Menu

Landbouw op de helling

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 
MAP 6 en de vanggewassenregeling, IHD, PAS, GLB, erosiemaatregelen … Menig landbouwer heeft er zich de afgelopen tijd het hoofd over gebroken en elke regio en bedrijfstype brengt eigen uitdagingen met zich mee. De cocktail aan regelgeving waarmee landbouwers in de heuvelachtige Vlaamse Ardennen te maken hebben, legt echter voor veel families een hypotheek op de toekomst van hun bedrijven. Of hoe degenen die aan de basis van dit mooie heuvellandschap liggen, zelf op de helling staan.

Nele Kempeneers

Waar je landbouwbedrijf ook gevestigd is, de eisen die aan de sector worden gesteld wegen steeds zwaarder door. Voor veel land- en tuinbouwers is het vaak moeilijk om door de bomen het bos nog te zien. Een van de regio’s waar de veelheid aan regelgeving het werken in de praktijk wel erg moeilijk maakt, is de Vlaamse Ardennen. Deze heuvelachtige streek is bij het grote publiek vooral bekend van de wielerklassiekers die kronkelen langs bossen, hellingen en kasseistroken. Denk bijvoorbeeld maar aan de Koppenberg of Oude Kwaremont. Maar de regio in het zuiden van Oost-Vlaanderen is ook een belangrijk landbouwgebied. De streek is bezaaid met rendabele, familiale landbouwbedrijven die mee aan de basis liggen van een van Vlaanderens mooiste landschappen. Door een combinatie van omgevingsfactoren is de impact van het nieuwe MAP in deze regio scherp voelbaar. Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker bezocht vorige week vrijdag het melkveebedrijf van Herman Van Boven in Schorisse bij Maarkedal. Ze werd vergezeld door minister van Landbouw Hilde Crevits en minister van Omgeving Zuhal Demir. Samen maakten ze kennis met de specifieke uitdagingen in de streek en de aanbevelingen die landbouwers hebben.

Slapende meetpunten wakker maken

Verschillende aspecten uit MAP 6 hebben een extra zware impact op de regio van de Vlaamse Ardennen. Ten eerste is er het feit dat bepaalde MAP-meetpunten voor oppervlaktewater die er vastgelegd zijn, beïnvloed worden door grondwater van nitraatrijke bronnen. Wanneer je daar dus de waterkwaliteit meet, meet je eigenlijk niet het oppervlaktewater maar wel het grondwater. Het verplaatsen van deze meetpunten is de enige juiste oplossing. Ook tonen de ‘slapende’ meetpunten die sinds het nieuwe MAP enkel in de meest kritische perioden bemonsterd worden, een onjuiste weergave van de gemiddelde waterkwaliteit. Eerlijker zou zijn om slapende meetpunten sneller te activeren en elke maand een meting te doen, waardoor de gemiddelde waarden elkaar in evenwicht brengen en er dus een veel correctere meting kan gebeuren. Vandaag zijn heel wat boeren in de Vlaamse Ardennen en daarbuiten teleurgesteld over de manier waarop ze beoordeeld worden op hun bemestingspraktijken en het feit dat ze niet beloond worden voor geleverde inspanningen. Een van hen is melkveehouder Bart De Clercq uit Zottegem. “In het afstroomgebied waarin mijn bedrijf ligt zijn alle meetpunten positief, met uitzondering van twee meetpunten waar er al jarenlang slechte resultaten gemeten worden”, vertelt Bart. “Onderzoek van het CVBB heeft uitgewezen dat het gaat om twee nitraatrijke bronnen en mijn landbouwactiviteiten hier dus geen invloed hebben op de waterkwaliteit. De enige oplossing is dus dat deze meetpunten verlegd worden. We hebben dit aangekaart bij de VMM, maar we vinden geen gehoor. Intussen blijven alle betrokken landbouwers uit dit afstroomgebied wel bestraft worden op iets waar we met de beste wil van de wereld niets aan kunnen doen. Ik heb er geen probleem mee dat mijn bedrijf geëvalueerd en beoordeeld wordt, maar dan ten minste op zaken die ik zelf in de hand heb.”

