Als gevolg van het grondgebonden karakter van melkveebedrijven voor beweiding en ruwvoederproductie, ligt er een belangrijke taak voor melkveehouders in de bescherming van waardevolle natuurelementen en het in stand houden van de biodiversiteit. Doordat melkveebedrijven vaak gelegen zijn in valleigebieden en een aanzienlijk deel van het areaal permanent grasland in gebruik hebben, wordt deze opdracht nog versterkt. Agromilieumaatregelen zijn een instrument om duurzame landbouw te ondersteunen of specifieke natuurwaarden gericht te beschermen.

Mogelijke initiatieven

  1. De melkveehouder zet in op erosiebestrijding en verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. Hij is ingeschreven op minstens een van volgende beheerovereenkomsten/agromilieuverbintenissen en heeft daarvoor steun aangevraagd via de verzamelaanvraag bij de Vlaamse overheid of hij kan dat aantonen door de aanwezigheid van specifieke werktuigen: mechanische onkruidbestrijding, directe inzaai/niet-kerende bodembewerking, beheerovereenkomst Water, erosiebestrijding.
  2. De melkveehouder neemt maatregelen voor het behoud van de biodiversiteit. Hij is ingeschreven op minstens een van volgende beheersovereenkomsten/agromilieuverbintenissen en heeft daarvoor steun aangevraagd via de verzamelaanvraag bij de Vlaamse overheid of kan dat aantonen via specifieke beheerovereenkomsten met een natuurvereniging: akkervogelbeheer/weidevogelbeheer/hamsterbescherming, lokale veerassen, perceelrandenbeheer, beheer van kleine landschapselementen.
  3. De melkveehouder schreef zich bij een lokale overheid in op een programma voor het behoud van zwaluwnesten of houdt op zijn bedrijf zwaluwnesten in stand.
  4. De melkveehouder zet in op een verzorgde bedrijfsomgeving en zorgt voor een milieuvriendelijke afvalverwerking (plastics, autobanden …). Hij kan dat aantonen via een contract/factuur/bewijs van aflevering op het containerpark.
  5. De melkveehouder voert een door de regionale overheden erkende milieuboekhouding en laat zich adviseren over milieu, goede landbouw- en milieuconditie door een adviesdienst erkend voor BAS.
  6. De melkveehouder past geen veralgemeende insecticidenbehandeling toe op het melkvee, maar zet in op gerichte bestrijdingsmethodes die het milieu respecteren (vliegenplaten, insectenvallen, insectocuters) of selectief zijn.