Menu

Landbouw in de verdomhoek ... en daar horen we niet thuis!

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Nederlandse boeren betogen massaal. In de verdomhoek gezet door politiek en beleid. Onze Vlaamse boeren komen vandaag niet massaal op straat, maar ze voelen zich vaak in diezelfde verdomhoek gezet.

Bart Beliën, juridisch adviseur Studiedienst Boerenbond

Het gaat om aanvallende campagnes van de antivleeslobby, eenzijdige slogans van de natuurbeweging, inbraken in stallen door dierenrechtenorganisaties, vergunningen die worden aangevochten door actiegroepen ... Je moet het maar over je heen laten komen als land- of tuinbouwer die elke dag opnieuw, vaak voor dag en dauw, opstaat om met veel passie en zorg aan de slag te gaan. De inspanningen die worden geleverd, de vooruitgang die geboekt is, wordt vaak niet erkend. Het is nooit goed genoeg ...

Uitdagingen voor onze sectoren

Dat onze land- en tuinsector voor grote en diverse uitdagingen staat, is een open deur intrappen. Deze uitdagingen situeren zich op vele vlakken. Hoe blijven we voldoende voedsel produceren, betaalbaar en van topkwaliteit? Hoe verzekeren we onze land- en tuinbouwers van een correct inkomen? Hoe versterken we onze positie in de keten? Maar ook de maatschappelijke verwachtingen zijn torenhoog. Worden stappen vooruitgezet, dan duiken er van de weeromstuit criticasters op om te stellen dat het niet genoeg is, nooit genoeg is ... En uiteraard: één simpele oplossing is er altijd: de afbouw van de veestapel als beleidsdoelstelling. In een dergelijk klimaat raken discussies snel verhit. Om samen aan tafel te zitten en om oplossingen te vinden, is dat wat net vermeden moet worden.

De nieuwe Vlaamse regering heeft dat begrepen. Ook zij ziet een land- en tuinbouwsector die geconfronteerd wordt met vele uitdagingen en wil deze uitdagingen aangaan in een niet-polariserend debat op basis van objectieve parameters, op basis van de Vlaamse realiteit. Het Vlaamse regeerakkoord erkent dat ook de land- en tuinbouw al vele inspanningen heeft gedaan. De Vlaamse regering zoekt het antwoord in een doordachte combinatie van technologische ontwikkelingen, innovaties, schaalveranderingen, de verankering van het landbouw- en visserijbeleid in een geïntegreerd voedselbeleid en de omslag naar een kringloopeconomie. Aan ons om de opportuniteiten en de kansen te zoeken. Wij rekenen op een Vlaamse regering die in overleg met de sector antwoorden zoekt.

Als het over de veestapel gaat

Professor-emeritus Wannes Keulemans stelde vorige week in Eos dat een inkrimping van de Vlaamse veestapel met 30% 255.000 ha land vrijmaakt (132.000 ha elders en 123.000 ha in Vlaanderen) en de uitstoot van methaan en ammoniak dan drastisch daalt. Zijn betoog mist onderbouwing, en wat dit betekent in het geheel van de klimaatproblematiek wordt ook niet duidelijk gemaakt. Waarschijnlijk omdat dit marginaal is. Dat een daling van de veestapel voor minder emissies zorgt, is evident. Net zoals een daling van het autogebruik ook positieve gevolgen zal hebben voor het milieu. Maar aan die heilige koe wordt niet geraakt. Cruciaal is dat de sector mee mag zoeken naar antwoorden, zoals bijvoorbeeld gebeurt in de uitvoering van het convenant Enterische emissies.

Ook vandaag responsabiliseren diverse mechanismen de sector op het vlak van de omvang van de veestapel. Er is een NEC-plafond, er is een bijkomende reductiedoelstelling (enkel voor de landbouwsector!) in het kader van de PAS, er is een ambitieuze doelstelling voor de reductie van diverse broeikasgasemissies in onze sectoren, er komt een ontkoppeling aan van de zoogkoeienpremie ... En voor alle duidelijkheid, deze doelstellingen zijn niet vrijblijvend. Er zijn wel degelijk mechanismen voorzien voor het geval ze niet gehaald worden.

De vooruitgang die we boeken, wordt vaak niet erkend.

Keuze voor één model niet zaligmakend

Helaas is het zo dat het voorstel om de veestapel af te bouwen in discussies vaak gepaard gaat met de keuze voor of tegen een bepaald landbouwmodel. Op dat moment gaat de discussie niet meer over het verminderen van de milieu-impact of het bijdragen aan oplossing, maar wordt ze ideologisch. De diversiteit aan bedrijven en modellen (gericht op export of korte keten, traditioneel, of gericht op een niche zoals bio enzovoort) is net de sterkte van de sector in Vlaanderen. Boeren en tuinders zoeken antwoorden en die antwoorden kunnen en mogen verschillen van bedrijf tot bedrijf.

Stikstof en natuur: terechte focus op landbouw?

Vlaanderen heeft een beleid om de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden te verminderen. In 1990 bedroeg de gemiddelde stikstofdepositie in Vlaanderen 43 kg per ha per jaar, in 2016 nog 23,4 kg. Tussen 1990 en 2016 was er een daling van 42% en tussen 2000 en 2016 van 27%. Ammoniakverbindingen, voor veruit het grootste gedeelte afkomstig van landbouw, waren in 2016 verantwoordelijk voor 56% van de depositie. Dat betekent ook dat ongeveer de helft van de stikstofdepositie afkomstig is van andere bronnen. In tegenstelling tot andere stikstofverbindingen heeft ammoniak de eigenschap om lokaal terug neer te slaan. Door die lokale impact lopen onze landbouwbedrijven het grootste risico om vast te lopen in hun bedrijfsontwikkeling door de passende beoordeling. Het is niet omdat onze lokale impact het grootst is, dat onze sector alleen moet bijdragen aan een oplossing. In het verleden heeft Boerenbond al verschillende studies laten uitvoeren waaruit blijkt dat zelfs met een volledige afbouw van de Vlaamse veehouderij de overschrijdingen niet verdwijnen.

Vlaamse PAS ≠ Nederlandse PAS

Conceptueel en beleidsmatig zijn er wel degelijk grote verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse PAS. Zo heeft Vlaanderen niet gekozen voor één globale passende beoordeling. De individuele passende beoordelingen blijven behouden, waarbij (en dit is ook een belangrijk verschil) enkel een beroep kan worden gedaan op bronmaatregelen om emissies te verminderen. Het Vlaamse beleid zet in op een extra generieke daling van de ammoniakemissies. Dit wordt onder meer gerealiseerd door het verder implementeren van ammoniakemissiearme stalsystemen en -technieken. Als de veestapel stijgt, zal de sector bijkomende inspanningen moeten doen. Zo simpel is dat.

Die generieke daling wordt dan nog eens gecombineerd met een beleid om bedrijven met een grote lokale impact hun activiteiten niet ongewijzigd te laten verder zetten. Deze bedrijven kunnen hun impact verminderen door te investeren in de reductie van emissies, door zich te heroriënteren, te verplaatsen of hun activiteiten stop te zetten. De Vlaamse overheid voorziet daar ook middelen voor via een flankerend beleid. Van een andere groep bedrijven mogen de emissies niet meer toenemen. Wanneer dit een hypotheek legt op hun bedrijfsontwikkeling, kunnen zij ook een beroep doen op flankerend beleid. Ten slotte trekt de Vlaamse overheid ook middelen uit voor een herstelbeleid in de speciale beschermingszones. Het is het samenspel van al deze elementen (extra generieke daling van emissies, grote lokale impact terugdringen en herstelbeleid) dat de overbelasting verder moet terugdringen.

Verder nog meegeven dat in Vlaanderen de ammoniakemissies gestaag dalen, terwijl er in Nederland de laatste jaren een stijging werd opgetekend.

Simpele oplossingen bestaan niet

Advocaat-generaal Kokott merkte in de slotbeschouwing van haar conclusie bij de Nederlandse PAS-zaak op dat, als men het totaalbeeld voor ogen houdt, een lidstaat als Nederland niet onderworpen kan zijn aan een onvoorwaardelijke verplichting om zijn landbouw plotseling op grote schaal in te perken en ook fors in te grijpen in andere economische ontwikkelingen om de belasting van Natura 2000-gebieden met stikstof tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Bij het ontwikkelen van een beleid mag wel degelijk rekening gehouden worden met het algemene maatschappelijke belang bij economische ontwikkeling en de grondrechten van de betrokken ondernemingen. Het is daar dat het evenwicht moet worden gevonden, vooruitgang boeken op een wijze die sociaal en maatschappelijk aanvaardbaar is.

Het is dat totaalbeeld dat niet uit het oog mag worden verloren, en dat te vaak dreigt te gebeuren. Onze sectoren hebben al een hele weg afgelegd, onze milieu-impact vermindert, en we zullen steeds verder verduurzamen. We maken daarvoor gebruik van innovatie en technologische oplossingen, van ondernemers die hun bedrijfsvoering aanpassen, van ... In plaats van in de verdomhoek weggezet te worden, willen we, #Boerentrots, graag laten zien wat we doen, wat we realiseren en de uitdagingen die op ons afkomen op een realistische en haalbare manier aanpakken!

Deel deze pagina: