Menu

Nieuwe Vegaplan Standaard vanaf 4 december

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Naar aanleiding van de goedkeuring van de nieuwe sectorgids door het FAVV publiceerde Vegaplan versie 3.0 van de Vegaplan Standaard voor Primaire Plantaardige Productie. Die werd uitgewerkt in nauw overleg met bevoegde overheden, afnemers en landbouworganisaties. We vroegen aan coördinator Brigitta Wolf en adviseur Mathias De Backer van Vegaplan welke de belangrijkste wijzigingen zijn.

Patrick Dieleman

Belangrijke wijzigingen

“Waterkwaliteit is een eerste belangrijk aandachtpunt, vooral voor groenten en fruit voor de versmarkt en voor directe verkoop”, reageert Brigitta Wolf. “De landbouwer moet per teelt en apart voor de voor- en naoogstbehandelingen de waterbronnen waarvan hij gebruikt maakte, zoals bijvoorbeeld grond-, leiding- en hemelwater, in kaart brengen en identificeren. Bovendien is het nodig om een risicoanalyse uit te voeren.” Mathias legt uit dat ze als hulpmiddel twee beslissingsbomen hebben uitgewerkt die de landbouwer hierbij kunnen begeleiden aan de hand van ja/nee-vragen. “Bij irrigatiewater maken we bijvoorbeeld een verschil naargelang het product rauw geconsumeerd wordt en of het water al dan niet in contact komt met het te oogsten product (figuur 1). Irrigatiewater voor aardappelen komt bijvoorbeeld niet in contact met het product, en dan zijn de eisen minder streng. Voor sommige toepassingen zijn analyses vereist. Gebruik je bijvoorbeeld een waterbron die kwetsbaar is voor verontreiniging, dan moet je twee analyses per jaar uitvoeren. Maar als je het water uit een kwetsbare bron ontsmet, volstaat één analyse. Bij naoogstbehandelingen maken we een onderscheid tussen producten die gekookt, geschild of grondig gespoeld worden en producten ‘klaar voor consumptie’ (figuur 2). Bij die laatste maken we ook nog een verschil tussen eerdere spoelbeurten en de laatste beurt, waarbij ‘schoon water’ voor de voorgaande wasbeurten en water van ‘microbiologische drinkkwaliteit’ bij de laatste spoelbeurt nodig is.

Een tweede belangrijke aandachtspunt is de kwaliteit van de gebruikte plastic folie bij het bewaren van ruwvoeder. “Die mag geen risico inhouden voor de dierlijke gezondheid. De toeleverancier moet een schriftelijke bevestiging (certificaat, verklaring op eer, productfiche ...) verstrekken betreffende de kwaliteit van de plastic in functie van het voorziene gebruik ervan. Het is belangrijk om te weten dat mais die nu ingekuild wordt nog onder versie 2 van Vegaplan valt. Volgend teeltseizoen is dat anders.”

Een derde punt is de tussentijdse opslag bij derden. “Die moeten ook Vegaplan gecertificeerd zijn of volgens een gelijkwaardige standaard in de landen waar we een akkoord mee hebben, zoals VVAK in Nederland. Als dat niet het geval is, moet de auditor de bewaring ter plaatse controleren.”

4 december

De Vegaplan Standaard versie 3.0 treedt definitief in werking op 4 december. Vanaf dan zal men tijdens de audit deze nieuwe versie gebruiken. Indien beide partijen er klaar voor zijn, kan versie 3.0 echter al vroeger worden gebruikt. Het is dan ook aangeraden om zo snel mogelijk kennis te nemen van de nieuwe versie en ermee aan de slag te gaan. Je kan het nieuwe lastenboek downloaden via www.vegaplan.be, waar je ook een checklist op maat kan genereren. Er is ook een handleiding ter beschikking met pictogrammen, invullijsten en procedures om je zo eenvoudig mogelijk in orde te stellen met de vereiste vermeldingen en registraties.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: