Ook voor verwerker Inex vormt PAS-ontwerp een ernstige bedreiging

11 mei 2022

Inex is een begrip in Bavegem en ver daarbuiten. Met 450 personeelsleden is het de grootste werkgever in de regio. Afgelopen jaren kon het bedrijf stevig groeien, wat bijkomende ontwikkelingsmogelijkheden bood voor melkveehouders en voor het eigen personeel. Het PAS-akkoord zoals het nu voorligt, vormt evenwel een ernstige bedreiging voor toekomstige ontwikkelingen.

Als lid van de vierde generatie heeft Catherine Pycke al heel wat stormen zien komen, uitrazen en weer wegtrekken. Ook nu blijft de voorzitter van Inex strijdvaardig en geloven in de toekomstkansen. What doesn’t kill you, makes you stronger. Toch is ook zij ongerust over de gevolgen van de het PAS-akkoord voor de hele keten.

“Ik ben de vierde generatie in ons bedrijf. Veel melkveehouderijen gaan ook over van generatie op generatie. Ik weet wat het betekent om zich aan een levenswerk te wijden. Dat men dan met een pennentrek zo’n levenswerk kan wegstrepen, daar krijg ik koude rillingen van.”

Ontwikkeling van het bedrijf

Inex haalt melk op bij zo’n 500 melkveehouders, allen gelegen in een straal van 120 km rond Bavegem. Vier jaar geleden ging het om een opgehaalde melkveehoeveelheid van 200 miljoen liter, dit jaar is dat 300 miljoen liter. De groei ontstond bij bestaande leveraars, maar er kwamen ook nieuwe bij.

“Onze omzet is in vier jaar met 30% gestegen. We zijn gespecialiseerd in vloeibare zuivelproducten die we naar de markt brengen via alle mogelijke distributiekanalen, van supermarkten over foodservice tot bakkers, patissiers en voedingsindustrie. De laatste jaren ging veel van de extra melk naar lactosevrije producten, Bambix-groeimelk en roomproducten.”

Meer waardering

De hoge melkprijzen zijn momenteel geen goed nieuws voor de zuivelverwerkers, die deze stijging in de kostprijs op korte termijn onvoldoende kunnen doorrekenen naar de klant. Maar een structureel hogere melkprijs ziet Catherine Pycke niet als een probleem, wel integendeel.

“Melk is lang te goedkoop geweest. Een hogere melkprijs brengt meer waardering voor het product. Het zal de consument niet afschrikken, maar het maakt wel een verschil voor de hele voorafgaande keten”, is Catherine overtuigd.

Stilstaan is achteruitgaan

Een hogere melkprijs biedt ruimte voor investeringen voor industrie en melkveehouders. Zo investeerde Inex de laatste jaren fors in een nieuwe milieuvriendelijke PET-flessenlijn voor consumptiemelk, werd de waterzuiveringsinstallatie volledig vernieuwd en kwam er een zonnepaneleninstallatie op het dak met een vermogen van 1 MWpiek.

Die installatie zal dit jaar nog verdubbelen in omvang, waarbij alle elektriciteit op het bedrijf wordt aangewend. “Stilstaan is achteruitgaan. We doen voortdurend investeringen, maar we hebben ook te maken met stijgende kosten voor bijvoorbeeld verpakkingen en energie.”

Omzet geen doel

Ook stijgende kosten moeten opgevangen worden door een stijgende omzet; dat is voor melkveehouders niet anders.

“Een grotere omzet is voor ons geen doel op zich. Ons doel is om voor onze klanten steeds meer toegevoegde waarde te bieden. Dat kan op het niveau van het product zelf zijn, maar ook op het vlak van verpakking of logistiek."

"Het is echter een illusie om te denken dat we kunnen blijven groeien zonder ook in volume te groeien. Je kan niet blijven investeren of stijgende kosten dekken door minder te produceren.”

ef
tgt
Socio-economische gevolgen

De gevolgen van het stikstofakkoord voor de ontwikkeling van de melkveebedrijven, beïnvloedt rechtstreeks de ontwikkelingsmogelijkheden voor zuivelverwerkers zoals Inex. “Wij zitten in dezelfde boot als de melkveebedrijven. Als zij ontwikkelen, kunnen wij ontwikkelen. Als zij minder melk mogen produceren, kunnen wij minder melk verwerken.”

Het is de evidentie zelve, maar het stoort Catherine Pycke dat deze gevolgen niet voorafgaand in rekening werden gebracht via een socio-economische studie. Want die gevolgen zijn er, zowel in de primaire sector als in de verwerkende industrie.

Onzekerheid

Onder de Inex-melkleveraars bevinden zich een aantal rode bedrijven die vervroegd moeten stoppen. Andere bedrijven zijn oranje of verkeren in grote onzekerheid.

“De rechtsonzekerheid is funest. Ik begrijp dat melkveehouders zich momenteel vragen stellen. Wat gebeurt er met de melkveehouders die overblijven? Wat brengt de toekomst voor hen? Kunnen ze nog investeren, mogen ze nog ontwikkelen? Dat heeft onherroepelijk negatieve gevolgen voor ons, al zal de impact pas echt duidelijk worden eens het akkoord in voege treedt.”

uku
Ontwikkelingskansen gefnuikt

Pycke hoopt dat melkveehouders en verwerkende industrie solidair hun stem laten horen. “Als de Belgische zuivelsector onvoldoende melk kan leveren, bestaat het risico dat supermarkten de vrachtwagens met melk wel uit het buitenland laten aanrukken. Maar is het dat wat men wil? Wij zijn als zuivelbedrijf twee keer aan ons land gebonden. Onze leveraars zitten lokaal, en onze klanten zitten lokaal."

"Mijn boodschap aan de beleidsmakers is om onze sector te koesteren. Corona en de Oekraïnecrisis hebben duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om niet afhankelijk te zijn van buitenlandse productie. Het stikstofakkoord zoals het nu voorligt doet onze eigen landbouw en industrie te kort. We schieten onszelf in de voet door onze ontwikkelingskansen te fnuiken, en dat vind ik onbegrijpelijk.”

"Wij zitten in dezelfde boot als de melkveebedrijven"

Toekomst mogelijk maken

Zelf gelooft Catherine Pycke in de bijdrage van technologische ontwikkelingen om de stikstofuitstoot anders en beter aan te pakken. “Laat de wetenschap haar werk doen. Er zijn al oplossingen ontwikkeld. Laat ons die in de praktijk brengen en testen op hun degelijkheid. Het wetenschappelijk comité dat innovatieve stikstofreducerende technieken kan erkennen moet zo snel mogelijk geïnstalleerd worden.”

De evolutie van Inex in de afgelopen decennia geeft Catherine de moed en het geloof dat de sector ook dit probleem kan aanpakken op een manier die ecologie en economie verzoent. “Wij zien melk als een heel mooi, edel product dat de natuur ons biedt. Er zal altijd een toekomst voor zijn. Maar beleid en sector zullen aan hetzelfde zeel moeten trekken om die toekomst mogelijk te maken.”