Overspoeld door vanggewassen

De Vlaamse Ardennen zijn per definitie een heuvelachtig gebied, wat inhoudt dat de regio heel wat erosiemaatregelen moet nemen. Mede door de inspanningen van landbouworganisaties is de wetgeving rond erosie al beter haalbaar dan vroeger, maar het is de combinatie met de nieuwe regels uit MAP 6 die het landbouwers zeer moeilijk maakt. Wie in het verleden al een groot aantal hectare vanggewassen inzaaide en dit ook registreerde, wordt nu geconfronteerd met een zeer hoog referentieareaal. In bepaalde gevallen komt het er in de realiteit op neer dat landbouwers meer vanggewas moeten inzaaien dan wat haalbaar is op het eigen areaal en dus hun toevlucht moeten zoeken tot burenregeling of equivalente maatregelen. Wie voor die laatste optie gaat en bijvoorbeeld wintertarwe als vanggewas inzaait, moet rekening houden met zeer zware boetes indien je niet perfect aan de alle voorwaarden voldoet. Concreet: wie 40 ha vanggewasverplichting heeft en er via equivalente maatregelen slechts 39 inzaait, krijgt een boete van maar liefst 40.000 euro voorgeschoteld (1000 euro per ha). “Een kleine administratieve fout kan de landbouwer dus de das omdoen”, zegt Bart De Clercq. “En dat terwijl we nu eigenlijk gestraft worden omdat we in het verleden altijd trouw onze vanggewassen inzaaiden en aangaven. Een probleem dat zich uiteraard niet enkel in onze regio, maar in heel Vlaanderen voordoet.”

Bos naast de stal

Toen eind 2014 de PAS-brieven werden verstuurd, kregen heel wat veehouders in de Vlaamse Ardennen een oranje of zelfs rode brief in de bus. Deze bedrijven liggen in de nabijheid van Europese natuur en moeten maatregelen nemen om de stikstofuitstoot van hun stallen te beperken. Vergunningverlening in de regio ligt bijgevolg erg moeilijk, wat de toekomstperspectieven van heel wat familiale bedrijven beperkt. Daarnaast wijzigen de PAS-maatregelen en de bijbehorende reductiepercentages geregeld, wat het voor landbouwers moeilijk maakt om gepaste acties te ondernemen. Maar daarmee is de kous niet af. Om een oplossing te vinden voor de mobiliteitsproblematiek rond de N60 in Ronse moet er landbouwruimte opgeofferd worden en tegelijk staat in de Europese natuurdoelstellingen dat er in de Vlaamse Ardennen 900 ha bos zou moeten bijkomen. De druk op landbouwgrond en prijzen wordt dus verder opgedreven. Ook Luc Reyntjens, melkveehouder uit Zulzeke, is een van de landbouwers die in het gebied voor de bosuitbreiding zouden vallen. “De plannen vallen me vooral zwaar omdat je merkt dat er geen draagvlak voor is. Onze streek is populair bij wandelaars en fietsers, maar de meesten waarmee ik praat vinden het aanbod aan bos dat er vandaag is zeker niet onvoldoende”, klinkt het. “Momenteel liggen er vier mogelijke scenario’s op tafel, maar afhankelijk van welke piste er wordt gekozen zullen bepaalde bedrijven meer of minder grond kwijtraken. Het is dus moeilijk om vooruit te kijken, maar zeker is dat dit de doodsteek kan zijn voor heel wat familiale landbouwbedrijven uit de streek.” Het is dus noodzakelijk dat de overheid samen met de sector naar oplossingen zoekt die de betrokken landbouwers de nodige garanties bieden.

Te gast in Maarkedal

Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker nam vorige week minister van Landbouw Hilde Crevits en minister van Omgeving Zuhal Demir mee naar het melkveebedrijf van Herman Van Boven in Schorisse bij Maarkedal. Het gezin Van Boven runt dit familiaal landbouwbedrijf met 150 melkkoeien en landbouwgronden waarop vooral gras wordt verbouwd. Dochter Julie zit mee in het ouderlijke bedrijf en brengt regelmatig verslag uit over het leven op de boerderij in haar online blog ‘De avonturen van een boerenmeid’. Vader Herman is trots dat zijn dochter de landbouwmicrobe te pakken heeft, maar weet ook dat het niet evident is om als jongere te starten, zeker niet met de uitdagingen waarmee zijn bedrijf te kampen heeft. “Niet alleen de druk op de landbouwgrond wordt groter, ook de mentale druk op de landbouwer neemt toe”, weet hij. Samen met een delegatie van bestuursleden van de regioraden Aalst en Oudenaarde confronteerde Sonja beide ministers met de realiteit op de Vlaamse bedrijven en de concrete suggesties en vragen van de landbouwers om te komen tot een meer werkbaar beleid. Zowel minister Crevits als minister Demir dankten de landbouwers voor het delen van hun verhaal en willen verder in overleg gaan om te kijken welke oplossingen er mogelijk zijn. De conclusie van het bezoek is een oproep die landbouwers al vaak gedaan hebben: “Praat mét ons, niet over ons. Laat ons meedenken om tot werkbare oplossingen te komen.” Boerendochter Julie Van Boven kijkt met een positief gevoel terug op het bezoek van minister Crevits en minister Demir en hoopt dat de boodschap die de landbouwers gebracht hebben blijft hangen. “Het is zo’n prachtige stiel, maar we moeten ervoor zorgen dat er morgen nog jonge landbouwers zijn die de motivatie vinden om voedsel te produceren en dit prachtige landschap mee vorm te geven, want de uitdagingen zijn enorm.”

Deel deze pagina: