Menu

Kosten voor geld

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Om redenen van vergelijkbaarheid, maar ook als vergoeding voor het eigen kapitaal dat je in je bedrijf investeerde, wordt in de boekhouding fictieve intrest aangerekend als kost. Een blik op de Tiber-boekhoudingen leert ons ook dat er tussen bedrijven enorme verschillen bestaan wat de voorwaarden van commerciële leningen betreft.

Gedurende een lange periode werd in de Tiber-boekhouding op geïnvesteerd kapitaal 5% fictieve intrest als kost aangerekend. Omdat geen enkele productiefactor de laatste vijf jaar zo veel goedkoper is geworden dan geld (kapitaal), hebben we de fictieve intrest dan ook intussen verlaagd. Uit de Tiber-registraties blijkt dat investeringskredieten in de landbouwsector tussen boekjaar 2010 en 2015 gemiddeld 50% goedkoper werden.

Fictieve intrest

Waarom wordt in een rendementsbegrip zoals het arbeidsinkomen met een fictieve intrest gerekend en niet met de reële intresten van je leningen? Hoofddoel is om te komen tot een berekening die je blind kan vertrouwen om aan te geven welke activiteit je het hoogste arbeidsrendement oplevert op een bepaald moment. Stel je de situatie voor dat je voor je rundvee een stal bouwde in een jaar dat de rente 4% was, en dat je enkele jaren later een stal bouwt voor varkens bij een rente van 2%. Als we dan later de effectief betaalde intrestkosten zouden aanrekenen voor die investeringen, dan is het rundveerendement in je boekhouding steeds benadeeld in vergelijking met het varkensrendement. Nochtans is dit het gevolg van een externe oorzaak uit het verleden, en dat kan je op het verkeerde been zetten om beslissingen te nemen voor de toekomst. Daarom rekenen we voor al het geïnvesteerde kapitaal een ‘gemiddelde’ intrestkost aan, en krijg je een beter vergelijkbare parameter. Verder mag je natuurlijk ook niet vergeten om op eigen kapitaal dat je investeert in je bedrijf ook een kost aan te rekenen, en daarvoor hebben we sowieso ook die fictieve rentefactor nodig. Sinds boekjaar 2014 hebben we de klassieke 5% fictieve intrest losgelaten en vervangen door een variabele fictieve intrest die gebaseerd is op de gemiddeld effectief betaalde intrest (zie infografiek).

Duur leningen

Om een goed beeld te krijgen van de evolutie van de effectieve intrestkosten analyseerden we alle leningen die afgesloten werden in de boekjaren 2005, 2010 en 2015. Uit figuur 1 kunnen we afleiden dat het gemiddeld ontleende bedrag fors steeg, maar toch zien we geen algemene toename van de gemiddelde duur van alle leningen (figuur 2). Leningen aangegaan voor een bedrijfsovername of voor de aankoop van machines worden nu zelfs gemiddeld voor een kortere duur afgesloten dan vroeger. Ook bij leningen voor gebouwen, waarvoor gemiddeld het hoogste bedrag wordt geleend, zien we geen trendbreuk in gemiddelde duurtijd.

Rente

Figuur 3 toont een overzicht van de rente per leningstype. Vooral tussen 2010 en 2015 daalde de rente waartegen nieuwe investeringskredieten werden afgesloten sterk, van 3,65% naar 1,93%. We zien wel beperkte verschillen naargelang de aard van de investering. In 2015 was een lening voor bedrijfsovername gemiddeld het goedkoopst (1,66%) en een lening voor een investering in gebouwen het duurst (1,96%). De gemiddelde rente voor leningen voor de aankoop grond of machines zat daar ergens tussenin.

Vast voorschot

De sterke opkomst van de zogenaamde lening van een ‘vast voorschot’ is de meest opvallende verandering in de laatste vijf jaar. Vroeger werden slechts zeer sporadisch financieringskredieten geregistreerd in Tiber onder de noemer voederkrediet. In het boekjaar 2015 zijn de vaste voorschotten als financieringsvorm voor werkingsmiddelen volledig ingeburgerd. Het succes hiervan is uiteraard ook te verklaren door het ‘goedkopere’ geld van de laatste jaren in combinatie met toch ook wel de liquiditeitsproblemen in sommige sectoren. In 2015 betaalde men voor een vast voorschot nog gemiddeld 2,50%, dus ongeveer 0,57% meer dan voor een investeringskrediet. Ook de echte kaskredieten lijken door deze nieuwe financieringsvorm sterk teruggedrongen. Vraag is of een vast voorschot wel overal en altijd de goedkoopste oplossing is als er maar voor een korte periode financiering nodig is. Het opmaken van een realistische kasplanning kan je helpen om de juiste keuze te maken. Hierbij kan de Tiber-tool ‘Maak kasplanning’ je zeker helpen.

Verschillen

Leningen worden gemiddeld voor een langere duur afgesloten als het ontleende bedrag groter is. Opmerkelijk is echter dat gemiddeld de laagste intresten geregistreerd werden voor leningen die afgesloten werden voor een intermediair bedrag. De infografiek illustreert dit voor leningen die in 2015 werden aangegaan voor investeringen in gebouwen of grond.

Zoals voor andere productiefactoren stellen we in Tiber ook grote verschillen vast tussen de intresten die individuele bedrijven betalen voor gelijkaardige leningen (figuur 4). Deze verschillen lijken ondanks de lage rentestand ook niet te zijn afgenomen ten opzichte van 2005. Het spreekt voor zich dat een bank de intrestkost van een lening afhankelijk maakt van een inschatting van het risico op niet-terugbetaling (= ‘rating’). Dat risico verminderen (of je rating verbeteren) kan natuurlijk komen van inbreng van eigen kapitaal. Daarnaast is het voor een goede rating een must om je investeringsaanvraag goed te onderbouwen met een betrouwbare rendementsinschatting voor de toekomst, gestaafd met bedrijfseigen cijfers (bijvoorbeeld uit je Tiber-boekhouding). Het is ook nuttig om je visie en strategie voor je bedrijf uit te schrijven. Dat is een element waarmee je de risico inschatting door banken kan beïnvloeden.

Deel deze pagina: