Menu

Op de roetsjbaan van de landbouwmarkten

Terug naar Actualiteit
Vandaag ziet de wereld er anders uit dan vroeger, met een roetsjbaan voor de landbouw als gevolg.

Jacques Van Outryve / Illustratie: Joris Snaet

Landbouwmarkten gaan vele richtingen uit en kunnen plotseling van richting veranderen. Deze volatiliteit is van alle tijden. Zij wordt nu weliswaar versterkt door het landbouwbeleid of het gebrek aan landbouwbeleid, door de klimaatverandering en door allerhande geopolitieke spelletjes. Denk aan de recente spanning tussen de VS en Iran. Dat was ooit anders. Er was een tijd dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) nog een betrouwbaar markt- en prijsbeleid was, dat Europa zich afschermde van de wereldmarkt en de wereldpolitiek, dat van klimaatverandering nog geen sprake was en dat sociale media nog niet bestonden, waardoor wereldleiders verplicht waren om met elkaar te praten. Vandaag ziet de wereld, en dus ook de landbouw en de landbouwmarkten, er anders uit met een roetsjbaan voor de landbouwmarkten als gevolg.

Op de jaarlijkse provinciale KBC-infoavonden Land- en Tuinbouw in december werden de meer dan 2500 toehoorders in die roetsjbaan van de landbouwmarkten gezet onder het motto ‘De wereld draait door.’ Dat kan je zowel letterlijk als figuurlijk opvatten. Aan een hels tempo werden de land- en tuinbouwsectoren overlopen en van duiding voorzien. Het geheel werd opgeluisterd door stand-upcomedian Joost Van Hyfte en chansonnier Johan Verminnen, zodat de toehoorders op adem konden komen en dromen van … mooie dagen. Mooie dagen duren gewoonlijk niet lang.

Als ondertitel van zijn wereldwijde marktverhaal koos François Huyghe, economisch adviseur bij Boerenbond, ondervraagd door landbouwjournalist Jacques Van Outryve (ondergetekende), voor ‘trends en tegentrends in land- en tuinbouw’. Elke trend lokt immers een tegentrend uit. Soms wordt die tegentrend belangrijker dan de trend zelf of eindigt het in een mengeling van beide. Denk aan de trend van globalisering die een tegentrend uitlokte van streekproducten, lokale producten en gastronationalisme (‘lokalisering’). Het resultaat is een mengeling van beide geworden, niet global of local maar ‘glocal’. De consument wil lokale producten, weliswaar aangevuld met avocado’s en mango’s en eten van bij de Chinees.

Met een draaiende wereldbol toonde François Huyghe aan hoe klein die wereld is geworden. “De wereld is mijn dorp. Maar ook, mijn dorp is de wereld geworden met inwoners en producten van hier en van overal. Zij komen niet van het einde van de wereld. De wereld heeft geen einde. De wereld is rond”, aldus Huyghe. En Europa ligt niet (meer) in het midden.

Wereldhandel is wereldwandel

Wereldhandel is van alle tijden. Destijds lieten de zeilschepen zich al leiden door de moessonwinden en volgden de handelskaravanen de vele zijderoutes. Vandaag worden zeevrachten vervoerd met schepen van 60.000 tot 80.000 ton en meer. Tegelijk worden nieuwe zijderoutes aangelegd. Bulkschepen vervoeren graan, sojaschroot, suiker en meststoffen. Containerschepen zijn geladen met avocado’s, mango’s, appels of vlees. Zij varen heen en weer. De kostprijs van de koopwaar bepaalt de koers en die heeft vaak niets met het product maar louter met muntschommelingen te maken. Voor enkele euro- of dollarcenten meer of minder veranderen schepen van koers. Daarom dat Huyghe in zijn betoog niet enkel verwees naar de schommelingen van de euro tegenover de dollar maar ook naar die van de euro tegenover de Russische roebel, de Oekraïnse gryvna, de Argentijnse peso, de Braziliaanse real. Waarom?

“Oekraïne en Rusland worden in toenemende mate Europese concurrenten op de wereldgraanmarkt. Argentinië en Brazilië zijn Europese concurrenten op de suiker- en vleesmarkt, niet in het minst ook op de eigen Europese markt.”

En hoe staat het met de Chinese munt? “De VS, Canada, Brazilië en Europa bekampen elkaar op de Chinese varkensvleesmarkt. Ze willen allemaal nog enkele jaren profiteren van de verhoogde Chinese vraag naar varkensvlees als gevolg van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest.

De Baltic Dry Index is, volgens Huyghe, dan weer de belangrijkste graadmeter voor de tarieven van de scheepvaart. Deze index volgt de wereldeconomie. De tarieven dalen omdat de wereldhandel is gedaald, onder meer door handelsbelemmeringen tussen handelsgrootmachten zoals de VS en China. Komen er meer en nog grotere schepen in omloop, dan zullen de kosten verder dalen. Vanaf dit jaar gelden weliswaar strengere internationale normen voor de uitstoot van zwavel door de scheepvaart. Dat kan de transportprijzen doen stijgen. Door de klimaatverandering openen zich tot slot nieuwe en kortere zeeroutes die de kosten dan weer fel zullen doen dalen. Zeetransport is echter geen punt. Eens aan land gaan transportkosten pas flink de hoogte in, want dan zit je in de file.

Plantaardige producten

Wat de graansector betreft, wijst Huyghe op de gestegen productie en de lagere prijzen. Wereldwijd drukken graanvoorraden op de markt. Hij herinnert aan het belang van de Europese Unie als grootste wereldtarweproducent. De EU, met name vooral Frankrijk, moet elk jaar belangrijke hoeveelheden tarwe uitvoeren. Daar hangen onze graanprijzen van af! Op zijn traditionele exportmarkten ervaart de EU echter in toenemende mate concurrentie van Rusland en Oekraïne. Voor mais is niet de EU maar de VS de grootste wereldspeler. De EU voert tarwe uit maar mais in. In haar vooruitzichten 2019-2030 verwacht de Europese Commissie dat de Europese graanproductie tegen 2030 zal stijgen tot 320 miljoen ton als gevolg van de vraag vanuit de veevoedersector en de industrie. Europa ziet echter op termijn slechts een lichte stijging van de export, vooral als gevolg van toenemende concurrentie van het gebied rond de Zwarte Zee (Rusland, Oekraïne).

Het verhaal van de eiwithoudende gewassen krijgt een geheel nieuwe wending. Huyghe verwijst enerzijds naar de belangrijke (historische) Europese invoer van sojabonen en sojaschroot en de gevolgen voor de EU van het handelsconflict tussen de VS en China. Anderzijds is er de toenemende productie van eiwithoudende gewassen in de EU zelf. Dat verloopt weliswaar met horten en stoten wegens de rentabiliteit en de concurrentieslag om de grond. De Europese Commissie verwacht dat het Europees areaal tegen 2030 zal stijgen tot 6,3 miljoen ha als gevolg van de humane vraag naar plantaardige eiwitten (vleesvervangers) en de vraag naar lokaal geproduceerd veevoeder. Het belang van plantaardige eiwitten als veevoedergrondstof mag niet worden onderschat. Humane voeding betaalt beter meer dan dierlijke voeding.

Voor de suikerbieten is, volgens Huyghe, het vet van de soep. De vraag stelt zich aan welke suikerprijzen bietentelers nog in de teelt geïnteresseerd zullen blijven. Volgens sommigen klaart de wereldsuikermarkt op, maar dan nog blijft de concurrentie met rietsuiker bikkelhard. En toch wil de suikerindustrie in de ons omringende landen opnieuw uitbreiden.

Ook de aardappelindustrie is in onze contreien op zoek naar meer grond. Daar is de export, in tegenstelling tot de suikersector, een succesverhaal – zo zeer dat de sector zich met hand en tand verzet tegen de invoerheffingen voor Belgische en Nederlandse friet van enkele Zuid-Amerikaanse landen. De suikerindustrie pleit in het kader van het Mercosur-handelsakkoord dan weer voor behoud van Europese invoerheffingen. Zowel aardappelen als suikerbieten zitten op heel wat akkerbouwbedrijven in hetzelfde teeltplan. Globalisering is een tweesnijdend zwaard!

Er staat Europa hoe dan ook een flinke strijd te wachten om de beschikbare landbouwgrond. Er is de vraag naar lokale veevoedergrondstoffen, naar meer gras en ruwvoeders, naar plantaardige eiwitgewassen zowel voor dierlijke als voor menselijk consumptie, naar meer suikerbieten, naar meer aardappelen en naar energiegewassen en industriële teelten (bio-economie/circulaire economie). Grond maak je echter niet bij! 

Dierlijke sectoren

Het moet stilaan duidelijk zijn dat de productie van veevoeding en veevoedergrondstoffen een grote uitdaging wordt voor de dierlijke sector, gelet op de nieuwe trend in geïndustrialiseerde en welvarende landen. Het is niet de enige uitdaging. De recente slogan van Delhaize laat weinig aan de verbeelding over of speelt onze verbeelding ons parten? De slogan luidt: ‘Omdat de voeding van onze voeding ook onze voeding is’. Er zijn kapers op de kust. De dierlijke sector in de welvarende landen is zich daarvan bewust. De zuivelsector herinnert zich nog de opkomst van de margarine als vervangproduct voor boter. Margarine moest op boter gelijken zoals de vleesvervangers op vlees. “Bedrieg uw man eenmaal per week,” luidde de (ontwerp)slogan van de Vegetarische Slager. Het zou goed zijn voor het klimaat, het dierenwelzijn, zijn gezondheid én je portemonnee. De nadelen van vleesvervangers hoopt men op termijn op te vangen met vlees van ‘ongeslachte dieren’, geproduceerd uit stamcellen, kweekvlees genaamd. Sommigen spreken van clean meat omdat dit vlees geen salmonella of andere ziekteverwekkers kan bevatten zoals echt vlees, maar ook geen kleur- en smaakstoffen zoals de vleesvervangers.

Staan dierlijke sectoren onder druk? “In de geïndustrialiseerde en welvarende landen. Er zijn echter meer landen in de wereld die niet welvarend zijn en waar het vleesverbruik sterk toeneemt. Bij ons vindt een licht daling plaats, vooral bij rund- en kalfsvlees. Het verbruik van varkensvlees stagneert, mede als gevolg van de hogere prijzen. Het verbruik van kippenvlees neemt toe.”

Huyghe geeft een overzicht van de gevolgen voor de Belgische varkenssector van de Afrikaanse varkenspest en de onrechtstreekse gevolgen op de varkensprijzen van de Afrikaanse varkenspest in China. De Belgische varkensstapel is licht toegenomen, maar het aantal slachtingen nam sterk af. Belgische varkens worden steeds vaker levend uitgevoerd en in het buitenland (lees: vooral Duitsland) geslacht. Karkassen komen terug of worden ter plaatse afgezet. Huyghe waarschuwt voor het voortbestaan van de Belgische slachthuizen wanneer deze trend zich verder doorzet. Er is dringend een tegentrend nodig.

Wat dierlijke producten betreft, verwacht Europa tegen 2030 hoe dan ook een stijgende wereldvraag naar zuivelproducten. De markt van mageremelkpoeder herstelt zich. De vraag naar boter binnen Europa zou tot 2030 verder toenemen. Waar is de tijd dat boter in het verdomhoekje zat? Van trend en tegentrend gesproken! China zal ook de komende jaren de vleesmarkt kleuren. Verwacht wordt dat China minstens nog vijf jaar nodig heeft om enigszins te herstellen van de gevolgen van Afrikaanse varkenspest. Maar de concurrentie op de Chinese markt is groot. De VS zal niet aarzelen om eventueel China te verplichten Amerikaans varkensvlees bij invoer te bevoordelen in ruil voor Chinese concessie op de Amerikaanse markt. Volg hiervoor Donald Trump op Twitter. Rundvlees blijft in heel Europa het zwakke broertje. Toch verwacht de Europese Commissie naar 2030 een lichte prijsstijging, echter eerder ten gevolge van een verdere de daling van het aanbod dan een verhoging van de vraag. Enkel voor pluimveevlees ziet Europa de toekomst rooskleuring, op voorwaarde dat de EU de kippendelen die in de EU minder worden gevraagd aan een goede prijs op de wereldmarkt kan slijten.

“De landbouw kent alleen gouden tijden bij schaarste”, merkt François Huyghe op. Huyghe gaf bij de verschillende sectoren uitleg bij de rentabiliteitsindexen die Boerenbond per sector berekent. Zijn boodschap is duidelijk: “Risicobeheer wordt meer en meer maatwerk op bedrijfsniveau. Denk aan de brede weersverzekering, maar daarmee ben je nog niet tegen de uitspraken van Trump verzekerd. Daar is meer voor nodig. Het GLB na 2020 moet bedrijven van nuttige instrumenten voorzien om zich beter te wapenen, individueel of in groep, in een producentenorganisatie of coöperatie.” 

Deel deze pagina: