Menu

Leg zo de basis voor een nieuw verdienmodel

Terug naar Actualiteit
Met het vorderen van de oogst- en rooiwerkzaamheden nadert ook het vormingsseizoen.

Patrick Dieleman

Binnen het vormingsaanbod, dat je als bijlage bij deze Boer&Tuinder kan vinden, biedt Boerenbond opnieuw heel wat starterscursussen aan. De type B-cursussen worden zo veel mogelijk afgestemd op één sector. In dat aanbod vielen ons de cursussen ‘Nieuwe verdienmodellen’ en ‘Biologische productie’ op. Wat kunnen geïnteresseerden daarvan verwachten? We peilden bij enkele betrokken consulenten en spraken met Daniel Cromphout, die les zal geven in deze beide cursussen.

Nieuwe verdienmodellen

Consulent Nieuwe verdienmodellen Nele Lauwers stelt dat de cursus draait rond het inspelen op nieuwe vragen vanuit de markt en de maatschappij. “Maar uiteraard met de bedoeling om er een inkomen uit te halen. ‘Nieuw’ betekent niet noodzakelijk dat je het heel ver moet gaan zoeken. We willen de deelnemers ertoe aanzetten om een verdienmodel te zoeken dat bij hen past, in hun eigen situatie. Het verschil met andere cursussen is dat we bijzondere aandacht besteden aan het opmaken van een financieel plan. We zetten de cursisten echt aan om te gaan rekenen, het moet rendabel zijn.”

De cursus voorziet ook een aantal bedrijfsbezoeken, maar details kan Nele daarover nog niet geven. “We willen daarmee inspelen op de interesses van de deelnemers. De cursus zal deels online doorgaan, maar we willen zeker fysiek starten.” Behalve dat Nele de cursus mee vorm geeft, neemt ze ook de rol op zich om veel vragen te stellen. “Ik wil de deelnemers daarmee stimuleren om dat ook te doen. Er zijn geen domme vragen, alleen maar verrassende antwoorden.” Dit voorjaar was er een gemengde cursus met bio, dat voor steeds meer starters een onderdeel is van hun verdienmodel. “We hadden toen een gemengde groep van mensen met een landbouwachtergrond en echte nieuwkomers. We merkten dat de interactie tussen beide groepen verrijkend was voor iedereen.”

Biologische productie

Consulent Biologische land- en tuinbouw Ignace Deroo heeft de starterscursus ‘Biologische productie’ uitgewerkt. Hij deed dat in samenspraak met zijn collega’s Eveline en Sander van Bio zoekt Boer. Zelf zal hij wat kadering brengen en ook lesgeven over biologische varkens- en pluimveehouderij. “Er zijn bedrijfsbezoeken voorzien in het programma, maar die willen we vastleggen op basis van de interesses van de cursisten. De cursus is bedoeld voor alle sectoren. Maar als er veel interesse zou zijn in melkvee en minder in plantaardige productie, dan is het duidelijk dat ons accent meer op veehouderij komt te liggen. We willen zeker ook meegeven dat het overstappen van gangbaar naar bio niet van vandaag op morgen gebeurt. Dat is een proces dat tijd vergt. Er moet heel wat aangepast worden aan de bedrijfsstructuur en die stap heeft repercussies op de financiën en de structuur van het bedrijf. Daarom is het ook goed om te weten dat overschakelen in een aantal sectoren ook gefaseerd kan gebeuren. De cursisten moeten een idee krijgen hoe het reilt en zeilt in de biologische productie.”

Ignace wil ook meegeven dat de mensen die cursus niet moeten volgen om de stap naar bio te zetten. “Aan de andere kant valt er zelfs voor gangbare producenten heel veel op te steken. De biosector heeft al heel wat alternatieve technieken uitgeprobeerd die gangbare bedrijven kunnen helpen om te verduurzamen. Een varkenshouder, bijvoorbeeld, zou deze cursus kunnen volgen omdat de biosector een heel ander perspectief biedt. De samenhang tussen sectoren en bedrijven is enorm belangrijk. Wil je varkens kweken, dan moet je een beroep kunnen doen op iemand die het voeder teelt. Dat is plantaardige productie.”

Ignace besluit dat de cursisten moeten weten dat ze ook na afloop van de cursus nog bij hem en zijn collega’s terechtkunnen met hun vragen. “We proberen iedereen die aanklopt op een of andere manier vooruit te helpen.”

De consument effectief meepakken in je verhaal

Na een carrière van 33 jaar bij KBC, waarvan de laatste tien jaar als businessverantwoordelijke voor het land- en tuinbouwcliënteel, koos Daniël Cromphout resoluut voor een andere koers. Hij begeleidt nu starters in land- en tuinbouw die nieuwe verdienmodellen zoeken. Maar hij wilde ook met zijn voeten in de praktijk staan. Daarom werd hij ook werkende vennoot bij het stadslandbouwbedrijf ‘Kopje zwam’, een start-up die oesterzwammen op koffiegruis en microgroenten op compost teelt. Daniel zal lesgeven in de starterscursussen ‘Nieuwe verdienmodellen’ en ‘Biologische productie’.

“Ik probeer een schakel te zijn in het startersverhaal”, begint Daniel, “in mijn ogen een ontbrekende schakel. Ik vind het nodig dat bedrijven – in het bijzonder ook nieuwkomers in de sector – een overzicht krijgen van wat transitie naar een nieuw verdienmodel inhoudt.” Hij vertelt dat het financieel plan van een starter doorgaans wordt opgesteld door accountants, en dat dit altijd klopt. “Ik kreeg nog nooit een plan voorgelegd waaruit bleek dat de investering onvoldoende zou opbrengen om de lening terug te betalen. Ik weiger te zeggen dat men dit doet kloppen, maar sowieso zitten er een aantal aannames in. Ik pleit ervoor om behalve voor het financiële aspect ook aandacht te hebben voor het verdienmodel, dat er inzit voor het betrokken bedrijf. Voor bestaande bedrijven is het ook nodig om de impact van het nieuwe verdienmodel te bekijken op de bedrijfsvoering. In de traditionele land- en tuinbouw leeft de perceptie dat de kansen voor nieuwe verdienmodellen zitten in biologisch telen. Een traditioneel bedrijf kan echter perfect een bijkomende activiteit uitbouwen in een ander nieuw verdienmodel, terwijl een biobedrijf ook perfect zou kunnen kiezen voor een wat grootschaligere aanpak. Ik help bedrijven bij het opstellen van een bedrijfsplan, waarin de financiën belangrijk zijn, maar het is niet alleen een financieel plan.

Werk aan je verhaal

Mijn bijdrage in die cursussen zal gaan over dat bedrijfsplan. Het maakt geen verschil of ik dat voor biobedrijven of traditionele bedrijven doe, of dat voor een vleesvarkensbedrijf met duizend dieren is of voor een kleinschalig biobedrijf. Er is wel een verschil in de storytelling.” Een goed verhaal bouwen rond een biobedrijf is gemakkelijker, omdat de consument dat sympathiek vindt. Daniel zal de cursisten duidelijk maken dat andere bedrijven zich meer zullen moeten inspannen om zaken te vinden die de consument triggeren, en zijn sympathie en interesse opwekken. “Alleen vertellen dat je duurzaam produceert is compleet ontoereikend. Ik probeer vooral de mindsetting mee te geven dat men naar die interessante verhalen moet zoeken.” Daniel vertelt dat de land- en tuinbouwsector uit een periode komt waarin de klemtoon lag op het efficiënt produceren van zeer kwaliteitsvolle producten. “Momenteel zijn er meer mogelijkheden om echt consumentgericht te gaan produceren. Het komt erop aan de consument effectief mee te pakken in je verhaal. Het moet opgebouwd worden vanuit het standpunt van de consument, en niet vanuit het standpunt van de boer. Ik ken een boer waar de consumenten niet graag naartoe gaan, omdat ze telkens een – overigens positieve – preek krijgen over hoe fantastisch hij wel bezig is. Hij is ook goed bezig. Zijn collega’s zouden aan zijn lippen hangen, maar de consument heeft daar geen boodschap aan.”

Verdienmodel

Eens je een story hebt, heb je een mooi verhaal, maar daar verdien je nog niets mee. “De volgende stap is om daarop een echt verdienmodel uit te bouwen. De basis daarin is de vraag hoeveel je zelf wil verdienen. Voor iedere sollicitant is het vanzelfsprekend dat die vraag aan bod komt, maar voor een boer niet. Evenmin als in een traditioneel bedrijf, kan ik in een dergelijk nieuw verdienmodel voorspellen hoeveel er op het einde van de maand effectief op de rekening zal staan. Dat is voor iedere zelfstandige zo, maar je moet voor jezelf wel een streefcijfer vooropstellen, ook al wordt dat uiteindelijk misschien niet gerealiseerd. Voor bestaande bedrijven komt daar nog bij dat ze moeten beseffen dat een nieuwe activiteit een volwaardig onderdeel moet worden van het bedrijf. Dat doe je niet zomaar tussen de soep en de patatten. Een volwaardig verdienmodel vereist dat je daar de nodige tijd voor vrij kan en wil maken. Dat moet bovendien kunnen op een moment dat het past voor de consument, en niet wanneer het voor jou goed uitkomt in je bedrijf. Als een melkveehouder wil starten met een B&B, dan moet die ermee leren leven dat de gasten wel eens kunnen aankomen op het moment dat de koeien moeten gemolken worden. Ik ben daar wel tamelijk optimistisch over. Ik zie dat daar vandaag bij een generatiewissel veel meer over nagedacht wordt – out of the box. Vijf tot tien jaar geleden dacht men bijna automatisch dat het bedrijf moest verdubbelen, wanneer er een tweede gezin bijkwam. Vaak geeft de jonge generatie vandaag een andere invulling, en durven ze het aan om een nieuw verdienmodel te ontwikkelen.”

Meer informatie