Menu

Ook jij kunt een PAS-maatregel indienen

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Ammoniak heeft een schadelijk effect op de lucht, de bodem en het water. De PAS-lijst bevat heel wat maatregelen die je kunt nemen om de ammoniakemissie uit je stallen te doen dalen. Hoe ziet die PAS-lijst eruit en hoe kun je zelf een maatregel indienen? We vroegen het aan PAS-coördinator Eva Brusselman en Peter Demeyer, voorzitter van het Wetenschappelijk Team (WT) van het ILVO.

Eva Brusselman is PAS-coördinator en medewerker op het Wetenschappelijk PAS-Secretariaat op de eenheid Technologie en Voeding bij het ILVO. Peter Demeyer is binnen dezelfde eenheid groepsleider Milieutechniek. Ook is hij voorzitter van het Wetenschappelijk Team (WT). Dat is samengesteld uitt experten rond diervoeding, stalmanagement, staltechnieken, ventilatie en emissiemetingen.

Ontstaan van de PAS-lijst

In 2014 verschenen de eerste documenten rond PAS van de Vlaamse overheid. Dat bevatte een soort significantiekader, dat bij de aanvraag van een vergunning bepaalt hoeveel emissie jouw bedrijf mag uitstoten in de omgeving (natuurgebieden of habitats). “Dat eerste kader bepaalde dat oranje bedrijven bij een hervergunning 30% van hun emissie moesten reduceren. Het vormde de start voor de opmaak van een lijst met reducerende emissiemaatregelen voor alle veehouderijsectoren”, schetst Eva Brusselman. Voor varkens- en pluimveebedrijven bestond er sinds 2003 al een lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen (AEA-lijst); de zogenaamde ‘harde’ en redelijk dure staltechnieken. “Maar voor de rundvee- en biologische veehouderijsector bestond die lijst niet”, vervolgt Eva. “Begin 2015 voerde het ILVO een literatuurstudie uit die een overzicht gaf van alle mogelijke reducerende maatregelen voor alle diercategorieën. Op basis daarvan hebben we een voorstel van maatregelen ingediend voor de eerste PAS-lijst. Er werd beslist om de structuur te gebruiken van de AEA-regelgeving, waarvoor de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) verantwoordelijk is. Het WT, dat voor AEA van toepassing was, werd versterkt met experten voor rundvee en voeding om wetenschappelijke adviezen rond reductie te geven. De AEA-lijst bevat staltechnieken en dus geen voedings- of managementmaatregelen. De experten zijn wetenschappers die voor een universiteit werken, een proefbedrijf of bij het ILVO.”

Beoordeling

Na het WT volgt het Administratief Team (AT), waarin medewerkers van alle betrokken administraties (VLM, de afdelingen Milieu-inspectie en Milieuvergunningen, VMM, de dienst MER, ANB en het Departement Landbouw en Visserij) zetelen. Die beoordelen dan (bijvoorbeeld) de borging van de maatregelen, zodat een landbouwer kan aantonen dat hij maatregelen heeft genomen. “Daarnaast bekijkt het AT ook economische aspecten, bijvoorbeeld als een bepaalde techniek niet haalbaar is voor de sector of in strijd is met technieken die in het buitenland worden toegepast”, verduidelijkt Peter. “De AEA-technieken zijn sinds 2004 verplicht voor alle ‘gangbare’ pluimvee- en varkensbedrijven bij een nieuwbouw of een grondige verbouwing, terwijl de PAS-lijst is opgesteld in functie van de bijdrage tot de kritische depositiewaarde van een SBZ (Speciale Beschermingszone of een Natura 2000-gebied)”, aldus Peter.

In september 2015 verscheen de eerste PAS-lijst met 21 maatregelen, vooral voor de melkveehouderij. “De inspiratie werd gehaald bij Nederlandse melkveehouders, die emissiereducerende vloersystemen gebruikten”, vervolgt Eva. “Sindsdien steeg het aantal maatregelen tot 43, waarvan 25 voor de melkveehouderij. Elk halfjaar verschijnt er een nieuwe lijst, afhankelijk van de aanvragen.”

Hoe wordt de PAS-lijst gevoed?

De PAS-lijst wordt via diverse kanalen ‘gevoed’. “Vooreerst lanceren we voorstellen vanuit het ILVO (‘interne pistes’). Daarnaast is er een procedure uitgewerkt voor mensen die nieuwe systemen willen aanbieden”, zegt Eva. In juli 2017 werd het ILVO de verantwoordelijke instantie voor de PAS-lijst. “We plaatsten die toen op  www.ilvo.vlaanderen.be/pas-lijst, met ook een nieuw systeem van indiening. Nadat je dossier ontvankelijk en sterk genoeg wordt bevonden, kan het naar het WT. Naast het Wetenschappelijk is er ook een Administratief Secretariaat bij het Departement Landbouw en Visserij, dat het advies van het WT doorgeeft aan het Administratief Team (AT, zie schema). Per maatregel wordt er een fiche opgemaakt. In de eerste plaats kunnen producenten van technieken (stallenbouwers, voederadditieven- en luchtwasserproducenten, ventilatiespecialisten …) voorstellen indienen en met ons bespreken. Je kunt ook zelf voorstellen indienen via een link op onze website. Je krijgt dan een elektronisch formulier, waarop je vrij eenvoudige vragen vindt. We kunnen ook samenzitten om te bepalen (en bij te sturen) of de maatregel sterk genoeg is voor een dossier. Ook voorstellen voor een andere borging zijn welkom, dan kijken we wat er mogelijk is om dat aan te passen.” De fiches worden achtereenvolgens voorgelegd aan het WT, AT en de vakorganisaties zoals Boerenbond. Uiteindelijk beslist het managementcomité Landbouw en Visserij.

PAS-lijst uitgepluisd

De PAS-lijst bevat 4 types van maatregelen voor melkvee: beweiden, schuiven (mestschuif of -robot, al dan niet in combinatie met sproeien van water), emissiereducerende vloeren (gebaseerd op het zo snel mogelijk van elkaar scheiden van urine en vaste fractie) en luchtwassers (3 types en 2 soorten: de volledig gesloten mechanisch geventileerde melkveestal en de meer open stallen die werken met windschermen). “Het is een mooie opportuniteit om zo’n innovatief systeem op de lijst te zetten onder strenge voorwaarden, waarbij de overheid tegelijk zorgt voor een subsidiekanaal waarin je metingen kunt doen om aan te tonen dat het systeem werkt”, zegt Peter. “Voor vleesvee staat enkel beweiden op de lijst, vandaar dat het ILVO samen met Boerenbond en de overheid fors investeerde om bijkomende technieken in te plannen. Voor vleeskalveren is er een luchtwasser (in mechanisch geventileerde stallen). Bij de varkens heb je drijvende kunststofballen (die in de mestput gedropt worden om het emitterend oppervlak te verkleinen); bij de vleesvarkens kun je het voederadditief benzoëzuur toevoegen of de eiwitopname reduceren. Tot slot is er voor de varkens ook een ‘light AEA-systeem’, zoals schuine putwanden of een rooster met verhoogde mestdoorlaat. Voor pluimvee heb je zowel voor leghennen als vleeskippen een reductie van de voederopname. Bij leghennen is ook leegstand een mogelijke maatregel voor enkele pluimveehouders. Voor de vleeskuikens is snijmaïssilage als strooisel een mogelijkheid. Bij geiten is enkel beweiden een optie.”

Spanningsveld

Bestaat er geen spanningsveld tussen de nood die in de praktijk bestaat aan haalbare, betaalbare technieken om emissies te reduceren en de vele wetenschappelijke onzekerheden die er zijn? “Als we zien dat er potentieel zit in de voorgestelde maatregel(en), proberen we in de mate van het mogelijke te helpen, zodat ze op de PAS-lijst kunnen komen. Maar het kan natuurlijk dat er nog veel onderzoek nodig is, en dan wordt het heel wat moeilijker”, antwoordt Eva.

“We benaderen dat pragmatisch”, pikt Peter in. “Als we zien dat er grote onzekerheden zijn – bijvoorbeeld als de stand van het onderzoek nog niet zover gevorderd is om met zekerheid iets te kunnen besluiten – dan proberen we via modellering en het oordeel van experten de maatregel op de lijst te plaatsen, maar met een zekere veiligheidsmarge. Daarover buigt het WT zich dan”, besluit Peter.

Deel deze pagina: