Menu

Knelpunten bij individuele identificatie van varkens

Terug naar Actualiteit
Sector: 
In april 2017 ging het demonstratieproject ‘Met elektronische identificatie naar individuele dieropvolging in de varkenshouderij’ van start. De doelstelling van dit project was om de mogelijkheden van individuele dieropvolging op praktijkbedrijven te demonstreren. In dit artikel focussen we op de knelpunten die overwonnen moeten worden om deze methode in de praktijk te laten slagen.

Sander Palmans, PVL en Sarah De Smet, Varkensloket

Hoe gaat het in zijn werk?

Varkens individueel registreren begint met het geven van een individueel elektronisch oormerk en het individueel inlezen van de biggen. Dit lijkt een hele opgave, omdat varkenshouders gewend zijn om enige routine in hun werk te leggen. In het project is samengewerkt met een zestal varkenshouders. Hun ervaringen zijn in dit artikel beschreven. Uit foto 1 blijkt hoe een vrouwelijk elektronisch oormerk samen met het mannelijke saniteloormerk gebruikt kan worden. Dit vraagt dus geen bijkomende handeling en bijgevolg geen arbeid.

Het inlezen van de biggen vraagt daarentegen wél een bijkomende handeling. Het is immers nodig dat alle biggen worden ingelezen. Afhankelijk van het databeheerssysteem waarmee gewerkt wordt, kan dat in één keer voor een volledige groep biggen of moet elke big individueel worden ingelezen. In de praktijk worden de biggen bij het geven van het oormerk toch vaak afgezonderd van de zeug, waardoor het eenvoudig is om even met de reader over de biggen heen te gaan. Daarbij moet dan natuurlijk ook het zeugnummer worden ingegeven. De deelnemende varkenshouders gaven aan dat deze zeer beperkte tijdsinvestering in de praktijk goed doenbaar is.

Ook de langleefbaarheid van de elektronische oormerken is geen knelpunt om de technologie te laten doorbreken in de praktijk. Herhaaldelijke demonstraties op praktijkbedrijven toonden aan dat de leesbaarheid van de oormerken tot bij vertrek naar het slachthuis bij meer dan 99 % van de oormerken in orde blijft. Een duidelijke oorzaak voor de enkele oormerken die hun werking verliezen, kon niet worden aangetoond.

Verlies van oormerken is probleem

Het verlies van oormerken is wél een probleem in de praktijk. Dit is niet overal even eenduidig op te lossen. Bovendien kan het verlies van oormerken variëren van ronde tot ronde en van bedrijf tot bedrijf. Duidelijk is wel dat hoe dunner en kleiner de oormerken zijn, hoe lager de kans op verlies is. De ultrahoogfrequente oormerken die in het project zijn gebruikt zijn niet veel groter dan een sanitelnummer, waardoor de omvang ervan niet direct een probleem vormt. Het allerbelangrijkste om verlies te beperken, is de aandacht die besteed wordt aan het aanbrengen van het oormerk. Hoe dichter het oormerk bij de kop van de big wordt aangebracht, hoe lager de kans op uitval (zie foto 2). Hier heeft de varkenshouder zelf dan ook een grote impact op.

Wanneer er sprake is van verlies, kan er een nieuw oormerk worden aangebracht bij het varken. In de praktijk blijkt echter dat de kans op verlies van het tweede oormerk merkelijk groter is. Dit heeft vermoedelijk te maken met de leeftijd van het varken en de breekbaarheid van het kraakbeen in het oor.

Lezen van oormerken aan de slachtlijn

Om bruikbare gegevens te verkrijgen, is het naast het inlezen van de jonge biggen uitermate belangrijk dat er gegevens van de slachtvarkens worden verzameld. In het project is daarom samengewerkt met een slachthuis uit de BPG-groep om een reader in de slachtlijn in te bouwen. De meest efficiënte manier om slachtgegevens te koppelen aan een individueel slachtvarken is om de karkassen uit te lezen aan de slachthaak. Zo kunnen slachtgewicht en geboortedatum worden gekoppeld, om vervolgens groeigegevens te bepalen. Ook de andere karkaseigenschappen kunnen daaraan worden gekoppeld. De registratie in het slachthuis blijkt echter het grootste knelpunt te zijn om individuele dierregistratie mogelijk te maken. Een van de voornaamste redenen is het feit dat ultrahoogfrequente oormerken vrij gevoelig zijn voor de aanwezigheid van vocht en staal. Andere types oormerken zijn op dat vlak minder gevoelig, maar hebben andere nadelen (bijvoorbeeld een hogere kostprijs). Omdat de technologie van ultrahoogfrequente oormerken het snelst evolueert, is beslist om de ontwikkelingen hiermee toch door te zetten. Diverse testopstellingen brachten nog andere problemen aan het licht. Het is immers uitermate belangrijk dat de reader met 100 % zekerheid het juiste varken leest. Er zijn enkele oorzaken waardoor de reader zich van varken kan ‘vergissen’. Zo kan de slachtlijn erg snel lopen (waardoor de karkassen snel na elkaar komen) of hangen die karkassen niet altijd stil. Verder zit het oormerk soms in het linker- en soms in het rechteroor, waardoor de leesafstand kan variëren. Tot slot kunnen de oormerken van diverse fabrikanten verschillen in leesafstand. Vanuit verschillende invalshoeken wordt er hard gewerkt om deze problematieken het hoofd te bieden. Zonder deze stap zal individuele dieridentificatie zeker niet doorbreken in de praktijk.

Verwerken van gegevens

Een laatste knelpunt dat moet worden overwonnen, is het managen van de gegevens. Een grote hoeveelheid data is immers maar interessant als we er ook iets mee kunnen doen. Een Vlaams varkensbedrijf levert vandaag gemiddeld 4000 varkens per jaar af. Werken met een Excelbestand met 4000 lijnen is erg complex en onoverzichtelijk. Daarom moeten we de gegevens kunnen verzamelen in een uitgebreide database, waarin we de gegevens die we nodig hebben kunnen oproepen op een vergelijkbare manier met de zeugenmanagementsystemen, die in de varkenshouderij al sterk zijn ingeburgerd. Daarom is in het project gewerkt aan een database in samenwerking met Zorros. Hierin kan een varkenshouder de individuele gegevens van vleesvarkens verzamelen en managen. De sector zit bovendien niet stil. Zo zijn er diverse fabrikanten van zeugenmanagementsystemen die ook al vleesvarkensmodules in gebruik hebben genomen en zijn er andere nog volop in ontwikkeling.

Besluit

Algemeen kunnen we concluderen dat de varkenshouders en de hard- en softwarebedrijven klaar zijn om individuele dieridentificatie toe te passen. Het voornaamste knelpunt zit nog in de registratie in de slachtlijn. Voorbeelden uit het buitenland tonen echter aan dat de technologie op het punt staat om ook op dit vlak door te breken.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: