Menu

Onderscheidend in geitenkaas

Terug naar Actualiteit
Sector: 
De geitenmelkmarkt is een markt met nog heel wat groeipotentieel. Maar de bomen groeien niet vanzelf tot in de hemel. Net als in andere markten moeten verwerkers efficiënt verwerken en zich onderscheiden in de markt. DeJong Cheese zet helemaal in op wrongel en kazen.

Ivan De Clercq

Letterlijk een akker of vier is DeJong Cheese uit Alphen (Nederland) verwijderd van de Belgische grens, en een kilometer of vijf van Baarle-Hertog. Geitenmelkhouder Arjan de Jong startte in 1995 een kaasmakerij. In 2003 verlieten de geiten het bedrijf en kwam de focus helemaal op het verwerken van geitenmelk van collega’s te liggen. Twee jaar geleden werd een nieuwbouw opgetrokken, als onderdeel van een vernieuwingstraject voor de hele site. Hoewel groei geen doel op zich is, denkt bedrijfsleider Arjan de Jong de hoeveelheid verwerkte melk de komende jaren met de helft te kunnen doen toenemen.

Waarom maakten jullie de switch van geitenmelk produceren naar geitenmelk verwerken?

“Op een gegeven moment moet je de keuze maken. De eigen melk maakte nog zo’n 10% uit van alle verwerkte melk. Bovendien vond de Nederlandse tegenhanger van het FAVV het ook niet optimaal om zo dicht tegen de verwerking geiten te houden. Maar we zitten nog steeds op dezelfde locatie. De kantoren hier bevinden zich op de hooizolder waar ik vroeger speelde.”

Geitenmelk is een niche, betekent dit dan ook dat het vooral een lokale markt is?

“Neen, al onze afzetkanalen, van industriële maaltijdbereiders, over kaasgroothandels, tot horeca en supermarkten hebben we meteen ook internationaal benaderd. We voeren inmiddels uit naar 30 landen, ook buiten Europa. Maar de ons omringende landen zijn de belangrijkste afzetmarkten. We proberen ons te onderscheiden, zetten in op specialiteiten en nieuwe producten. Zo waren we de eerste met verkruimelde geitenkaas, en ook onze brie-geitenkaas is uniek.”

Grondstoffen zoals room of mageremelkpoeder vormen in de koemelkverwerking het fundament van de melkprijs. Moet de geitenmelksector hier ook meer op inzetten?

“In dat verhaal stappen wij in ieder geval niet mee. Wij zien andere partijen inzetten op volume, en op het verschepen van poeder naar het Oosten. Maar voor mij gaat dit voorbij aan het belang van de boer. Je moet niet afhankelijk willen zijn van landen die onze West-Europese waarden niet delen en Europa en de VS tegen elkaar uitspelen, denken we bijvoorbeeld maar aan varkensvlees. Afzet creëren in onze ruime omgeving staat bij ons nadrukkelijk boven volume creëren. We willen bovendien nog meer de verschuiving maken van halffabrikaten zoals wrongel naar consumentenkazen.”

Zijn jullie niet bang voor de andere reflex: in landen zoals Frankrijk en Spanje, maar ook het Verenigd Koninkrijk kiest men meer voor binnenlandse productie?

“Neen, simpelweg omdat veel landen te weinig geitenmelkhouders hebben. De consumptie per hoofd is in de ons omringende landen ook lager dan in België en Nederland. Wij zien zeker nog groeimogelijkheden.”

Voor consumentenproducten wordt er steeds meer nadruk gelegd op duurzaamheid. Kunnen jullie hiervoor als relatief kleine speler een kwaliteitscontrolesysteem opzetten?

“Alle boerderijen werken volgens het ketenkwaliteitssysteem ‘KwaliGeit.’ Het is ook voor de Belgische omgeving aangepast zodat ook deze boeren ermee aan de slag kunnen. Wij zijn voorstander om duurzaamheid als sector op te pakken, en niet als onderling concurrentiemiddel te zien. De consument wil er immers niet of weinig voor betalen. Dat neemt niet weg dat we duurzaamheid ter harte moeten nemen. Maar als supermarkten extra eisen stellen, moeten ze er ook een correcte vergoeding tegenoverstellen.”

Alle geitenmelk is bij jullie VLOG-gecertificeerd. Een keuze van het hart of het hoofd?

“Duitsland is onze belangrijkste markt, dat is de reden waarom alles bij ons VLOG-melk is. Ik ben er zelf niet van overtuigd dat VLOG-melk een blijver is. De consument moet waarde hechten aan dat zoveelste icoontje erbij op de verpakking, zo niet is het gedoemd om vroeg of laat te verdwijnen. Dat neemt niet weg dat de lat op tal van vlakken steeds hoger zal komen te liggen, maar wij zien dat eerder in de standaard voor alle melk gebeuren.”

Op het vlak van dierenwelzijn is de behandeling van geitenbokjes een hot item. Hoe kijken jullie hier tegenaan?

“Voor een deel was het negatieve stemmingmakerij om de sector in een slecht licht te stellen. Onterecht, geitenhouders hebben niets te verbergen. De dieren liggen er ruim in het stro en worden er goed verzorgd. Maar we nemen de problematiek van de geitenbokjes ernstig. Wij kunnen garanderen dat alle geitenbokjes op de bedrijven waar we mee samenwerken de tijd krijgen om goed verzorgd op te groeien. Belgische geitenhouders hebben dit veelal zelf al goed geregeld, merken wij.”

Welke eisen stellen jullie zelf aan jullie geitenhouders? Het lijkt dat jullie vooral de grotere bedrijven aantrekken.

“Duizend geiten per bedrijf is vandaag de dag niet uitzonderlijk meer. Wij hebben zowel grotere als kleinere bedrijven als leverancier. Wij mikken wel op een ‘premium’-geitenhouder: iemand met een scherpe blik, die graag met zijn vee omgaat. De aantallen in de geitenhouderij zijn groter, en een geit vraagt aandacht. Geitenhouders moeten bezig willen zijn met kwaliteit en dierenwelzijn.”

Heeft de Belgische markt van geitenmelkers aantrekkelijkheid verloren, nu het PAS-verhaal na Nederland ook in België leidt tot moeilijke vergunningenverlening?

“Een vergunningenstop is voor mij een vorm van concurrentievervalsing die niet overeind te houden is in Europa. De landbouwsector mag niet de zondebok zijn voor een hele maatschappij. Ik hoop dat nieuwe inzichten en technieken verdere ontwikkeling in België en Nederland mogelijk maken. Langs de ene kant is een beperking op volumes goed, omdat het voor een vraagmarkt zorgt. Maar langs de andere kant moet een gezonde sector altijd een beetje kunnen groeien.”

Hoe verloopt jullie begeleiding naar de geitenhouders? Wat zijn aandachtspunten?

“Die begeleiding verzorg ik zelf, vanuit mijn ervaring als geitenhouder. Boeren kunnen mij altijd bellen, wat gezien onze beperkte schaal ook mogelijk is. Vanzelfsprekend hechten wij belang aan kwaliteitsparameters zoals het kiemgetal. In het rantsoen zien we het liefst niet al te veel mais, gezien de invloed op de smaak. Hoe verser wij de melk bij ons krijgen, hoe beter.”

Hoe verloopt de melkprijsvorming bij jullie?

“We hebben geen premiestelsels. De Nederlandse boerenorganisatie LTO publiceert een tweemaandelijkse melkprijsvergelijking, waar we ook aan meedoen. Je mag van niemand verwachten dat ze altijd de hoogste prijs uitbetalen. Maar in normale marktomstandigheden, gezien de specialiteiten die wij hebben, slagen we er altijd in om bovengemiddeld te betalen. Onze ambitie is om minimaal in de top drie te eindigen, en dat lukt ons ook. Als het nodig is, doen we dat zelfs via een nabetaling.”

Normale marktomstandigheden zijn er het afgelopen anderhalf jaar weinig geweest. Hoe hebben jullie corona overleefd?

“In onze consumentenproducten hebben we het niet gevoeld, maar wel in onze horecakanalen, normaal goed voor een vijfde van onze omzet. Die viel weg. Wij hebben toen de keuze gemaakt om niet aan dure en risicovolle voorraadopbouw te doen, maar minder omzet te draaien door minder melk vanop de spotmarkt te kopen. Nu de meeste landen versoepelen en de horeca weer opengaat, is het vanaf mei-juni drukker dan ooit tevoren. Die piek zal wellicht ook tijdelijk zijn, maar we zijn ervan overtuigd dat als de markt opnieuw genormaliseerd zal zijn, de goede toekomstperspectieven zullen blijven.”

Meer informatie

Sector: