Menu

Terug naar Actualiteit >Naar meer evenwicht in de keten

Alle regio's
Alle sectoren

Een eerlijke prijs is maar één aspect van eerlijke handel. Wat een goede eenheidsprijs lijkt, kan verworden tot een slechte deal zonder goede afspraken over hoeveelheid en kwaliteit. Daarnaast worden risico’s en kosten nogal gemakkelijk doorgeschoven. Onevenwicht in de onderhandelingsmacht ligt aan de basis van dit probleem. Contractuele vrijheid is essentieel, maar er zijn grenzen. Europese en nationale wetgevers nemen initiatief om die grenzen af te bakenen en weer evenwicht te brengen rond de onderhandelingstafel.

Europa legt de lat

Vrije concurrentie in een eengemaakte Europese markt is een basisprincipe van de Europese Unie. Toch stuurt Europa bij waar nodig. Vooral op het vlak van landbouw kent Europa een lange traditie, met het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Opeenvolgende hervormingen hebben de sector weliswaar opnieuw laten aansluiten met de markt, maar tegelijk versterkte Europa de ruimte om collectief te onderhandelen in de markt zelf (via producentenorganisaties) of zichzelf te organiseren rond de markt (via brancheorganisaties). Hiermee knoopt Europa opnieuw aan bij een oud succesverhaal van coöperatief ondernemen en interprofessioneel overleg. Wie terugkijkt in de tijd, merkt dat deze structuren net in moeilijke momenten erin geslaagd zijn om een verschil te maken ten gunste van de boer. Europa rekent er duidelijk op dat ze zich opnieuw bewijzen.

Het GLB schept ook een minimaal contractueel kader, voor wie ermee aan de slag wil. Een bescheiden aanzet en inspiratie tot ondubbelzinnige afspraken rond essentiële zaken zoals prijs, hoeveelheid, kwaliteit, betalingstermijnen en overmacht. Met het voorstel rond de aanpak van oneerlijke handelspraktijken trekt Europa nu ook een duidelijke grens. Stuitende praktijken – zoals het eenzijdig wijzigen van contracten, soms zelfs met terugwerkende kracht – worden verboden. De overheid moet toezicht, afdwingbaarheid en sanctionering garanderen. Het voorstel blijft bescheiden, zelfs na discussie in het Europees Parlement en de raad van landbouwministers. Los van de discussie die Europees nog loopt of het voorstel al dan niet uitgebreid moet worden naar alle spelers in de keten, of ze nu groot of klein zijn, biedt het aan kleine spelers een basisbescherming tegen oneerlijke handelspraktijken van grote spelers. Tegen eind dit jaar zou Europa deze lat gelegd moeten hebben.

Lidstaten kunnen hoger mikken

Nogal wat Europese landen hebben niet gewacht en hebben al enige tijd nationale wetgeving rond oneerlijke handelspraktijken die verder gaat dan wat Europa nu voorstelt. De Britten hebben bijvoorbeeld al jaren een ombudsman die autonoom of op basis van klachten kan optreden.

Frankrijk heeft een lange traditie van door de overheid geflankeerd interprofessioneel overleg, met een sterke onderliggende nationale wetgeving en bemiddeling bij conflicten. Vorige week nog werd de wet versterkt met bepalingen die moeten toelaten om kosten beter door te rekenen doorheen de keten, aan de hand van interprofessioneel overeengekomen indexen in de contracten. De intenties van de Franse wetgever zijn gericht op het versterken van de positie van de boeren. Maar de doorgedreven regulering maakt de sector ook net kwetsbaar, want hij wordt moeilijk en traag wendbaar in een concurrentiële markt. Het is dus zoeken naar een moeizaam evenwicht. De laatste Franse wetswijziging beoogt ook het versterken van het verbod op verkoop met verlies en het beheersen van promoties. Ze laat geen oneigenlijk gebruik van vleesbenamingen voor vegetarische alternatieven meer toe. Met deze elementen zouden we in België ook aan de slag kunnen gaan.

Zelfs Nederland neemt wetgevend initiatief, al lijken ze vooral voorop te lopen bij het doorvoeren van het Europese voorstel rond oneerlijke handelspraktijken. Maar ze werkten ook een tussenstap uit, met de oprichting van een laagdrempelig meldpunt waar klachten vertrouwelijk gemeld en onafhankelijk beslecht kunnen worden.

Intussen blijft wetgevend initiatief op Belgisch niveau uit, al wordt er nagedacht hoe de nodige aanpassingen doorgevoerd kunnen worden binnen het mededingingsrecht, het contractrecht en de wet op de handelspraktijken om oneerlijke en onevenwichtige handelspraktijken beter aan te pakken. Het is hoog tijd om ook bij ons het debat ten gronde te voeren.

De keten kan zelf verder gaan

Het feit dat wetgevend initiatief op Belgisch niveau uitblijft, betekent niet dat oneerlijke handelspraktijken niet aangepakt worden. Er bestaat een lange traditie van zelforganisatie en zelfregulering, op het niveau van de boer en doorheen de keten, maar de organisatiegraad en de details van de afspraken verschillen sterk van sector tot sector.

Het Belgisch ketenoverleg wil het interprofessioneel overleg verder versterken en stimuleren. Tegelijk is het ook een meldpunt voor klachten over oneerlijke handelspraktijken of andere bekommernissen. Inbreuken op de eigen ‘Code voor goede handelspraktijken’ worden aangepakt onder begeleiding van een onafhankelijke voorzitter. Andere zaken worden verder besproken met de gepaste vertegenwoordigers en we proberen tot structurele oplossingen te komen. Dat gebeurt met vallen en opstaan, want het blijft een machtsstrijd.

Wanneer er Europese en nationale regelgeving komt, zal die wel altijd beperkt zijn. Er blijft dus steeds nood aan overleg en afspraken binnen de keten, die verder gaan en die de eigenheid van de sector en de context mee in rekening kunnen brengen. Tegelijk wordt een geschil bij voorkeur aangepakt in dialoog binnen de keten, zodat er ook lessen uit getrokken kunnen worden die meegenomen worden in onderlinge afspraken.

Stok achter de deur

Maar zelfregulering is slechts geloofwaardig als ze ook opgevolgd wordt en het is niet evident om dat af te dwingen. Wanneer zelfregulering niet opgevolgd wordt en klachten hierover op basis van bemiddeling via vrijwillige initiatieven onvoldoende aangepakt worden, is het cruciaal dat een toezichthouder van overheidswege ultiem kan tussenbeide komen in een geschil. De stok achter de deur maakt de zelfregulering sterk. Dit element ontbreekt nog in de Belgische tekening en het is ook niet vervat in het Europese initiatief. Zal een Belgisch wetgevend initiatief dit remediëren?

Zowel wetgevers als ketenactoren nemen dus initiatief om meer evenwicht in de keten te brengen en duidelijke grenzen te trekken. Het is cruciaal dat ze elkaar blijven versterken, want het is een gedeelde verantwoordelijkheid om te komen tot eerlijke, evenwichtige overeenkomsten, met een faire prijs en marge.