Peter_Stakenborg

"Landbouw en jacht hebben nood aan meer toenadering"

11 januari 2022

Akkerbouwer Peter Stakenborg runt naar alle waarschijnlijkheid het meest noordoostelijk gelegen landbouwbedrijf van ons land. Het dorpje Kessenich bij Kinrooi ligt dan ook net onder de Nederlandse grens, bij de oevers van de Maas. Peter behaalde in 2015 zijn jachtverlof of ‘permis’, en draagt sindsdien actief bij aan het voorkomen van wildschade in zijn regio. “De burger heeft vaak een verkeerd beeld van jacht en landbouw. Maar ook jager en landbouwer moeten elkaar nog beter leren kennen”, klinkt het.

Peter Stakenborg is van vele markten thuis. Voor hij in 2010 het landbouwbedrijf van zijn vader overnam, was hij immers deeltijds aan het werk als maker van muziekinstrumenten. “Ik deed mijn job buitenshuis met veel plezier en ben dit ook tot twee jaar geleden blijven combineren met het bedrijf thuis”, begint Peter zijn verhaal. “Nu mijn vader minder actief meewerkt op het familiebedrijf ben ik voltijds landbouwer, en dat gaat me goed af.” Het akkerbouwbedrijf richt zich vooral op de teelt van industriegroenten als erwten, spinazie, bonen en wortelen, maar Peter teelt ook suikerbieten, uien, granen en mais. De industriegroenten in de streek worden veelal geteeld voor groente- en fruitverwerkend bedrijf Greenyard in Bree. Op de percelen van Peter die langs de Maas liggen en niet geschikt zijn voor akkerbouw, houdt hij enkele vleesveekoeien. “Maar deze tak bouwen we af, zeker nadat ik enkele jaren geleden werd aangevallen door onze dekstier”, lacht Peter. “Gelukkig zonder grote blijvende schade.”

De druk van ontgrinding

Wanneer we Peter naar de grootste uitdagingen voor de landbouwbedrijven in de regio vragen, komt de ontgrinding meteen naar boven. “In de Maaslandse gemeenten is er tussen 1977 en 2005 meer dan 700 ha landbouwgrond, agrarisch gebied volgens het gewestplan, verloren gegaan door het ontginnen van grind. Daarbij komt ook nog de druk op landbouwgrond omwille van natuurdoelstellingen”, vertelt Peter. Maar hoe zwaar dit verhaal ook weegt op de lokale landbouwers, er is ook een positieve noot. In 2001 werd beslist om maar 35 ha in plaats van 70 ha landbouwgrond terug op te vullen en opnieuw landbouwbestemming te geven. Met het resterende budget kozen de landbouwers om een project op te starten dat de landbouw in de regio innovatiever en sterker moest maken. Dat is onderzoekscentrum Agropolis in Kinrooi geworden. “Dat proberen we nu verder uit te bouwen met nog meer inzet op nieuwe gewassen, circulaire landbouw ...” En ook het CIRO-project waardoor landbouwers water uit de grindplassen kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld irrigatie is een belangrijke troef voor de regio. “Al liggen er nu vergunningsplannen op tafel die deze watervoorziening bedreigen, dus we houden ons hart vast”, weet Peter.

Peter_Stakenborg2
Wildschade beperken

Maar ook wildschade is een actueel thema in Kinrooi en omstreken. En omdat hij als landbouwer rechtstreeks met deze problematiek geconfronteerd werd, besloot Peter om het heft in eigen handen te nemen. “De schade door houtduiven en grauwe ganzen is bijvoorbeeld zeer groot, en ik begreep maar niet waarom er hier vanuit de plaatselijke jagersvereniging niet meer aan gedaan werd. Dus besloot ik in 2015 om zelf mijn jachtverlof te behalen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want ik had meerdere pogingen nodig om te slagen”, lacht Peter. “Door me te verdiepen in de uitgebreide wetgeving en me aan te sluiten bij de plaatselijke jagersvereniging, leerde ik dat jacht aan heel wat beperkingen is gebonden en het dus echt niet zo simpel is. Nu heb ik dus heel wat meer begrip voor de manier waarop jagers werken.” Jachtbevoegdheden zijn in België verdeeld over de federale overheid en de gewesten, en dat zorgt voor heel wat grijze zones en niet-flexibele regels. “En die strenge wetgeving heeft ook een impact op de manier waarop wildschade kan bestreden worden”, vertelt Peter. “Iets wat ik vroeger niet besefte.”

Wolven en everzwijnen

“In ons dorp kunnen we de everzwijnenproblematiek nog vrij goed onder controle houden, maar ik weet dat heel wat collega-landbouwers in de streek met de handen in het haar zitten.” Peter haalt enkele voorbeelden aan. “Het feit dat er in België geen gebruik mag worden gemaakt van warmtebeelden bij de jacht, zorgt ervoor dat wij wilde varkens veel moeilijker onder controle kunnen houden dan onze buurlanden, waar dit wel toegelaten is. Drukjachten alleen kunnen nooit het probleem oplossen ook al  zijn ze goed georganiseerd. Het feit dat je als jager met het vlees van je geschoten wild blijft zitten omdat het niet gecommercialiseerd mag worden, zorgt ervoor dat de motivatie om bijvoorbeeld meerdere everzwijnen te schieten soms niet groot is.” Hopen dat de wolf de everzwijnenproblematiek zou oplossen, is volgens Peter niet realistisch. “Everzwijnen versterken hun groep doordat de mannetjes niet solitair worden maar de zeugen en jongen beschermen. De wolf maakt dan geen kans.” Peter pleit voor een wettelijke bepaling van het maximaal aantal wolven dat een plaats kan hebben in Vlaanderen, zodat de populatie onder controle kan gehouden worden. “Want elke wolf die niet mensenschuw is, is in principe een probleemwolf. En in de beperkte ruimte die we in Vlaanderen hebben, is dat vragen om problemen.”

Begrip van de samenleving

Door zijn jachtverlof te halen, kent Peter zowel de uitdagingen voor de landbouw als de jacht. Een gebrek aan kennis en begrip van de samenleving is voor beide een probleem”, weet Peter. “Mensen hebben er vaak geen voeling meer mee. Enkel wanneer winkelrekken leeg zijn of hun tuin omgewoeld wordt door wild, ziet men het belang in van voedselproductie of wildbeheer.” Maar ook tussen landbouwer en jager is er nog heel wat meer toenadering mogelijk. “Als landbouwer merk je het als eerste op wanneer er wildschade is, maar vaak weet men niet waar men terechtkan. Het zou goed zijn als elke landbouwer weet wie zijn aanspreekpunt is wanneer het om wildbeheer gaat. Zo kunnen we elkaar verder helpen en het natuurlijke evenwicht bewaren.” NPI's als een wildredder op je maaibalk of beheerstroken vind Peter bijvoorbeeld een stap in de goede richting.