Menu

Laagpathogene AI: een stand van zaken

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Sinds begin april wordt de pluimveesector zwaar getroffen door een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza van het type H3. Van meet af aan hebben we gevraagd hoogdringende maatregelen te nemen om de snelle verspreiding van dit virus tegen te gaan.

Wouter Wytynck, adviseur dierlijke veredeling 

De schade op de getroffen bedrijven is enorm en door het uitblijven van een gecoördineerde bestrijding met een vergoeding van de geleden schade is het aantal besmette bedrijven reeds opgelopen tot 83. Het gevaar dat het virus overslaat naar andere regio's blijft groot, maar dankzij de genomen bioveiligheidsmaatregelen en de vrijwillige ruimingen kon dit tot nu toe worden voorkomen. Het aantal nieuwe gevallen is ook gedaald, maar dat komt omdat de meeste leg- en vermeerderingbedrijven in de besmette zone ondertussen getroffen zijn.

Wachten op ruimingsbesluit

Zoals aangegeven vragen we al lang dat het FAVV de coördinatie op zich neemt voor de ruiming van de getroffen bedrijven. Tot op heden is het nog altijd wachten op het Ministerieel Besluit dat dit mogelijk moet maken. Aangezien er  ook geen retroactiviteit voor de vergoedingen is beslist voor de bedrijven die ondertussen hun stallen hebben ontvolkt, worden er momenteel geen bedrijven meer geruimd. Daardoor blijft het virus massaal aanwezig in de getroffen zone, waardoor het de kans krijgt om zich verder aan te passen aan de kippen en ook jongere dieren symptomen gaan vertonen. Dit is momenteel al het geval op enkele opfokbedrijven. Dat maakt de sector heel bezorgd. Wij hebben er de afgelopen dagen heel sterk op aangedrongen om spoed te zetten achter de besluitvorming en we vragen ons af waarom het zo lang moet duren vooraleer tot de bestrijding kan worden overgegaan. De verwachting is dat het nog wel enkele dagen zal duren vooraleer de nodige besluiten zullen worden getekend en in werking zullen treden.

Hoe zit het met de vergoedingen?

Eurocommissaris Hogan heeft enkele weken geleden, gezien de ernst van de situatie, het licht op groen gezet om het virus te bestrijden met compensaties voor de getroffen bedrijven. Iedereen had toen het gevoel dat het belangrijkste obstakel uit de weg was geruimd. Nadien bleek echter dat minister Ducarme aan de Europese administratie bijkomend advies gevraagd heeft, waarbij uit het antwoord afgeleid wordt dat enkel bedrijven die nog moeten geruimd worden door het Sanitair Fonds zouden kunnen worden vergoed. De retroactiviteit kan, volgens de minister, op basis van dit advies dus niet worden ingeroepen. Daardoor blijven getroffen pluimveehouders, die te goeder trouw en in het belang van de sector intussen al geruimd hebben, in de kou staan. Feit is dat dit ook gevolgen heeft voor de Vlaamse leegstandsvergoeding. Voor ons is en blijft dit onaanvaardbaar. De minister engageerde zich terug contact op te nemen met Europa om de retroactiviteit te bespreken en indien mogelijk alsnog door te voeren, op één of andere manier. Ook Boerenbond zelf heeft intussen commissaris Hogan opnieuw gecontacteerd hieromtrent.

Zoals het er nu voor staat, is er dus geen vergoeding voor de bedrijven die op eigen initiatief hebben geruimd. Maar ook de bedrijven waar de ruimingen nog moeten gebeuren, zullen enkel maar de kippen die momenteel aanwezig zijn op het bedrijf vergoed zien. Wij dringen ondertussen sterk aan bij alle bevoegde diensten om zo snel als mogelijk te starten met de gecoördineerde bestrijding.

Binnen het Sanitair Fonds zijn momenteel voldoende middelen vrijgemaakt voor de vergoedingen. Belangrijk daarbij is dat de draagkracht van de pluimveesector niet wordt overschreden en dat de verdere slagkracht van het Sanitair Fonds ook voor de andere sectoren gewaarborgd blijft. Ondertussen blijven we werken aan een oplossing voor de bedrijven die geheel of gedeeltelijk uit de boot dreigen te vallen.

 

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: