De invasie van Rusland in Oekraïne, die begon op 24 februari, heeft bijzonder zware gevolgen voor de wereldeconomieën. Zowel op het vlak van energievoorziening als op het vlak van voedselvoorziening zijn de effecten niet min. De schokken zijn in open economieën onmiddellijk voelbaar. Ze worden ook doorvertaald naar de Vlaamse land- en tuinbouwsector, zowel in de prijsvorming voor een aantal afzetproducten als in de prijsvorming voor onze inputs zoals energie, meststoffen en allerlei bouwmaterialen.

Op het vlak van afzet van onze producten werden reeds in 2014, na de inval van Rusland in de Krim, handelssancties ingesteld op de export vanuit de Europese Unie. Het ging in hoofdzaak om zuivel, vlees, vis, verse groenten en vers fruit. Maar met de huidige oorlogssituatie is er echter veel meer aan de hand.

Prijzen sterk gestegen

Oekraïne, dat vaak de graanschuur van Europa wordt genoemd, was voor de oorlog samen met Rusland goed voor zowat 35% van de wereldwijde gerstexport, 30% van de tarwe-export, 10% van de maisexport en maar liefst 50% van de export van zonnebloemolie.

Door de tegengevallen graanoogsten waren de graanprijzen al in het najaar van 2021 aan een klim begonnen. Over een langere termijn bekeken, kunnen we stellen dat de graanprijzen in de periode begin 2014 tot halverwege 2021 zich in een aanbodmarkt situeerden, waarbij de tarweprijzen zich bewogen in de vork tussen 150 en 200 euro per ton. Wegens de kleinere oogsten in 2021 stegen ze naar zo’n 300 euro per ton. De Russische inval in Oekraïne heeft daar vandaag nog een kleine 100 euro per ton aan toegevoegd. Daardoor zijn de granen op relatief korte termijn van een aanbodmarkt in een vraagmarkt beland. Tegelijk zitten door de lagere oogsten de stocks op wereldvlak voor tarwe, mais, koolzaad en soja op hun laagste niveau sinds 10 jaar en dat terwijl de grote vraag vanuit China aanhoudt. Door de oorlogssituatie zal ook in 2021-2022 de krappe situatie aanhouden, nu geraamd wordt dat Oekraïne zo’n 35% minder graan en oliehoudende gewassen uitgezaaid heeft.

Akkerbouwers verwelkomen de hogere graanprijzen, maar hebben wel te kampen met de hoge kosten voor meststoffen en energie. Gelukkig is de sector door de stijging van de afzetprijzen hier beter tegen gewapend. Voor granen zijn de gestegen marktprijzen voldoende om de gestegen kosten te dekken. Als de markt verder haar werk doet, zullen de gestegen graanprijzen onmiskenbaar ook een positief effect hebben op prijzen van andere akkerbouwteelten zoals onder meer aardappelen, suikerbieten en vlas. Maar ook de contractprijzen van de industriegroenten zullen moeten volgen ...

Voor de dierlijke sectoren – en in het bijzonder voor dierlijke veredeling – komen de gestegen grondstoffenprijzen anderzijds bijzonder hard aan. Vooral de varkenshouderij, die de voorbije jaren reeds grote klappen incasseerde door de Afrikaanse varkenspest en de coronacrisis, loopt de laatste tijd veel averij op. Ondanks de gestegen varkensprijzen, wordt op de bedrijven een negatief saldo gehaald. Dit betekent dat de opbrengsten uit de verkopen niet voldoende zijn om de veevoeder- en energiekosten te vergoeden.

Bedrijven zonder termijnafspraken voor aardgas worden door de gestegen prijzen het hardst geraakt.

Energieprijzen naar recordhoogtes

Voor aardolie is de Europese Unie voor zowat 25% afhankelijk van Rusland, terwijl voor aardgas de Europese Unie vandaag zelfs voor 38% afhankelijk is van de Russen. De oorlogssituatie heeft geleid tot recordnoteringen voor energieproducten. Zowel de prijzen van aardgas, aardolie als de prijzen van elektriciteit zijn fors de hoogte ingegaan. Reeds voor de inval van Rusland in Oekraïne waren de prijzen aan het stijgen, met name door de ontstane sterke vraag naar gas zowel vanuit Azië als Europa, gedreven door het economische herstel na corona.

Alle land- en tuinbouwsectoren ondervinden vandaag de gevolgen van de gestegen energieprijzen, maar het is vooral de glastuinbouwsector, met in het bijzonder de glasgroenten, waar energie zowat 60% uitmaakt van de variabele kosten, die het zwaarst te lijden heeft. Hierbij zijn er wel grote verschillen tussen bedrijven.

Algemeen worden bedrijven zonder termijnafspraken voor aardgas door de gestegen prijzen het hardst geraakt. Hoe dan ook is duidelijk dat met variabele gascontracten de verkoopprijzen ontoereikend zijn om de gestegen energiekosten te dekken.

De afgelopen weken stellen we bovendien vast dat de prijzen voor tomaten, komkommer, paprika en sla gedaald zijn door een gestegen aanbod vanuit Zuid-Europa. Vooral voor tomaten is de prijsdaling aanzienlijk. Tegelijk zijn de aangeleverde volumes aanzienlijk teruggelopen. Dit komt omdat op een aantal bedrijven de productie niet opgestart of het uitplanten uitgesteld werd.

Meststoffenprijzen fors hoger

Rusland en Wit-Rusland zijn belangrijke spelers voor de productie en de export van meststoffen. In 2021 was Rusland goed voor 15% van de wereldwijde export van stikstofmeststoffen, voor 18% van de wereldwijde export van fosfaatmeststoffen en voor zo’n 20% van de wereldwijde export van potasmeststoffen. De Europese Unie is netto-invoeder van kunstmeststoffen. Zo’n 28% van de stikstofmeststoffen die in de EU aangewend worden, zijn ingevoerd. Van de ingezette K-meststoffen wordt zo’n 71% ingevoerd, terwijl van de ingezette fosfaatmeststoffen zo’n 66% ingevoerd wordt.

In het kielzog van de gestegen energieprijzen, zijn ook de meststoffenprijzen fors de hoogte ingegaan. De prijsstijging is het grootst bij de stikstofmeststoffen, die geproduceerd worden op basis van aardgas. De prijsstijgingen voor fosfaat- en potasmeststoffen vloeien vooral voort uit de sterk gestegen vraag naar kunstmest, in het bijzonder in Azië en in Amerika. Ook de sterke prijsstijgingen voor overzeese transporten (scheepsvrachten) worden doorgerekend.

Bovendien is er de laatste jaren onvoldoende concurrentie op de Europese markt, aangezien de markt beschermd wordt door douanetarieven en antidumpingheffingen.

Kunstmest is een relatief belangrijke uitgavenpost in de variabele kosten van diverse teelten. Vooral voor granen, aardappelen en suikerbieten, maar ook voor openluchtgroenten zoals diverse koolsoorten en prei zijn de kosten voor kunstmeststoffen aanzienlijk.

Besparen op kunstmest is niet direct een optie, aangezien dit lagere opbrengsten en mogelijke kwaliteitsproblemen (bijvoorbeeld eiwitgehalte granen) voor gevolg heeft. Tevens ontstaat het risico op het niet kunnen naleven van contracten.

De laatste weken zijn de meststoffenprijzen gedaald, maar intussen zijn de kosten voor de teelten weliswaar gemaakt. In ieder geval is er op de Europese markt nog steeds een voldoende aanbod.

Stijgende inflatie zal loonkosten opdrijven

Naast de reeds beschreven prijsstijgingen voor enkele belangrijke land- en tuinbouwinputs, stellen we ook vast dat zich op meerdere vlakken verdere kostenstijgingen voordoen. Deze vloeien hoofdzakelijk voort uit het doorrekenen van de gestegen energieprijzen in allerlei producten en benodigdheden zoals plastic verpakkingen en folies. Maar ook bouwmaterialen, zoals isolatiemateriaal, hout en metalen ondergaan aanzienlijke prijsverhogingen.

Verder moet aangegeven worden dat de sterk gestegen energieprijzen de afgelopen maanden in België en andere EU-lidstaten geleid hebben tot een oplopende inflatie. En aangezien in België de lonen gekoppeld zijn aan de index, mogen we er ons aan verwachten dat de spiraal van prijsstijgingen nog niet tot stilstand gekomen is.

Voedselimporterende landen zijn de dupe

De sterke prijsstijgingen voor granen en oliehoudende en eiwithoudende gewassen in combinatie met sterk gestegen prijzen voor energie, meststoffen en transport, hebben intussen ook invloed op de voedselprijzen. Zo berekende de FAO (Wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties) dat de wereldvoedselprijzen in mei gestegen waren naar een nog nooit eerder gekend niveau. In mei 2022 bedroeg de stijging 23% tegenover mei 2021.

In de Europese Unie, netto-exporteur van basisproducten zoals graan, zien we de prijzen voor voedingsproducten eveneens toenemen, maar van tekorten is hier geen sprake. Anders is het gesteld met landen die voor een groot deel van hun voedsel afhankelijk zijn van Rusland en Oekraïne.

Zo zijn minstens 26 landen ter wereld voor meer dan de helft van de tarwebehoeften afhankelijk van Rusland en Oekraïne. Veruit de meeste daarvan zijn Afrikaanse landen, waar nu reeds voedselkrapte heerst. Landen als Eritrea, Somalië en Congo behoren tot dat lijstje maar ook tal van Arabische landen horen daarbij. Voedseltekorten kunnen in dergelijke landen aanleiding geven tot bevolkingsopstanden, zoals dat in 2010 tijdens de Arabische Lente gebeurde. Als gevolg daarvan kunnen dan weer migratiestromen vanuit die landen op gang komen.

Onzekerheden blijven

Ook voor onze sectoren houden de onzekerheden aan. Gestegen prijzen voor granen en veevoedergrondstoffen krikken enerzijds de rentabiliteit van de akkerbouwsector op, maar duwen die van de dierlijke sectoren en in het bijzonder van de dierlijke veredeling naar beneden. De varkenssector komt het slechtst uit deze oefening. Voor de melkveehouderij lijken de kostenstijgingen te overzien om ze binnen de bedrijfsvoering te kunnen opvangen. Voor de vleesveebedrijven met afmesting van stieren hebben de hogere veevoederprijzen eveneens een negatieve uitwerking op het uiteindelijke inkomen.Verder moet ook onderstreept worden dat de impact voor biobedrijven aanzienlijk is, aangezien veel bioveevoer uit Oekraïne wordt ingevoerd. De stijgende energiekosten komen vooral in de glastuinbouwsectoren zwaar binnen, terwijl de gestegen meststoffenprijzen bij zowat alle plantaardige sectoren roet in het eten gooien.Daarbij komt nog dat de volatiliteit in het marktgebeuren bijzonder groot is, wat het voor ondernemers uitermate lastig maakt.

Het is duidelijk dat het oorlogsconflict de verdere ontwikkelingen zal bepalen. Het is koffiedik kijken, maar prognoses maken omtrent inkomensevoluties voor de korte en middellange termijn zijn geen sinecure.