Nieuwe genetische technieken gewikt en gewogen

29 januari 2024

Alle levende wezens op aarde bevatten genetisch materiaal. Dat bepaalt hoe een organisme eruitziet en functioneert. Al eeuwen proberen mensen die biologische eigenschappen te regelen en te selecteren, bijvoorbeeld door dieren te fokken en planten te kruisen. Nu wordt plantenveredeling vooral ingezet om gewassen beter bestand te maken tegen bijvoorbeeld droogte, ziekten en plagen. Nieuwe technieken werken sneller en met meer precisie.

Allerlei soorten gewassen – zoals granen, aardappelen, fruit en groenten – worden voortdurend verbeterd sinds ze verbouwd worden. In eerste instantie probeerde men vooral de opbrengst te verhogen, later verschoof de nadruk naar kenmerken zoals smaak, voedingswaarde en houdbaarheid. Tegenwoordig zetten we plantenveredeling vooral in om onze planten beter bestand te maken tegen bijvoorbeeld droogte, ziekten en plagen. Dat kan met conventionele methodes maar die nemen vaak vele jaren in beslag en zijn arbeidsintensief, vooral bij gewassen die genetisch complex zijn, zoals onder meer tarwe.

Aanvulling op klassieke veredeling

Nieuwe genetische technieken stellen ons in staat om hetzelfde te doen, maar weliswaar sneller en met meer precisie. Met name de techniek Crispr-Cas – of kortweg Crispr – maakt het een stuk eenvoudiger om kleine aanpassingen te doen aan erfelijk materiaal. Het is precies deze techniek die op dit moment in de belangstelling staat. Kennis over genen en hun functie in combinatie met Crispr-Cas, stelt veredelaars in staat om sneller en efficiënter planten te veredelen dan met conventionele veredeling. Binnen twee tot vier jaar kunnen veredelaars dan een verbeterd ras hebben, bijvoorbeeld een tomaat met extra veel voedingsstoffen of een tarweplant die bestand is tegen droogte.

Vijf jaar geleden oordeelde het Europese Hof van Justitie nog dat de techniek onder de strikte wetgeving voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) valt. Dat zal dus mogelijk veranderen. De Europese Commissie deed vorige zomer een nieuw voorstel waarin wordt geadviseerd om de regelgeving te versoepelen. Concreet stelt de Europese Commissie voor om sommige genetische technieken (de zogenaamde new breeding techniques) eenvoudiger toe te laten.

Wat doet Crispr-Cas exact?

De bekendste nieuwe genetische techniek heet Crispr-Cas. Dat is een complex enzym dat bestaat uit twee delen. Het Crispr-deel herkent de plek in het DNA waar een ingreep moet komen. Het Cas-gedeelte werkt als een schaartje. Het knipt het DNA heel precies op de aangewezen plek. Door gericht te knippen is het bijvoorbeeld mogelijk om een gen stil te leggen. Maar ook toevoegen van genetisch materiaal is met deze techniek mogelijk. Er komen de laatste jaren meer technieken bij, die op eenzelfde manier werken, zoals Talen en MAD7. Elk van deze technieken kan op verschillende manieren worden gebruikt om allerlei resultaten en producten te verkrijgen. Sommige veranderingen die bekomen worden via nieuwe genetische technieken kunnen ook op natuurlijke wijze of met behulp van conventionele veredeling ontstaan. Bij andere producten kan er sprake zijn van meerdere en uitgebreide doelbewuste veranderingen. In de meeste gevallen leiden deze nieuwe technieken alvast tot meer doelgerichte, nauwkeurigere en snellere veranderingen dan conventionele veredelingstechnieken.

Met behulp van nieuwe genetische technieken (NGT) kunnen de juiste kenmerken geïdentificeerd en geselecteerd worden uit het eigen DNA van de plant of uit een verwante plant. Vervolgens kunnen kwekers nieuwe genetische technieken gebruiken om nieuwe kenmerken te ontwikkelen of bestaande planten nauwkeuriger en sneller te verbeteren dan met behulp van conventionele technieken.

Europees voorstel is ingewikkeld

Het Europees voorstel is best ingewikkeld. Er wordt namelijk een onderscheid gemaakt tussen twee categorieën van planten die door nieuwe genetische technieken verkregen zijn, namelijk rassen die men nu ook met conventionele en toegelaten technieken ontwikkelt (zogenaamde categorie NGT1). Voor veredelaars is dit de meest werkbare categorie. Onder de categorie NGT2 vallen dan weer de rassen waarvan de kans klein is dat veredelaars ze met de nieuwe toegestane technieken ontwikkelen. Deze laatste planten blijven volgens het Europees voorstel onder de bestaande wetgeving voor genetische modificatie (ggo’s) vallen en zodoende blijft hiervoor de huidige strenge ggo-wetgeving van toepassing. Het komt er dus op neer dat enkel NGT1-planten niet meer onder de bestaande ggo-wetgeving zouden vallen.

Inzetten op veelsporige duurzaamheidsstrategie

Binnen een veelsporige strategie van verduurzaming van het landbouw- en voedselsysteem kunnen we in ieder geval het nieuwe, stimulerende regelgevende kader voor nieuwe genetische technieken verwelkomen als tool voor veredelaars om de duurzaamheidsdoelen te realiseren en tegelijk de landbouwproductiviteit en voedselzekerheid te waarborgen. Nieuwe technologieën kunnen immers de veerkracht van land- en tuinbouw helpen vergroten door onder meer oogsten te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering.

Crispr-Cas moet daarbij echter niet gezien worden als een wondermiddel; we moeten ook bestaande plantveredelingsmethodes blijven benutten én verschillende innovaties combineren. Met al die methodes samen kunnen we sneller inspelen op veranderende omstandigheden, zoals hogere temperaturen en lange periodes van droogte.

Europa komt zeer laat

Net als andere moderne technieken om DNA aan te passen, valt Crispr-Cas vandaag in Europa dus nog steeds onder de ggo-wetgeving. Dat beoordeelde het Europese Hof van Justitie in 2018. Daarmee is de techniek weliswaar niet verboden. Producten behandeld met Crispr-Cas moeten wel een extra toelatingstraject doorlopen. Dat moet de veiligheid van de producten garanderen. Volgens veredelaars zijn de kosten die daarbij komen kijken zo hoog en de procedures zo tijdrovend, dat voor hen het gebruik van Crispr-Cas in de EU praktisch niet uitvoerbaar is. In bijvoorbeeld de VS, China en Argentinië valt Crispr-Cas buiten de ggo-wetgeving.

In 2019 startte de Europese Commissie een langdurig traject om te onderzoeken of ook in Europa de regelgeving rondom moderne DNA-aanpassingstechnieken soepeler kan voor het gebruik bij gewassen. Pas halverwege 2023 kwam de Commissie met een voorstel voor vernieuwing van de regelgeving. Over dat voorstel moeten de lidstaten, waaronder België, nog stemmen. Europa is zeer laat met dit voorstel. Het komt er vandaag op neer dat de hele wereld de nieuwe technieken al toepast, behalve Europa.

De hele wereld past de nieuwe technieken al toe, enkel Europa blijft achter.

Wikken en wegen

Nieuwe genetische technieken kunnen bijdragen aan de transitie naar een duurzamer landbouw- en voedselsysteem en de externe afhankelijkheid van de EU op het gebied van agrovoedingsproducten helpen verminderen.

Land- en tuinbouwers zouden kunnen profiteren van een ruimere keuze aan planten die voldoen aan de behoeften van de sector, zoals klimaatbestendigheid, plaagresistentie, een hogere opbrengst en een verminderd gebruik van meststoffen en plantenbeschermingsmiddelen.

Toch zijn er een aantal aandachtspunten die we niet uit het oog mogen verliezen. Zo wijst de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) in haar advies op een aantal landbouwkundige uitdagingen. Meer bepaald moet voor ontwikkelaars de toegang tot genetisch materiaal verzekerd blijven met het oog op de ontwikkeling van nieuwe rassen (de zogenaamde breeders exemption). Ook de toegang van landbouwers tot het reproductief materiaal (zaden) moet verzekerd blijven (het zogenaamde farmers privilege). Dat laatste houdt in dat een landbouwer het zaad van zijn landbouwgewassen, bedoeld voor consumptie of verwerking, mag gebruiken om het opnieuw te planten op zijn eigen bedrijf. De landbouwer heeft hier geen toestemming voor nodig van de kwekersrechthouder.

De nieuwe genetische technieken hebben heel wat potentieel, maar tegelijk zal hun implementatie niet alle teeltkundige uitdagingen kunnen aanpakken. De verduurzaming van de sector zal zich op meerdere sporen voortbewegen. Daarom is het van belang dat het beleid ook het onderzoek naar en de (begeleiding bij de) implementatie van agro-ecologische en biologische praktijken blijft ondersteunen. De compatibiliteit van diverse vormen van teeltverduurzaming zal de instrumentenkoffer van de land- en tuinbouwer in een veranderend klimaat verder kunnen en moeten helpen verrijken. De SALV vraagt tevens dat planten en afgeleide producten die op basis van nieuwe genetische technieken zijn ontstaan, onderworpen worden aan een grondige risicoanalyse naar de effecten naar milieu, biodiversiteit maar ook op mogelijke effecten op de menselijke en dierlijke gezondheid.

Bio, kleine en nieuwe teelten

Zowel SALV, maar ook Copa-Cogeca wijzen op de impact van het verbod op de implementatie van deze technologische innovatie op de concurrentiekracht van de biologische productie. De SALV vindt het een goede zaak dat met het oog op de transparantie en de bescherming van de biologische productie er een verplichte labeling wordt uitgerold voor reproductief materiaal dat op basis van nieuwe genetische technieken ontwikkeld is. Zowel volgens Copa-Cogeca als de SALV moet er verduidelijkt worden hoe de beschermende maatregelen ten overstaan van de biologische productie adequaat in de praktijk kunnen worden gehandhaafd. Er wordt dan ook op gewezen dat een impactstudie rond biologische landbouw noodzakelijk is.

Verder is het noodzakelijk dat onderzoek gestimuleerd wordt naar nieuwe genetische technieken in kleine en nieuwe teelten in Vlaanderen. Voor de grotere teelten zoals aardappelen, granen en mais is de basiskennis over het genoom alvast uitgebreider dan voor lokale teelten.

Concluderend stelt Copa-Cogeca dan ook voor om het voorstel van de Europese Commissie aan te nemen, vergezeld van een aantal amendementen.

Belgisch voorzitterschap speelt belangrijke rol

Giel Boey, adviseur Internationaal beleid, Studiedienst: “Het NGT-dossier zal tijdens het Belgisch voorzitterschap behandeld worden. Federaal landbouwminister Clarinval maakte van de behandeling van het dossier onder het voorzitterschap van de Raad van de EU een prioriteit, al kon België geen consensus vinden en moest het onthouden in eerdere besprekingen. Ook het Europees Parlement zal het dossier behandelen, waarna er tussen de twee instellingen overeenstemming moet worden gezocht. Voor de sector is het van groot belang dat er een kader komt, zodat de vruchten van deze nieuwe technieken kunnen worden geplukt. Indien de EU de lat steeds hoger legt via zijn brede Green Deal-strategie moet men er ook voor zorgen dat het een deal wordt en niet alleen de hogere ambities en doelstellingen overblijven. Werken aan oplossingen stond niet hoog genoeg op het lijstje van de EU-Commissie de afgelopen jaren. Een Europees werkbaar NGT-kader kan boeren nochtans in staat stellen bepaalde ambities haalbaar en betaalbaar in te vullen en aldus met technologische oplossingen verder te verduurzamen.”