Menu

Meer melk per koe, maar niet efficiënter

Terug naar Actualiteit
Sector: 
In de reeds afgewerkte boekhoudingen van 2019 vertoont de marge een beeld dat vergelijkbaar is met 2018. Weliswaar steeg de melkproductie per koe, maar ten gevolge van de droge zomer stegen de (voeder)kosten. Daardoor bleef er ongeveer evenveel over voor de melkveehouder.

Jan Halewyck, landbouwconsulent Boerenbond

Cijferhonger

Uiteraard zijn nog niet alle december- en januariboekhoudingen afgewerkt. De bedrijven met ‘honger naar cijfers’ werken meestal eerst af. Recente af te lossen investeringen, vragen van de bank en/of de zoektocht naar bevestiging van goed presteren stimuleren de ene melkveehouder meer dan de andere om zijn boekhouding snel af te werken. Daarnaast maken de Covid-19-maatregelen het ook niet eenvoudiger, maar ook de begeleiders doen hun best. Vooral de decemberboekhoudingen (1 december 2018-30 november 2019) zijn de basis voor dit artikel. Dit kan en zal de cijfers enigszins vertekenen.

Harder melken

Meer melk per koe (+200 liter) en meer koeien per bedrijf doen het totaalvolume melk per bedrijf stijgen, maar het saldo en arbeidsinkomen per koe stijgen amper of niet door een hogere kostprijs. De melkproductie van dit boekjaar is grotendeels gerealiseerd met de ruwvoeders van het droogtejaar 2018. Zeker op zandige gronden (veel decemberboekhoudingen) leidde dit tot mais van zeer matige kwaliteit. De totale melkproductie stijgt op de bedrijven, maar de oppervlakte ruwvoederteelten vaak niet. Daardoor steeg de intensiteit in de laatste vijf boekjaren van 15.700 naar 19.500 liter per ha ruwvoer. Het laatste jaar steeg vooral de input van krachtvoeder zonder dat die efficiënt in extra liters per koe werd omgezet. 150 kg extra krachtvoeder per koe per jaar resulteerde in 210 liter melk extra, dus verre van ‘x 2’. De ruwvoedermelkproductie zakt dus stevig (-200 liter per koe en per ha). De kosten per ha mais zijn niet gezakt. Door de droogte was de opbrengst minder en er is ter compensatie extra ruwvoer bijgekocht (+20 euro per koe). Ook de variabele kosten per ha grasland zijn gestegen omdat veel grasland opnieuw werd ingezaaid. Daarnaast werden vooral meer natte bijproducten (genre draf) gevoederd. Al die redenen samen veroorzaakten een stijging van de voerkosten met 0,80 euro/100 liter of zowat 100 euro per koe, grotendeels door krachtvoeder.

Vettere melk

In de afgewerkte boekhoudingen was de uitbetaalde prijs per liter melk wat hoger (+0,67 euro/100 liter). Dit kwam niet zozeer doordat de standaardprijs van de melk gestegen was, maar vooral doordat het vetgehalte fors hoger lag (+1 graad), gecombineerd met uitbetalingssystemen waarin botervet beter gewaardeerd wordt. Ook de nabetaling van bepaalde zuivelfabrieken maakt een groot verschil. De prijs van de verkochte nuchtere kalveren lag fors lager, wel 30 tot 40 euro. De gemiddelde notering uit het meldpunt prijzen nuchtere kalveren toonde een nog grotere daling (-60 euro). Dit geeft de indruk dat er in 2019 nog een ruimer aandeel witblauw kruisingen werd ingezet.

Scherper vervangen

In de laatste 5 jaar is het aandeel jongvee gezakt van 90 naar 75 stuks per 100 koeien. Op veel plaatsen is de stal vol gegroeid met koeien (bijna 100% stalbezetting gemiddeld). Dat zorgt voor extra mestafzet- en voerkosten. De betere prijzen voor kruislingkalveren zorgen voor een lager aandeel melktype vaarskalveren. Het aantal stuks jongvee daalde, doordat er meer kalveren verkocht worden. De afkalfleeftijd van de vaarzen blijft gemiddeld hangen op 25 maanden, dus dat heeft die daling niet veroorzaakt. Een positief gevolg hiervan is dat het vervangingspercentage voor het eerst weer onder de 30 zakt, na 3 jaar boven de 30%. Het lagere vervangingspercentage en de gelijke prijs per reforme koe compenseren de lagere kalverinkomsten en maken het vleesverlies net iets minder negatief. De droge zomers doen vooral de opbrengst van de derde en vierde snede gras sneuvelen. Dat is nu net het voeder voor de oudste vaarzen. Het missen van bronsten bij goed gekweekte vaarzen van 13 à14 maanden snijdt dubbel en dik in de kosten: voeder tekort, meer mest over, NERD-r en plaats te kort  … Dit is een reden te meer om bij de pinken te zijn.

Meeropbrengst = meerkosten

Per 100 liter melk vergaat 80% van de meeropbrengst in extra kosten, vooral voerkosten. Zo stijgt het krachtvoederverbruik voor het vierde jaar op rij met ongeveer 1 kg per 100 liter melk. Zowat alle andere kosten kennen een lichte stijging, maar vooral milieukosten (mestafzet) en vruchtbaarheid springen in het oog (+10%). Na de afschaffing van de melkquotumreglementering hebben zowat alle melkveehouders de beschikbare ruimte maximaal benut en zo de aanwezige vaste kosten verdund over meer liters. Die trend lijkt gestopt en zelfs eerder omgekeerd. Maar dit kan ook liggen aan de cijferhonger van degenen die recentst geïnvesteerd hebben. Conclusie: op basis van saldo en arbeidsinkomen lijkt 2019 zowat hetzelfde als 2018. De melkproductie per koe steeg met 214 liter, maar de kostendekkende melkproductie steeg met 305 liter. Zo bleef er een kleine 100 liter minder winstmelk over.

Vooruit denken

Uit de boekhouding 2019 leren we alvast dat zowel naar kwaliteit als kwantiteit ruwvoeder de motor blijft om goede bedrijfseconomische resultaten te halen. Kwaliteit is belangrijk, om het even of dit eigen geteeld of aangekocht ruwvoeder is. Valt de kwaliteit tegen, dan is dit heel duur voeder omdat dit gecompenseerd moet worden met krachtvoeder of krachtvoederachtigen.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: