Limburgs meldpunt bacterievuur gaat tweede jaar in

28 april 2022

Vorig jaar lanceerde de provincie Limburg haar provinciale aanpak bacterievuur, met de oprichting van een provinciaal meldpunt als uniek aspect voor Vlaanderen. Dit meldpunt start nu haar tweede werkjaar, maar niet zonder de analyse te maken van het afgelopen seizoen.

Nieuwe regelgeving, grote gevolgen

Door strenge regelgeving met betrekking tot melding en bestrijding kon de ziekte mits jarenlange inspanningen enigszins onder controle worden gehouden. Met een aandeel van ongeveer 60% van het Vlaamse fruitteeltareaal spreekt het voor zich dat het wegvallen van de quarantainestatus van bacterievuur – door gewijzigde Europese regelgeving – een nerveuze sfeer veroorzaakte onder de Limburgse fruittelers: wat ging er gebeuren met de aanwezigheid van bacterievuur in de nabijheid van professionele boomgaarden?

Provinciale aanpak

De provincie stelt laagdrempelige informatie ter beschikking voor de diverse doelgroepen via een brochure, affiches en opleidingsmomenten. Het innovatieve binnen de aanpak was de oprichting van het provinciaal meldpunt. Naast informeren kunnen burgers, fruittelers en lokale besturen ook melding maken van een infectiehaard.

Terugblik

Het meldpunt bacterievuur startte haar werking pas op in juni 2021, maar kreeg tot september 65 meldingen binnen van vermoedelijke haarden of vragen om informatie. Een goede helft van de binnengekomen meldingen kwam uit particuliere hoek, maar gaandeweg in het seizoen verschoof dit naar meldingen van fruittelers en lokale besturen in Zuid-Limburg.

Voor 33 meldingen van een vermoedelijke infectiehaard heeft het meldpunt geen verdere actie ondernomen, omdat het niet ging om een waardplant van bacterievuur (12 meldingen), dan wel dat er geen symptomen van bacterievuur aanwezig waren (21 meldingen). In 16 gevallen heeft het meldpunt wél actie ondernomen om een effectieve haard te verwijderen op het terrein. De uitgevoerde ingrepen konden gaan van het uitvoeren van een gedegen snoei tot het afzetten tot aan de grond van het betrokken landschapselement. Belangrijke vaststelling is toch wel dat het in elk van deze gevallen ging om meidoorn(hagen) met achterstallig onderhoud.

De haarden worden door de aangestelde terreinactor – Limburgs Steunpunt Rurale Ontwikkeling (Lisro) – verwijderd op kosten van de provincie. Na de interventie is het belangrijk dat er in de daaropvolgende jaren een duurzaam onderhoud wordt uitgevoerd. Hiertoe heeft de provincie een subsidiereglement beschikbaar. Je kan een subsidie van maximaal 250 euro aanvragen.

In 14 gevallen werd het meldpunt gecontacteerd voor informatie rond bacterievuur. Dit jaar zal de werking van het meldpunt ook de belangrijkste infectieperiode van de ziekte (bloei hardfruit) overspannen. De verwachting is dat het aantal contactnames met het meldpunt significant hoger zal liggen.

Verbranding op het terrein

Een heel praktische vaststelling op het terrein na een jaar werking is dat het ter plaatse verbranden van geïnfecteerd plantenmateriaal niet altijd evident is. Er zijn gevallen bekend waarbij fruittelers een administratieve boete kregen, dan wel moesten opdraaien voor opgeroepen brandweerdiensten. Het is nog altijd zo dat verbranding ter plaatse – mits inachtname van de nodige veiligheidsmaatregelen – de meest adequate oplossing is om een infectie niet verder te verspreiden.

Op het terrein lijkt er nood te zijn aan een lokale harmonisering van regelgeving rond verbranding van geïnfecteerd plantenmateriaal. “We hebben alvast overleg met de lokale besturen opgestart om vanuit het bovenlokale niveau onze rol hierin op te nemen”, aldus gedeputeerde van Landbouw Inge Moors, “Idealiter zien we op Vlaams en federaal niveau – als respons op de gewijzigde Europese regelgeving – een nieuw wetgevend kader ontstaan.” Alle info over de provinciale aanpak bacterievuur en het meldpunt vind je via onderstaande website.www.limburg.be/bacterievuur