Menu

Op een veldweg ben je nooit (meer) alleen

Terug naar Actualiteit
Uit een bevraging van Boerenbond bij 626 land- en tuinbouwers bleek dat 36% van hen aangeeft wekelijks het gevoel te hebben dat ze zich in een gevaarlijke situatie bevinden waarbij een fietser betrokken is. En dat is veel, te veel. Kunnen landbouwer en fietser de felbegeerde veldwegen delen?

Nele Kempeneers

Veldwegen worden vandaag zowel gebruikt door landbouwers die hun job uitoefenen als door fietsers en wandelaars die de rust van het platteland opzoeken. Beide hebben het recht daar te zijn, maar het is niet altijd vanzelfsprekend om de smalle wegen met elkaar te delen. De laatste decennia hebben heel wat hobbelige, bij regenval modderige, veldpaden plaatsgemaakt voor verharde wegen. Waar de eerste variant enkel tractoren en een occasionele wandelaar of mountainbiker over de vloer kreeg, trekken de hedendaagse verharde veldwegen heel wat meer volk aan. Het zijn niet meer enkel de toegangswegen naar akkers of boerderijen, maar ook fietsroutenetwerken en wandelwegen. Niet enkel eisen recreanten hun plaats op, ook landbouwvoertuigen zijn met hun tijd meegegaan. Trekkers, werktuigen en zelfrijders worden niet enkel breder, ze rijden ook sneller dan pakweg 20 jaar geleden. De fysieke afstand tussen land- en tuinbouw en andere weggebruikers mag dan wel klein zijn als we elkaar moeten kruisen in het verkeer, gevoelsmatig staan consument en producent verder van elkaar af dan vroeger. Heel wat recreanten kennen de noden van de hedendaagse landbouw en zijn voertuigen niet meer en dat kan voor onbegrip zorgen. Omgekeerd is het voor bestuurders soms moeilijk om tijd en ruimte te geven aan personen die het platteland niet voor professionele maar recreatieve doeleinden gebruiken. Om een beter zicht te krijgen op de visie van land- en tuinbouwers op verkeersveiligheid op het platteland deed Boerenbond in oktober 2019 een enquête. 626 land- en tuinbouwers namen deel aan de bevraging. We gaan dieper op de resultaten en vroegen ook de mening van Werner De Dobbeleer, woordvoerder bij de Vlaamse Stichting Verkeerskunde.

Het stalen ros

De coronacrisis heeft ons getoond dat de Vlaming bij de eerste zonnestralen met plezier het stalen ros van stal haalt. Fietsen in groepsverband kon nu even niet door de coronamaatregelen, maar dit was niet van toepassing ten tijde van de verkeersveiligheidsenquête. Daaruit blijkt dat zo goed als alle respondenten dagelijks geconfronteerd worden met fietsers wanneer ze onderweg zijn met hun landbouwvoertuig. Hoe meer fietsers een landbouwer aangaf tegen te komen, hoe vaker het ging om mensen die in groep fietsen. Dat klinkt logisch. Werner De Dobbeleer is woordvoerder van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde en bevestigt dat de Vlaamse veldwegen vandaag frequenter gebruikt worden dan vroeger. “Het is een feit dat steeds meer landbouwwegen nu, deels of volledig, verhard zijn en dat het gebruik van dit type wegen toeneemt. Hetzelfde geldt voor andere landelijke wegen. De gebruikers zijn uiteenlopend: landbouwvoertuigen, recreanten maar bijvoorbeeld ook mensen die de (elektrische) fiets of speedpedelec gebruiken voor hun woon-werkverkeer en in de landbouwwegen een prima alternatief vinden voor de drukke gewestwegen. Maar ook illegaal sluipverkeer vinden we hier terug.”

Gevaar om de hoek

Een opvallende conclusie uit de Boerenbondenquête is dat 36% van de landbouwers aangeeft dat ze wekelijks geconfronteerd worden met een gevaarlijke situatie waarbij een of meerdere fietsers betrokken zijn. Dat wil niet zeggen dat er effectief een ongeval plaatsvond, maar de landbouwer ervaart de situatie wel als gevaarlijk. Iets minder dan een derde van de landbouwers geeft aan dat dit maandelijks voorvalt. 13% zegt dit zelfs dagelijks mee te maken. Best wel confronterende cijfers. Hoe valt dit te verklaren? “Als we het over de veldwegen hebben, komt het erop neer dat deze een veel grotere en diversere groep van gebruikers hebben dan vroeger, en dat in combinatie met de beperkte capaciteit en geringe breedte van de weg”, weet De Dobbeleer. “De grote snelheidsverschillen tussen weggebruikers is daarbij een heel belangrijke factor. De grootte, kracht en snelheid van een modern landbouwvoertuig is niet te vergelijken met een tractor van enkele decennia geleden. Hetzelfde geldt voor moderne auto’s en ook fietsen. Veldwegen beperken vaak ook de zichtbaarheid door gewassen en begroeiing langs de berm.”

Van dichtbij kennismaken

Wanneer we landbouwers vragen welke gevaarlijke situaties zij het meest tegenkomen, springt er eentje met kop en schouders bovenuit: ‘onvoldoende ruimte voor het landbouwvoertuig omdat fietsers niet aan de kant gaan.’ Te smalle wegen, waardoor het voertuig niet kan uitwijken voor andere weggebruikers, staat op plaats twee. Daarna komen onverwachte manoeuvres van fietsers en verkeerde inschattingen van de breedte van het landbouwvoertuig door zwakke weggebruikers. Het is dus duidelijk dat landbouwers opmerken dat verkeersregels op het platteland niet altijd worden nageleefd door fietsers en dat dit de nodige ergernissen met zich meebrengt. Daarnaast wordt de beperkte breedte van heel wat landbouwwegen in combinatie met brede landbouwvoertuigen als gevaarlijk punt aangebracht door de deelnemers van de enquête. Het wederzijdse onbegrip zou te wijten kunnen zijn aan het gebrek aan kennis over elkaars activiteiten. Heel wat fietsers kennen landbouwwerktuigen niet uit hun naaste omgeving en worden plots van erg dichtbij geconfronteerd met een snel en breed voertuig. Omgekeerd is het voor landbouwers soms moeilijk om geduldig om te gaan met zwakke weggebruikers die landbouwwegen recreatief gebruiken.

Rechten en plichten

“Een inschattingsfout is snel gebeurd”, weet Werner De Dobbeleer. “Zowel bestuurders van landbouwvoertuigen als de andere weggebruikers hebben niet alleen rechten, maar ook plichten in het verkeer. Het verkeersreglement is op dit punt zeer duidelijk: de gebruikers mogen elkaar niet in gevaar brengen of hinderen. Gemotoriseerd verkeer, en in het bijzonder de landbouwvoertuigen, moet extra voorzichtig zijn ten aanzien van voetgangers, fietsers, niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers, ruiters en gespannen. Voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speedpedelecs mogen er de volledige breedte van de weg gebruiken, maar mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren.” Op veldwegen is er een algemene snelheidsbeperking van 30 km per uur en bovendien geldt het algemene principe dat bestuurders steeds hun snelheid moeten aanpassen aan de omstandigheden zoals de staat van de weg, de aanwezigheid van andere weggebruikers ... In bepaalde situaties kan 30 km per uur dan nog te snel zijn. “Dat algemene principe geldt evenzeer voor de andere landelijke wegen met een eventueel hogere snelheidslimiet, net als de verplichting om niemand in gevaar te brengen of te hinderen”, vult Werner nog aan. Uit de enquête lijken we te kunnen besluiten dat landbouwers zich bewust zijn van het feit dat je je rijstijl in bepaalde gevallen beter aanpast. Uit de resultaten blijkt dat 92% van de respondenten (land- en tuinbouwers) zegt hun rijstijl aan te passen aan de betreffende situatie. Er is uiteraard een verschil tussen ‘zeggen’ en ‘doen’ en we kunnen niet meten in welke mate de betreffende bestuurders van landbouwvoertuigen in de praktijk hun rijstijl aanpassen, maar het bewustzijn lijkt er in elk geval wel te zijn.

Zonder handen?

En toch zijn er ook voor land- en tuinbouwers nog werkpunten wanneer ze zich in het verkeer begeven. Zo geeft de helft van het aantal landbouwers toe te bellen achter het stuur met de gsm in de hand. Een onrustwekkend cijfer, aangezien dit verboden is en het ook een vaak voorkomende oorzaak van verkeersongevallen is. Als ondernemer is het uiteraard verleidelijk om onderweg telefoontjes te doen, want er valt zoveel te regelen. Wil je bellen achter het stuur, dan kan dit wel handsfree, dus met bluetooth of een carkit. Dit is toegelaten zolang je niet afgeleid bent en voldoende controle hebt over je voertuig. Een kwart van de landbouwers geeft aan altijd handsfree te bellen, of wisselt handsfree af met de gsm in de hand. De overige 25% belt nooit achter het stuur. Velen geven aan dat het niet beschikken over een handsfreeset de reden is waarom er met de gsm in de hand gebeld wordt. Na afloop van de enquête werden er vijf winnaars geloot. Zij kregen een testkit mee naar huis om handsfree te bellen. Melkveehouder Chris Steenhuyse uit Zottegem is een van hen. Wanneer we hem vragen hoe zijn ervaring hiermee is, is hij duidelijk: “Ik zou het iedereen aanraden! Ik gebruik het niet enkel wanneer ik op de baan ben, maar bijvoorbeeld ook tijdens het voederen. Op een landbouwbedrijf kom je altijd handen tekort, terwijl je beide handen op het stuur horen te zijn. Ik merk dat ik nu veel geconcentreerder kan rijden en werken. Een groot voordeel is dat dit systeem met een oortje en microfoon werkt, wat de geluidskwaliteit ten goede komt.”

Zen op de tractor

Willen we de verkeersveiligheid op het platteland verbeteren, dan is er dus voor iedereen nog wat werk aan de winkel. Werner De Dobbeleer benadrukt dat dit een kwestie is van wederzijds begrip. “Je gaat er best van uit dat je in ons dichtbevolkte landje nooit alleen op de weg bent, ook niet op een veldweg. Vertragen is een must en bovendien wettelijk verplicht. Anderen snappen soms niet dat je met een zwaar landbouwvoertuig niet zomaar kunt uitwijken naar een onverharde berm. Omgekeerd zijn er misschien ook landbouwers die moeilijk kunnen inschatten hoe imposant hun enorme voertuig op anderen kan overkomen. Afhankelijk van de situatie kan het best zijn om even te stoppen en de fietsers of voetgangers veilig te laten passeren. Oogcontact maken en een vriendelijk gebaar kunnen wonderen doen. En tot slot: we zijn allemaal mensen, iedereen maakt al eens een fout in het verkeer, vaak onbedoeld en soms zelfs onbewust. Probeer te anticiperen op fouten die anderen maken, en probeer je vooral niet te ergeren. Zen op de tractor, dus!”

VSV organiseert sinds enkele jaren in samenwerking met onder meer Boerenbond en Landelijke Gilden een educatief project ‘Verkeersveiligheid op den buiten’, waarbij fietsers en voetgangers worden gesensibiliseerd rond veilig verkeer op landbouwwegen. Dit gebeurt samen met de landbouwers, net om de wederzijdse verstandhouding te bevorderen. Onder andere in Wuustwezel, Ravels en Kasterlee werd al een dergelijk project opgezet.

Wederzijds begrip en gezond verstand

Leander Hex, landbouwconsulent: "Afgelopen zomer zijn we gestart om de verkeersveiligheid op het platteland weer wat hoger op de agenda te plaatsen. Dit deden we onder andere door verkeersveiligheid in de vormingen over landbouwverkeer de afgelopen winterperiode een prominentere plaats te geven. Net zoals uit de enquête blijkt ook uit deze rechtstreekse contacten dat de grote meerderheid van de landbouwers zich goed bewust is van de gevaren en beperkingen die verbonden zijn aan zijn landbouwvoertuigen, en dat ze daar ook naar proberen te handelen. Het is dan ook cruciaal dat we deze weg blijven bewandelen, en dat we daarbovenop diezelfde reflex creëren bij alle andere weggebruikers die in contact komen met onze landbouwvoertuigen. Wederzijds begrip en gezond verstand vormen samen met de verkeerswetgeving de ingrediënten van een veilig verkeer."

 

Deel deze pagina: 

Meer informatie