Menu

MAP 5 moet werkbaarder

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Een delegatie van het Hoofdbestuur overhandigde begin deze week een eisenbundel met concrete voorstellen om MAP 5 op het terrein werkbaarder te maken. Minister Schauvliege had gehoor voor de aangekaarte problemen en beloofde eind mei op de vergadering van het Hoofdbestuur een concreet plan van aanpak te komen toelichten.

 

 

Milieudoelstellingen blijven prioriteit

De voorbije weken maakten de provinciale besturen, de sectorvakgroepen en de werkgroep Bio een lijst van alle mogelijke knelpunten in het nieuwe MAP. Uit de ervaringen na 1 jaar op het terrein bleek dat een aantal knelpunten dringend om bijsturing vroegen.

Voorzitter Sonja De Becker was duidelijk in haar boodschap aan minister Schauvliege: “De vooropgestelde milieudoelstellingen stellen we niet in vraag. Integendeel, we willen vanuit de ervaring op het terrein zelf oplossingen voorstellen, die MAP 5 voor de sector in de praktijk werkbaarder maken”. Doordat MAP 5 een sterke focus legt op de fosforproblematiek, werd fosfor de beperkende factor voor mestafzet. Dat resulteerde in gestegen mestafzetkosten. Voeg hierbij de grote hoeveelheid noodzakelijke staalnames en het wordt meteen duidelijk dat dergelijke extra kosten in crisistijden extra hard aankomen.

Concrete eisen en voorstellen

Boerenbond vraagt een realistische en haalbare aanpak van de fosforproblematiek, doelmatigere staalnames en een oplossing voor gescheurd grasland.

Voor de verplichte fosforanalyses op kleine percelen wegen de voordelen niet op tegen de extra kosten. Een vrijstelling voor alle percelen kleiner dan 1 ha is aangewezen. Daarnaast vraagt Boerenbond een verlenging in de tegemoetkoming voor de analysekosten voor de bepaling van de fosforklasse.

Bij het scheuren van grasland komt er een hoeveelheid stikstof vrij waarop de landbouwers slechts een beperkte impact hebben. Dergelijke percelen kunnen dan ook niet gebruikt worden om individuele landbouwers te beoordelen.

Boerenbond vraagt ook concrete maatregelen, zodat landbouwers de beschikbare mestafzetruimte op bedrijfsniveau maximaal kunnen invullen met dierlijke mest. Het is onaanvaardbaar dat ze binnen hun beschikbare mestafzetruimte kunstmest moeten aankopen, terwijl ze eigen dierlijke mest moeten afvoeren. Bijkomend is een correctere berekening nodig van de hoeveelheid geproduceerde mest en de noodzakelijke afvoer op bedrijfsniveau. De gehanteerde forfaits kloppen niet altijd met de realiteit. Boerenbond vraagt aanvullend een realistisch sanctioneringsbeleid, dat uitsluitend inzet op milieukundige overtredingen. Er moet eveneens een oplossing komen voor de toediening van meststoffen via precisietechnieken in de buurt van waterlopen. Tot slot vraagt de sector een correcte en meer realistische beoordeling van de MAP-meetpunten en de afbakening van de focusgebieden. De resultaten van MAP 5 kunnen alleen beoordeeld worden op basis van de nutriëntenverliezen vanuit de landbouw. Ten slotte eisten de Hoofdbestuursleden dat er dringend werk gemaakt wordt van de beloofde uitvoeringsbesluiten. Het aangekondigde uitvoeringsbesluit voor het spreiden van effluent via burenregeling laat immers veel te lang op zich wachten.

Dat minister Schauvliege de boodschap goed begrepen heeft, bleek duidelijk uit haar conclusie: “We moeten er alle prioriteit aan geven dat we de effectieve doelstellingen van de Nitraatrichtlijn – in het vijfde Mestactieplan beschreven als maximaal 5% rode MAP-meetpunten – niet voorbijschieten. Een MAP dat gedragen wordt door de sector is hiervoor de beste garantie.” Ze beloofde haar plan van aanpak te komen toelichten op het Hoofdbestuur van eind mei.

Deel deze pagina: