Menu

Mag er in Europa nog landbouw zijn?

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Thema: 
Op 20 februari wil de Europese Raad een akkoord bereiken over het Europees budget voor de periode 2021-2027. De boer dreigt, zoals zo vaak, de rekening te moeten betalen voor nieuwe ambities.

Giel Boey, adviseur Internationaal beleid, Studiedienst Boerenbond

De Belgische land- en tuinbouw vervult een strategische rol in de economie en maatschappij. We moeten ons mee inschrijven in de Europese Green Deal én blijven geconfronteerd worden met prijzen en marges die onder druk staan bij sterk toegenomen volatiliteit. Het Europees GLB budget ondersteunt de Belgische boeren en tuinders om deze uitdagingen ondernemend vast te pakken en verder te verduurzamen. Inzetten op het behoud van het GLB budget is een investering in de toekomst.

Een project vraagt mensen en middelen. Dus ook de EU heeft centen nodig om haar project waar te kunnen maken. Om een goed zicht te hebben op de inkomsten en uitgaven, en om als een goede huisvader met het geld om te gaan, gebruikt de EU een meerjarenbegroting. Daarvoor doorloopt het een politiek proces om ‘u’ tegen te zeggen. Beperkte middelen verdelen over een massa aan opdrachten behoort dan ook tot de essentie van de politiek, ook in de EU. Op 20 februari willen de Europese staatshoofden en regeringsleiders in de Europese Raad een akkoord bereiken over het Europees budget voor de periode 2021-2027. De boer dreigt, zoals zo vaak, de rekening te moeten betalen voor nieuwe ambities.

Het Europees meerjarig financieel kader (MFK) is het meerjarenplan dat budgettaire orde op zaken stelt. Minstens voor vijf jaar, meestal voor zeven jaar. Het werkt daarvoor met limieten op de uitgaven, zowel in totaal als voor verschillende actiegebieden. Zo doet de EU haar uitgaven aansluiten bij de politieke prioriteiten van de EU, waarborgt het haar begrotingsdiscipline en maakt het de EU-financiën voorspelbaarder. De voorspelbaarheid en discipline worden gezien als een voordeel voor potentiële mede-investeerders en begunstigden. Het zorgt dus ook voor een stabielere economische situatie en beleid. Ten slotte zorgt het MFK ook voor een vlottere goedkeuring van de jaarlijkse EU-begroting, want ook jaarlijks moet de begroting opgemaakt en goedgekeurd worden.

De opbouw

Het MFK wordt onderverdeeld in verschillende rubrieken. Deze weerspiegelen de politieke opdrachten en prioriteiten die de EU budgettair wil ondersteunen. Men werkt met meerdere rubrieken en een fonds voor speciale instrumenten. De speciale instrumenten worden bijvoorbeeld ingezet voor rampen, noodhulp of voor het inbouwen van enige flexibiliteit in het verder strikte kader. De rubrieken zijn dan weer thematisch opgebouwd. De thema’s worden doorheen de tijd herbenoemd in functie van nieuwe prioriteiten en doelstellingen. Maar dezelfde grote blokken komen steeds terug: eengemaakte markt, cohesie, landbouw en leefmilieu, veiligheid, internationaal beleid en de Europese administratie. De Europese begroting is een echte investeringsbegroting die inzet op duurzame groei en ontwikkeling in een veilig Europa. Er wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, het verbinden van Europa, het opstuwen van achterblijvende regio’s en groepen, in landbouw en natuur, in grensbewaking en Europese veiligheid en in de buren rondom ons. De meeste investeringen zijn louter aanvullend op nationale of regionale begrotingen. Landbouw- en cohesiebeleid zijn daarentegen beleidsdomeinen die volledig vanuit Europa getrokken en gefinancierd worden. Logisch dat ze dus een groot deel van de Europese begroting voor hun rekening nemen. Voor wat het aandeel van de landbouwmiddelen in het totale MFK betreft, spreken we van een derde maar dat dreigt onder de 30% te duiken ...

Aan de inkomenszijde van het MFK vullen vooral de bijdragen op basis van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de lidstaten de balans. Zie het als een soort lidgeld, berekend op basis van de omvang van de economie van de lidstaat. Daarnaast dragen ze ook een stukje af van de btw die ze innen. De invoerheffingen aan de grenzen zijn echte eigen Europese inkomsten. Ze gaan voor 80% naar de Europese schatkist. 20% van die heffingen blijft bij de lidstaten die de invoerheffing innen in naam van de EU als compensatie voor de douane. Een punt van discussie, gezien de commissie voorstelt dit te laten zakken en de lidstaten dus minder te vergoeden. Er is al heel wat gediscussieerd over het innen van nieuwe, eigen Europese inkomsten. Daar valt zeker heel wat voor te zeggen. De Europese ambities worden groter en de lidstaten leggen zelf ook steeds meer opdrachten op Europees niveau. Toch zijn ze niet meteen bereid zelf meer bij te dragen om die bijkomende opdrachten en ambities te financieren. Nieuwe eigen middelen zouden een uitweg kunnen bieden uit deze patstelling. De Europese Commissie heeft enkele voorstellen gedaan, maar de lidstaten zijn niet echt voorstander. Toch lijkt er enige opening te komen. Dat is cruciaal voor de landbouwsector, want tot nu toe wordt er al te gemakkelijk domweg gekort op landbouw om nieuwe uitdagingen en ambities te financieren.

Waar staan we nu?

Vooraleer te bepalen aan welke prioriteiten middelen toe te wijzen, moet natuurlijk ook de grootte van het budget worden bepaald. Dit is, mede door de brexit, een groot discussiepunt. Niet vergeten dat de Britten nettobijdrager waren en dus een gat in de begroting achterlaten van ongeveer 12 miljard euro. De Europese Commissie heeft voorgesteld dit gat voor de helft te dichten met nieuwe inkomsten en voor de helft op te vangen met bezuinigingen. Het is aan de Europese Commissie om een voorstel te doen. De vorige Commissie-Jüncker stelde in 2018 een budget voor gelijk aan 1,11% van het BNI, inclusief een korting op het landbouwbudget. Die korting vangt men deels op met een extra toegewezen budget van 10 miljard binnen Horizon Europe, dat onderzoek en innovatie in de landbouwsector moet stimuleren. Het Europees Parlement nam op zijn beurt positie in over het MFK door te stellen dat het budget zou moeten groeien. De parlementsleden stelden 1,30% van het BNI van de EU voor als budget, waarbij ze vragen om het landbouwbudget op peil te houden. Daarnaast vragen ze om meer middelen te voorzien voor klimaat- en milieudoelstellingen. Op 20 februari zal de Europese Raad, onder voorzitterschap van ex-premier Charles Michel, proberen positie in te nemen. Wordt het wederom een nachtelijke vergadering zoals bij de Green Deal? Of wordt het zelfs tweede zit, later dit voorjaar? In voorbereiding van de Raad stelt Michel 1,074% van het BNI voor en een landbouwbudget dat ietsje hoger ligt dan het Commissievoorstel, maar ver onder de vraag van het Europees Parlement én van de hele Europese landbouwsector: het behoud van het Europees landbouwbudget. Een signaal van de lidstaten, dat een antwoord van de landbouwsector verdient …

Investeren in je toekomst

De veranderingen voor de Europese boer volgen elkaar in snel tempo op. En ze stapelen zich ook op. De onlangs bekendgemaakte torenhoge ambities in de Green Deal, komen bovenop de versterkte randvoorwaarden en nieuwe vergroenende elementen in het aankomende nieuwe GLB. Deze bijkomende eisen en verwachtingen moeten gematcht worden met een even ambitieus budget. Anders dreigt een situatie waarbij de voedselzekerheid op termijn in het gedrang komt, want wie wil nog boeren in een context van weinig appreciatie voor de inspanningen die al geleverd worden en lage appreciatie voor een product van hoge kwaliteit? Blijvend investeren in een toekomst met een duurzame voedselzekerheid is aan de orde.

Ondanks de vraag naar steeds ‘meer’ zet zowel de Europese Commissie als de Europese Raad steeds ‘minder’ in op het ‘traditionele’ landbouwbeleid. Het Europees landbouwbeleid mag dan al zolang meegaan als het Europese project zelf, het blijft actueel en relevant voor de toekomst. Het Europese GLB-budget blijft een investering in de toekomst. Want de land- en tuinbouwsector is economisch en maatschappelijk een strategische sector die aan de grondslag ligt van een sterk agro-businesscomplex dat netto welvaart creëert. Daarenboven beheert de sector 45% van het Europese grondgebied. Ze kan zo een belangrijke bijdrage leveren in het realiseren van de Europese Green Deal. Maar dat vraagt leefbare land- en tuinbouwbedrijven die blijvend geconfronteerd worden met lage en volatiele prijzen. Ook hier moet het GLB blijvend een verschil maken.

Drie keer verliezen?

De korting die de Europese Commissie voorstelt op het totale landbouwbudget bedraagt 5%. Hier dreigt de Belgische boer voor een eerste keer te verliezen. Daarenboven is dit een gemiddelde korting. Sommige lidstaten zullen meer krijgen, andere veel minder. België zal flink minder krijgen en kijkt tegen een korting aan van maar liefst 11% op het landbouwbudget … Dit is waar de Belgische boer voor de tweede keer verliest. Dit kadert in het principe van externe convergentie, een eerlijker verdeling van de middelen in pijler 1 tussen de lidstaten. Niets tegen een eerlijkere verdeling, maar dan moet de rekening wel eerlijk opgemaakt worden. Dit is nu helemaal niet het geval. België heeft historisch gezien inderdaad een hoge rechtstreekse steun per hectare. Maar in het plattelandsbeleid (pijler 2) heeft België verhoudingsgewijs heel wat minder middelen. Daarenboven genieten de meeste lidstaten die winnen bij externe convergentie nogal wat steun vanuit het cohesiebeleid, dat ook deels wordt ingezet op landbouw- en plattelandsbeleid. Ten slotte moet ook de kostprijs in rekening worden gebracht. Zo zit België zowel voor wat de kostprijs voor arbeid als voor de aankoopprijs van gronden betreft in de top 3. Tevens een stuk boven het EU-gemiddelde. De externe convergentie heeft dus niets te maken met een eerlijkere verdeling, maar is een transfer van hoofdzakelijk West-Europa naar Oost-Europa die niet is onderbouwd.

Nieuwe ambities, verstrengde regels en druk vanuit de maatschappij vragen steeds meer van de  boer. Daartegenover zou een eerlijke prijs moeten staan, maar de markt slaagt er nog steeds niet in om de kwaliteitsvolle producten correct te vergoeden. Er is dus een mismatch tussen wat gevraagd en wat betaald wordt. Hier hebben het GLB en andere budgetten een grote rol te spelen om de boer een fair inkomen te geven en te faciliteren dat het individuele landbouwbedrijf kan groeien naar de ambities en toenemende eisen. De daling van het budget is dus een tegengesteld signaal. Hier verliest de boer voor een derde keer.

Het Europese GLB-budget blijft een investering in de toekomst.

Giel Boey

Belgisch budget voor landbouw behouden

Giel Boey, adviseur Internationaal beleid, Studiedienst: "Onze oproep aan de Europese beleidsmakers is duidelijk: de Belgische land- en tuinbouw mag niet het kind van de rekening worden. We rekenen er dan ook op dat premier Wilmès in de Europese Raad volop gaat voor een behoud van het Belgisch budget voor landbouw. We hebben ook Vlaams minister-president Jambon en Vlaams minister van Landbouw Crevits herinnerd aan het engagement uit het Vlaamse regeerakkoord dat zich in dezelfde zin uitspreekt. De collega’s van de FWA deden hetzelfde bij de Waalse excellenties.

Want onze land- en tuinbouw wordt geconfronteerd met de gevolgen van de brexit, de nasleep van de Russische boycot, de toenemende vereisten in het kader van de nieuwe groene architectuur in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de nog in te schuiven ambities van de Green Deal, en dit in een economisch zeer uitdagende omgeving van prijsdruk en volatiliteit. Het Europese GLB budget ondersteunt de Belgische boeren en tuinders om deze uitdagingen ondernemend vast te pakken en verder te verduurzamen. Inzetten op het behoud van het GLB-budget is een investering in de toekomst."

Deel deze pagina: