Menu

Landbouwvennootschap maakt plaats voor landbouwonderneming

Terug naar Actualiteit
Thema: 
Als gevolg van allerhande wetswijzigingen kunnen er sinds 1 mei geen landbouwvennootschappen meer opgericht worden.

Sofie Libotton en Jacky Swennen, SBB

Na ruim een jaar van politieke en juridische onzekerheden kunnen er sinds 1 mei geen landbouwvennootschappen meer opgericht worden. Dat is het gevolg van allerhande wetswijzigingen. Er komen wel andere vennootschapsvormen ter beschikking die voor vennootschappen erkend als landbouwonderneming min of meer dezelfde voor- en nadelen hebben als de bestaande landbouwvennootschappen. In dit artikel geven we wat achtergrondinformatie over landbouwvennootschappen.

Achtergrond van de landbouwvennootschap

De landbouwvennootschap werd in 1979 opgericht door de wetgever om tegemoet te komen aan de nieuwe behoeftes van landbouwers, in het bijzonder hun behoefte aan kapitaal. De wet wilde vooral aan familiale landbouwbedrijven de kans geven om zich aan te passen aan evoluties op technisch en economisch vlak. Aanvankelijk bleek de landbouwvennootschap niet zo populair. De voornaamste reden hiervoor was wellicht dat de kapitaalbehoefte in de vorige eeuw relatief minder hoog was, maar we vermoeden vooral dat de adviesverleners – en bij uitbreiding de land- en tuinbouwers zelf – niet goed op de hoogte waren van de vennootschapsvorm. Dat veranderde drastisch vanaf 2005 door een onverwachte katalysator, namelijk de stringente melkquotumregelgeving (zie figuur 1). De vrij lage melkquotumplafonds in die periode waren een doorn in het oog van de dynamische groeiers, die meer melk wilden leveren dan die quotumgrenzen. Zij zagen het oprichten van een tweede bedrijf op naam van de partner als een eenvoudige oplossing. Dat kon vaak alleen in de vorm van een landbouwvennootschap op naam van de partner, omdat je met de lv als enige vennootschapsvorm geen problemen kreeg/krijgt met een pachtoverdracht en je het inkomen kon blijven aangeven via de personenbelasting (meestal barema).

Voordelen van een (landbouw)vennootschap

Het ongenoegen rond de quotumregelgeving was de aanleiding voor het oprichten van heel wat lv’s, maar als gevolg daarvan bouwde de sector wel expertise op rond de fiscale en juridische voordelen van vennootschappen. Ook na de wijzigingen van het vennootschapsrecht blijven deze voordelen grotendeels overeind, zodat we geen spijt hoeven te hebben van de oprichting van de landbouwvennootschappen.

Vanaf de jaren 2000 werd de landbouw zeer kapitaalintensief, onder meer door de stijging van de grondprijzen. Door het relatieve lage rendement op landbouwbedrijven, maar ook door de noodzaak om meer samen te werken over de generaties heen, steeg de behoefte aan een bedrijfsvorm met meer juridische en fiscale mogelijkheden. Voor bedrijven met weinig grond, in een sector onderhevig aan grote conjunctuurschommelingen en risico’s was dat vaak de bvba. Voor grondgebonden bedrijven met veel pachtgronden en een vrij gunstig barema was heel vaak de landbouwvennootschap een degelijke oplossing. Boerenbond en SBB vinden het behoud van de voordelen in het kader van de pacht en de personenbelastingen dan ook cruciaal bij de gesprekken over de wijziging van de vennootschapswetgeving.

Naast het fiscale en het pachtaspect, zijn er nog andere factoren die de vorming van vennootschappen stimuleren. Een relatief belangrijk maar onderschat aspect is het feit dat een (landbouw)vennootschap een rechtspersoon is, in tegenstelling tot een eenmanszaak of een maatschap. Daardoor zijn privé en bedrijf beter juridisch afgescheiden en het zorgt voor meer continuïteit. Zeker op dynamische bedrijven met veel wijzigingen in kapitaal of vennoten brengt dat stabiliteit. Zo blijven het ondernemingsnummer en het nummer van de vennootschap ongewijzigd wanneer de bedrijfsleider verandert, zonder vervelende administratieve overdrachten. De overheid heeft trouwens destijds de overstap naar een vennootschap gestimuleerd door positieve stimulansen voor VLIF-vestigingssteun in te bouwen ten voordele van de vennootschap.

Een andere belangrijke katalysator is het feit dat afspraken rond arbeid, kapitaal, investeringen en inkomen veel duidelijker te organiseren zijn via een (landbouw)vennootschap dan via een maatschap. Ouders en kinderen moeten immers langere tijd samenwerken op de steeds groter wordende bedrijven.

Ook in het kader van vermogensplanning kan een (landbouw)vennootschap zeer nuttig zijn. Wanneer onroerende goederen ingebracht worden in de vennootschap of door de vennootschap opgericht worden, zal dat de waarde van de aandelen doen stijgen. Omdat aandelen roerende goederen zijn, zal hun verkoop, schenking of vererving onder bepaalde randvoorwaarden minder duur zijn dan de overdracht van de betrokken onroerende goederen.

Niet alleen voordelen

Anderzijds moeten we wel twee nadelen van een vennootschap aanstippen. De interessante gunstmaatregel van een ‘schenking van familiale onderneming’ is weliswaar van toepassing voor exploitatievennootschappen zoals de lv, maar alleen voor de schenking/vererving van de aandelen. Omdat de landbouwgronden vaak privé blijven en niet ingebracht worden in de vennootschap, is de ‘schenking van familiale onderneming’ daarvoor niet van toepassing. Verder zijn de oprichting en de jaarlijkse kosten van een vennootschap hoger dan van een eenmanszaak of maatschap. Het oprichten van een lv, een vof (vennootschap onder firma) of een com.v (commanditaire vennootschap) kost wel minder omdat je dat onderhands kunt doen, zonder notaris of revisor.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema: