Hoebenschot is het gezamenlijke project van tuinarchitect Geert Laenen en zijn echtgenote Marjan Denie uit Lichtaart. We peilden bij Marjan naar haar ervaringen met druppelirrigatie in haar boomkwekerij.

Geert ontwerpt tuinen en zorgt er met een eigen team voor dat ze ook aangelegd worden. Marjan startte met een fruitboomkwekerij, die ze alleen runt naast haar gezin met vijf kinderen. Eerst teelde ze haagplanten, maar ze schakelde over naar fruitbomen. De verkoop is uitsluitend gericht op particulieren. Daarom kweekt ze heel veel variëteiten en ook speciale vormen, zoals leibomen. “Aanvankelijk was het niet onze bedoeling om het hobbyniveau te overstijgen, maar al snel merkten we dat een grotere schaal nodig was om er voldoening uit te halen”, vertelt ze. Daarmee doelt ze er vooral op dat schaalgrootte nodig is om sommige strategische investeringen te verantwoorden. Momenteel is ze vooral aan het uitkijken om deels over te schakelen op mechanische onkruidbestrijding. Ze bezocht een aantal demonstraties en bekeek daarbij vooral welke machines combineerbaar zijn met de druppelbevloeiing, waarmee ze vier jaar geleden startte.

Overschakelen op druppelbevloeiing

Volgens Marjan is Lichtaart zowat de droogste plek van het land. “Niet zozeer bekeken over het volledige jaar, maar wel tijdens de zomermaanden. Mogelijk speelt de Kempische heuvelrug daarin een rol.” Vroeger werkte ze alleen met een haspel. “Dat vergde enorm veel arbeid, omdat je die in de gaten moet houden en voortdurend moet verplaatsen. Bovendien konden we daarmee maar op één plaats tegelijk irrigeren. Bovendien blijft je gewas nat, wat de ziektedruk bevordert.”

Marjan startte met een proefopstelling. “We gebruiken het materiaal dat we ook installeren in de tuinen die we aanleggen. Dat heeft als voordeel dat we steeds reservestukken in voorraad hebben, wanneer zich de nood voordoet. Wanneer je tijdens het maaien een buis raakt, dan moet je diezelfde dag nog dat stuk buis vervangen.”

Er werden ondergrondse aanvoerleidingen aangelegd, van waaruit ze met darmen kunnen aansluiten op de druppelslangen, die bovenop de grond liggen. “Om overal een gelijkmatige druk te houden, mogen je rijen maximaal 70 meter lang zijn. Maar we lossen dat op door de slangen gelijktijdig te voeden vanaf de beide uiteinden van het perceel.”

Nadelen

Op de vraag of ze nadelen ziet, reageert Marjan dat de druppelslangen extra aandacht vergen bij het maaien. “In warme periodes kunnen ze gaan kronkelen tijdens het gieten, maar dat los ik nu op door ze vast te leggen.” In het begin van het seizoen is er wat extra werk om de nieuwe rijen te installeren. Na het irrigatieseizoen worden de slangen alleen verwijderd in de rijen waar veel zal gerooid worden. Voor dat extra werk kan Marjan een beroep doen op de oudste leerlingen van De 3master in Kasterlee, een school voor buitengewoon onderwijs. “Er is steeds een begeleidende leerkracht bij. Ze zijn blij op deze manier te kunnen kennismaken met de praktijk van een boomkwekerij.” De druppelslangen vergen uiteraard een investering: 65 euro/100 meter; inclusief slangen en koppelstukken, maar zonder werkuren. Maar omdat ze zeker 4 jaar meegaan, vindt Marjan het rendabel. “We merken nu dat de oudste slangen wat dichtslempen. We moeten in het voorjaar alle slangen controleren op lekken. Ook dat is een werkje waarvoor de leerlingen van De 3master bijspringen.”

Voordelen

Marjan rekende het nog niet na, maar ze is ervan overtuigd dat alleen water geven bij de stam zorgt voor een grote waterbesparing. “Bovendien moeten we maar enkele hendels openzetten, en de rijen die het nodig hebben krijgen water.” Dat laat hen ook toe om ’s zomers op reis te gaan en de kinderen aan de hand van de beschrijving van het weer die ze hen geven door de telefoon, duidelijk te maken welke kranen ze moeten openzetten. “Dat vergt weinig arbeid, en de kinderen hoeven geen haspel meer te verplaatsen. We merken ook een betere groei, in het bijzonder in de strook van de ondergrondse gasleiding, die dwars door ons perceel passeert. Dat is een strook waar ’s winters de sneeuw het eerste smelt, en waar ook het eerst droogteverschijnselen optreden. Ik zie ook een enorme maatschappelijke meerwaarde, wat niet onbelangrijk is in onze directe contacten met de eindverbruiker. Hier passeren ook veel fietsers. In droogteperiodes, zoals we er de laatste jaren enkele kenden, ervaart de burger beregenen als morsen met water. Bovendien hou ik er niet van om met buizen te sleuren.”