Menu

Ook voor barema’s tuinbouw en pluimvee is bijsturing noodzakelijk

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Eind april werden in Boer&Tuinder de aanpassingen van de barema’s in de landbouw aangekondigd. Zowel voor melkvee, varkens als de aardappelteelt werden een aantal progressies ingevoerd. Ook voor tuinbouw en pluimvee is er een akkoord voor een aantal aanpassingen en/of vernieuwingen.

Gery Phlypo, SBB Accountants & Adviseurs

Tuinbouw

Voor alle tuinbouwbarema’s wordt een systeem van fictieve oppervlakte ingevoerd. De berekening van deze oppervlakte gebeurt op basis van de forfaitaire omzet per barema tuinbouw (met een verhoging van 15%). Het systeem van fictieve oppervlakte, berekend op basis van kilo’s tot inkomsten 2019 van toepassing in het hardfruit, steenfruit, bessen en aardbeien wordt dus vervangen door deze nieuwe berekeningsmethode.

Voor bedrijven die onder de gecumuleerde omzet van 115% van de aangegeven forfaitaire tuinbouwteelten vallen, wijzigt er niets. Zij geven hun inkomen aan op exact dezelfde manier als vorig jaar. Voor de omzet wordt rekening gehouden met het kalenderjaar, uitgezonderd de witloofteelt en het hardfruit. Hier wordt de omzet van het seizoen berekend, zoals ook in de berekening van deze forfaits gebeurt.

Nieuw is dat de berekening gebeurt op bedrijfsniveau (omzet tuinbouw), niet per teeltniveau. De bijkomende oppervlakte wordt belast aan semi-brutowinst voor alle aangegeven tuinbouwteelten.

Op deze fictieve oppervlakte mogen seizoenlonen in mindering gebracht worden, enerzijds gerechtvaardigde lonen (loonwerken plus bewezen lonen werknemer), anderzijds via globaal te verantwoorden lonen (20,20%).

Onder tuinbouwbedrijven wordt verstaan: groenteteelt (zowel glas (grondteelt) als openlucht), witloofteelt, aspergeteelt, aardbeienteelt, druiven, de teelt van steenfruit (pruimen, kersen, krieken), de teelt van hardfruit (appelen, peren), bessen en tot slot de sierteelt (plantenkweek, boomteelt, chrysanten, snijbloemen).

Voor de bedrijven met een zeer kleine land- en tuinbouwomzet (< 50.000 euro) is er geen verplichting voor de berekening van de fictieve oppervlakte.

Deze wijziging is van toepassing voor de aangifte van de inkomsten 2020 aanslagjaar 2021, dus voor de aangifte van dit najaar.

Hieronder enkele voorbeelden (cijfers komen uit de forfaits van inkomsten 2020).

Bedrijf met enkel oppervlakte witloof Brabant als tuinbouwteelt.

  • Stel: bedrijf met 14 ha witloof (forfaitaire omzet 220,87 euro per are). Reële omzet: 350.000 euro voor de periode van 1 augustus 2019 tot 31 juli 2020.
  • Berekening: 1400 x 220,87 x 1,15 = 355.600 euro
  • Reële omzet: (350.000 gedeeld door 355.600 = 0,9843, dit wil zeggen < 1, dus geen aanpassing van de oppervlakte -  bedrijf onder de 115% gecumuleerde omzet.

Bedrijf met oppervlakte van 10 ha prei samen met 70 are koud glas in West-Vlaanderen.

Stel: de reële omzet tuinbouw voor 2020 is 425.000 euro.

  • De ‘verbeterde forfaitaire omzet’ van dit bedrijf: (prei 1000 x 204,3546 x 1,15 = 235.007,79) + (koud glas 70 x 1309,517 x 1,15 = 105.416,12), samen 340.423,91 euro.
  • Reële omzet: 425.000 euro gedeeld door ‘verbeterde forfaitaire omzet’ 340.423,91 euro = 1,2484 – dit wil zeggen zowel de oppervlakte prei als de oppervlakte van het koud glas verhogen met 24,84%.
  • Besluit: oppervlakte 1000 are prei aan semi-brutowinst 110 euro per are, 2484 are prei fictieve oppervlakte aan 110 euro per are, oppervlakte koud glas 70 are aan semi-brutowinst aan semi-brutowinst 727 euro per are, 17,38 are (70 x 24,84%) fictieve oppervlakte koud glas aan 727 euro per are;

Bedrijf in de Noorderkempen met zowel 1 ha substraatglas twee oogsten, met 150 are substraat plastic serre koud en 200 are wandelkappen.

  • Stel: de reële omzet tuinbouw voor 2020 is 1.200.000 euro.
  • De ‘verbeterde forfaitaire omzet van dit bedrijf (substraatglas 100 x 4227,50 euro x 1,15 = 486.162,50 euro) + (150 x 2660 x 1,15 = 458.850) + (200 x 960 x 1,15 = 220.800), samen 1.165.812 euro.
  • Reële omzet: 1.200.000 gedeeld door ‘verbeterde forfaitaire omzet’ 1.165.812 = 1,0293 – dit wil zeggen zowel de oppervlakte substraatglas twee oogsten, de oppervlakte plastic serre koud als de oppervlakte wandelkappen verhogen met 2,93%.
  • Besluit: oppervlakte 100 are substraatglas twee oogsten aan semi-brutowinst 2545euro per are, 2,93 are (100 x 2,93%) substraatglas fictieve oppervlakte aan 2545 euro per are, oppervlakte substraat plastic koude serre aan 1521euro per are, tevens 4,40 are (150 x 2,93%) substraat plastic fictieve oppervlakte aan 1521euro per are, tot slot 200 are wandelkappen aan 694 euro per are en 5,86 are (200 are x 2,93%) fictieve oppervlakte wandelkappen aan 694 euro per are.

Bedrijf in Limburg met zowel plantages appelen als peren.

  • Stel: appelen 10 ha, waarvan 8 ha zevende groei-jaar, 2 ha vijfde groei-jaar. Daarnaast 15 ha peren, waarvan 10 ha negende groei-jaar, 4 ha zesde groei-jaar en 1 ha vierde groei-jaar.
  • Reële omzet: van hardfruit 600.000 euro voor de periode van 1 augustus 2020 tot en met 31 juli 2021.
  • De forfaitaire omzet van appelen zevende groei-jaar bedraagt 19.203,36 euro (de forfaitaire ontvangsten voor het eerste tot het zesde jaar worden bekomen door dit bedrag te beperken tot respectievelijk 10, 30, 50, 70, 80 en 90%) De forfaitaire ontvangsten voor peren negende groei-jaar zijn 17.382,62 euro (de forfaitaire ontvangsten voor het eerste tot het achtste jaar worden als volgt berekend: zij worden beperkt tot respectievelijk 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70 en 85%).
  • De verbeterde forfaitaire omzet voor dit bedrijf is: zevende groei-jaar appel(8 ha x 19.203,36 x 1,15) + vijfde groei-jaar appel (2 ha x 19.203,36 x 80% x 1,15) + negende groei-jaar peren (10 ha x 17.382,62 x 1,15) + zesde groei-jaar peren (4 ha x 17.382,62 x 60% x 1,15) + vierde groei- jaar (1 ha x 17.382,62 x 40% x 1,15) = 467.877,25 euro
  • Reële omzet bedrijf: 600.000 euro gedeeld door verbeterde forfaitaire omzet 467.877,25 euro = 1,2824%
  • Besluit: de oppervlakte appelen verhoogt voor het zevende groei-jaar van 8 ha met 28,24% naar 10.26 ha, belast aan semi-brutowinst 8961euro, het vijfde groei-jaar appelen verhoogt van 2 ha naar 2,56 ha, belast aan semi-brutowinst 5911 euro, het negende groei-jaar peren verhoogt van 10 ha naar 12,82 ha, belast aan semi-brutowinst 6830 euro, het zesde groei-jaar peren verhoogt van 4 ha naar 5,13 ha, belast aan 1623 euro. Het vierde groei-jaar is niet aan te geven oppervlakte.

Pluimvee

Voor de braadkippen wordt een progressie ingevoerd voor de grotere bedrijven. Voor bedrijven met meer 250.000 opgezette kuikens wordt een verhoging gedaan van de semi-brutowinst van 0,0005 euro per 1000 kuikens tot 500.000 kuikens; voor de opgezette kuikens tussen 500.000 en 750.000 wordt een bijkomende toeslag verrekend van 0,00025 euro per 1000 kuikens; boven de 750.000 kuikens wordt er geen bijkomende toeslag verrekend.

Voorbeeld.

  • Stel: een bedrijf met 800.000 opgezette kuikens in het jaar 2020.
  • Berekening:
    • 250.000 x 0,0487 semi-brutowinst = 12.175 euro (eerste 250.000 kuikens);
    • 250.000 x (0,0487+ (250 x 0,0005 = 0,125) = 43.425 euro (van 250.000 tot 500.000);
    • 250.000 x (0,0487 + 0,125 + (250 x 0,00025 = 0,0625) = 59.050 euro (van 500.000 tot 750.000);
    • 50.000 x (0,0487 + 0,125 + 0,0625) = 11.810 euro (750.000 naar 800.000);
  • Totaal semi-brutowinst voor dit bedrijf in 2020 = 126.840 euro.
  • Besluit: voor de betere bedrijven in de tuinbouw en bij de braadkippen is er vanaf 2020 een verhoogde semi-brutowinst van toepassing. Voor de tuinbouw gebeurt de berekening op basis van de omzet op bedrijfsniveau – voor de bedrijven waarvan de totale omzet tuinbouw niet hoger is dat 115% van de verbeterde forfaitaire omzet (forfaitaire omzet van alle aangegeven tuinbouwteelten x 1,15) is er geen verhoging. Voor pluimvee is er een progressie voor bedrijven met meer dan 250.000 opgezette braadkippen. Voor de eerste 250.000 braadkippen is er geen verhoging.

Meer informatie

Sector: