders moeten zich dus afvragen of groei de interessantste oplossing is om hun bedrijfssaldo te blijven garanderen.

Zeker voor intensieve melkveebedrijven met onvoldoende grond is groeien een uitdaging. Om voldoende ruwvoeder te hebben, moeten ze op zoek gaan naar alternatieven, zoals seizoenpacht, een efficiëntere ruwvoederproductie of de aankoop van bijproducten. Vaak weten ze niet wat de beste keuze is voor hun bedrijf. Bovendien kunnen ze het effect van een verandering in het aandeel gras of maïs in het rantsoen moeilijk inschatten.

Hoe voederkosten beperkt houden?

Een melkveehouder moet jaarlijks drie belangrijke bedrijfseconomische cijfers evalueren, namelijk het saldo per 100 liter melk (of per koe), de kostprijs van 100 liter melk en het arbeidsinkomen per voltijdse arbeidskracht. Omdat voederkosten de belangrijkste variabele kosten zijn op een melkveebedrijf, hebben ze een grote invloed op het saldo en moeten ze continu gemonitord worden. Hiervoor evalueer je de voederefficiëntie, het aantal liter ruwvoermelk per koe, de hoeveelheid krachtvoer die nodig is per 100 liter melk en de melkproductie en -gehalten per koe. Maar zelfs als die parameters optimaal zijn, wil een melkveehouder zo kostenefficiënt mogelijk voldoende ruwvoer winnen en een optimaal én rendabel rantsoen samenstellen.

Situatie 1. Iets te weinig grond. Een melkveehouder teelt graag zelf het benodigde ruwvoer. Een gesloten melkveebedrijf heeft gemiddeld 0,4 ha per grootvee-eenheid nodig om zelfvoorzienend te zijn in gras en maïs. In 2012 had een bedrijf met 100 koeien (inclusief jongvee) daarvoor zo’n 57,8 ha nodig. In 2016 was dat 51,8 ha. Dat cijfer is gedaald omdat de ruwvoederproductie efficiënter werd en er meer bijproducten ingezet worden. Melkveehouders met iets te weinig grond, kunnen hierop inzetten.

Situatie 2 Structureel te weinig grond. Wie structureel over te weinig grond beschikt om in eigen ruwvoeders te voorzien, moet andere mogelijkheden overwegen. Je kunt bijvoorbeeld maïs aankopen, maar de prijs van maïs kan sterk variëren, onder meer afhankelijk van het groeiseizoen en het regionale aanbod. Een andere mogelijkheid is een deel van de ruwvoeders te vervangen door bijproducten, wanneer dat technisch mogelijk is in de rantsoenberekening. Tot slot kan je land huren in seizoenpacht, om er zelf extra ruwvoeders te telen. Je moet je keuze baseren op de prijszetting in de voorbije jaren en het risico dat je wilt nemen. Een andere insteek is je mestafzet. Wie land huurt in seizoenpacht, kan immers zijn mest daar ook op afzetten. Wie ervoor opteert om maïs of bijproducten aan te kopen, zal extra energie en geld steken in de mestafzet.

‘Routeplanner melkvee’ helpt je kiezen

Om melkveehouders meer inzicht te geven in de slaagkansen van de keuzes op hun bedrijf, ontwikkelden Inagro, Hooibeekhoeve, Boerenbond en ILVO samen de ‘Routeplanner melkvee’, een rekenkundig model dat bedrijfsstrategieën simuleert. Een melkveehouder die ervoor opteert om te groeien, kan zo vooraf berekenen wat de mogelijke gevolgen zijn op het vlak van de benodigde grond.

Aan de slag

Tijdens twee discussienamiddagen wordt het effect van allerlei parameters op het bedrijfssaldo gesimuleerd. Daarnaast zullen de projectpartners de komende maanden ook berekeningen doen bij twaalf Vlaamse melkveebedrijven.

Wil je samen met de projectpartners actief aan de slag rond ruwvoerwinning, rantsoenen en bijproducten? Neem dan deel aan een van de twee discussienamiddagen. Aan de hand van een rekenprogramma wordt nagegaan hoeveel een rantsoen doorgaans kost. Daarna wordt voor een aantal scenario’s berekend wat het effect is van een wijziging in het aandeel gras en maïs. Hoe beïnvloeden de wijzigingen het bedrijfssaldo? Is het interessant om een deel van het ruwvoer te vervangen door bijproducten?

Bij twaalf melkveebedrijven brengen de projectpartners de komende maanden ook de bedrijfssituatie in kaart. Ze belichten er de mogelijkheden, beperkingen en verbeterpunten. Ze bespreken de resultaten in detail met de bedrijfsleider. Op vier bedrijven wordt ook een alternatieve strategie gesimuleerd, waarbij ze bijvoorbeeld nagaan wat het effect is van schaalvergroting, uitbesteding van de jongvee-opfok of meer gras in het rantsoen op het bedrijfssaldo.

Discussienamiddagen rond ruwvoerwinning en bijproducten

Samen met melkveehouders bespreken de projectpartners allerlei aspecten van de ruwvoederwinning en gaan ze het effect van voederkosten op het bedrijfssaldo na.

  • Op dinsdag 21 november om 13.30 uur in Rumbeke-Beitem (Inagro, Ieperseweg 87)
  • Op donderdag 23 november om 13.30 uur in Zoersel (Zaal Dorpszicht, Dorp 54, boven de bibliotheek)

Deelname is gratis, maar inschrijven vóór 16 november is verplicht.

Individuele berekening

Melkveehouders die een individuele berekening willen laten maken op hun bedrijf en zo vernemen welke toekomststrategieën hun bedrijfssaldo positief beïnvloeden, nemen vóór 1 december contact op met Inagro of de Hooibeekhoeve.

Schrijf je nu in via Inagro (Ilse Louwagie, 051 27 33 78, info.melkveehouderij@inagro.be) of via Hooibeekhoeve (Katleen Geerinckx, 014 85 27 07, katleen.geerinckx@provincieantwerpen.be).