Methaan reduceren via management, genetica en selectie

Naast voedermaatregelen kan u ook maatregelen nemen met betrekking tot bedrijfsmanagement en/of genetica en selectie. In dit artikel wordt dieper ingegaan welke maatregelen u hieromtrent kan nemen. 

Bedrijfsmanagement

De methaanemissie bij rundvee kan ook verminderen door in te zetten op een doordacht veestapel- en bedrijfsmanagement. Bedrijven die streven naar langleefbare melkkoeien moeten minder jongvee aanhouden om deze koeien te vervangen en hebben aldus een lager vervangingspercentage. Wanneer zij er ook in slagen om de vaarzen op jongere leeftijd voor het eerst te laten afkalven, kunnen zij het aantal stuks jongvee op het bedrijf nog verder beperken. 
Minder jongvee aanhouden resulteert niet alleen in een daling van de methaan- en andere emissies op het bedrijf, maar biedt ook economische voordelen. Het opfokken van een vaars is immers duur en kost gemiddeld €2254 volgens het landbouwmonitoringsnetwerk (LMN, 2022). 
De technische kengetallen uit het LMN 2022 tonen aan dat de sector op goede weg is, maar dat er vooral voor langleefbaarheid en leeftijd eerste kalving nog vooruitgang kan geboekt worden (zie tabel 2). 
Om de streefcijfers te halen, is zowel een optimale jongvee-opfok als goede gezondheid en vruchtbaarheid bij de koeien aangewezen.

Tabel 2 Technische kengetallen van melkveebedrijven en vleesveebedrijven uit LMN 2018 en 2022

  LMN 2018 LMN 2022 Streefcijfer
MELKVEE      
Leeftijd reforme melkkoe (jaar) 5,22 5,25 <6
Vervangingspercentage (%) 31,36 30,31 <30
Leeftijd eerste kalving (maanden) 27,23 26,55 24
Aantal stuks jongvee per koe 0,79 0,78 0,75
VLEESVEE      
Leeftijd verkochte stieren (maanden) 22,43 21,54 18 à 20

 

Recent zijn via wetenschappelijk onderzoek verschillende aanbevelingen inzake jongvee-opfok, vruchtbaarheid, transitiemanagement, uier- en klauwgezondheid geformuleerd ter ondersteuning van de melkveehouders. Daarnaast zijn tools ontwikkeld om de veehouder te helpen met het monitoren van de groei van het jongvee of het samenstellen van een jongveerantsoen. Meer informatie over lopend en afgerond onderzoek in de melkveesector is terug te vinden op de website van: 

Vleesveebedrijven kunnen daarentegen streven naar een lagere slachtleeftijd van hun stieren. Door de voederbenutting te verbeteren, en zo de groei te stimuleren, kan de stier op een jongere leeftijd slachtrijp zijn. Een goede opvolging van de dieren waarbij veel aandacht moet gaan naar het samenstellen van een uitgekiend rantsoen zijn nodig om de groei en voederefficiëntie te optimaliseren. Dit kan tevens leiden tot een daling van de totale voederkosten per kg groei. De technische kengetallen uit het LMN 2018 en 2022 tonen aan dat ook hier nog op heel wat vleesveebedrijven verbetering mogelijk is. 
 

De methaanemissiereductie van al deze maatregelen schuilt in de aanwezigheid van minder dieren. Maar wanneer de vrijgekomen plaatsen opgevuld worden door nieuwe dieren, zal er op bedrijfsniveau geen absolute reductie van enterische emissies plaatsvinden. 
De doelstelling voor de rundveesector is een reductie van de methaanemissie van 17.900 ton CH4 tegen 2030 t.o.v. 2021 realiseren. Bij een gemiddelde afkalfleeftijd van 26 maanden produceert één stuk jongvee in totaal 87 kg CH4 (van geboorte tot afkalven). Volgens Statbel zijn er in Vlaanderen 71.109 vaarzen, zowel van melk-, gemengd als vleestype, ouder dan 2 jaar. Wanneer de leeftijd eerste kalving met 1 maand vervroegt, dan vermindert de methaanuitstoot van deze vaarzen met 284 ton CH4. Wanneer een bedrijf met 100 melkkoeien erin slaagt om het gemiddeld vervangingspercentage van 30% naar 28% te brengen dan kunnen er 2 vaarzen minder gehouden worden en betekent dit een reductie van 174 kg CH4 voor dit bedrijf. In de veronderstelling dat het vervangingspercentage op alle melkveebedrijven met 2% daalt, zouden er 6792 vaarzen in Vlaanderen minder gehouden worden, wat een reductie van 591 ton CH4 betekent. 
Een stier produceert 70 kg CH4 (van geboorte tot slacht) bij een gemiddelde slachtleeftijd van 21,5 maanden. Wanneer dus 1 stier minder gehouden wordt, daalt de methaanuitstoot met ongeveer 70 kg CH4. Hoewel ruim de helft van de jonge stieren tussen 17 en 21 maanden geslacht worden, is nog steeds een derde ouder dan 21 maanden bij slacht (IVB-gegevens 2022). Indien deze groep stieren 1 maand vroeger zouden geslacht worden, dan bedraagt de reductie bijna 70 ton CH4.  Noot: Reductiecijfers zijn berekend met emissiefactoren 2021 en hebben enkel betrekking op enterische emissies, methaanemissie uit mestopslag zijn niet meegeteld.
 

kalf
Genetica en selectie

De methaanemissie kan sterk verschillen van dier tot dier en is sterk genetisch bepaald. Uit onderzoek blijkt dat de erfelijkheidsgraad voor methaan 23% bedraagt. Momenteel voeren WUR en CRV volop onderzoek uit om fokwaarden voor methaanemissie te bepalen. Hiervoor verzamelen ze data van methaanemissies, productiegegevens, rantsoenen, afstammingsgegevens, gezondheid … op 100 Nederlandse melkveebedrijven. In 2025 is het onderzoek afgerond en komen er fokwaarden voor methaanemissie beschikbaar. Door methaanemissie op te nemen in het fokdoel hoopt men de methaanemissie van de koe met 1% per jaar te kunnen verminderen. In Canada is een gelijkaardig onderzoek afgerond met als resultaat dat sinds midden 2023 sperma op de markt is van stieren die nakomelingen geven die minder methaan zouden uitstoten. 
Ook tussen veerassen zijn er verschillen in methaanuitstoot. Dubbeldoelrassen hebben een methaanuitstoot die lager is dan hoogproductief melkvee maar hoger dan hoogproductief vleesvee. Bedrijven die een dubbeldoel ras houden, hebben bij gelijke dierenaantallen een lagere absolute methaanemissie dan bedrijven met een hoogproductief melkveeras. Op vleesveebedrijven die kiezen voor een dubbeldoelras bij omschakeling naar melkvee zal de methaanemissie van het bedrijf wel stijgen (bij gelijke dieraantallen), maar in minder sterke mate dan bij omschakeling naar een hoogproductief melkveeras. Ook tussen de melkveerassen zijn er verschillen in methaanemissies: Jersey-koeien hebben een lagere methaanuitstoot dan Holstein-koeien. De lagere methaanemissies van deze rassen is te wijten aan de lagere bruto-energieopname om melk te produceren, deze is immers lager als gevolg van hun gemiddeld lagere melkproductie en/of onderhoudsbehoefte. Bovendien produceren dubbeldoelkoeien meer vlees en Jersey-koeien hebben een hoger vetgehalte dan Holstein-koeien. 

Wilt u uw steentje bijdragen maar zoekt u naar meer info en advies, neem dan een kijkje op het Rundveeloket.