Menu

Klimaatinspanningen van landbouw

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Dinsdag 19 april start de Vlaamse klimaattop. In dit artikel bekijken we de broeikasgasemissies van Vlaanderen en de landbouwsector eens van naderbij.

Vlaanderen

De totale emissie van broeikasgassen in Vlaanderen verloopt dalend. In 2014 lag de totale emissie 16% lager dan in 1990. Hiermee is Vlaanderen goed op weg om de klimaatdoelstellingen voor 2020 te halen. Zowat alle sectoren (huishoudens, industrie, energie en landbouw) realiseren een aanzienlijke reductie. Alleen de transportsector blijft ver achterop. Ondanks allerlei maatregelen om de uitstoot per voertuig terug te dringen, doet een toename van het verkeer de uitstoot stijgen met 26% tegenover 1990.

Landbouw

De broeikasgasemissie van de landbouwsector bestaat uit 3 broeikasgassen: 

  1. koolstofdioxide (CO2),
  2. methaan (CH4) en
  3. lachgas (N2O).

CO2 ontstaat hoofdzakelijk bij het verbranden van fossiele brandstoffen en is dus sterk gelinkt aan het energieverbruik. Deze uitstoot daalde met ruim 40% tegenover 1990. Daarnaast wordt er ook CO2 vrijgezet uit de bodem, want het bodemleven zorgt immers voor een uitwisseling van de CO2 tussen de koolstofvoorraad in de bodem en de atmosfeer. De laatste decennia wordt meer CO2 uit onze akkerlanden vrijgezet dan er wordt opgeslagen. Bossen, daarentegen, fungeren als een opslagtank en nemen netto CO2 op. De totale opslag in deze bodems blijft de laatste jaren min op meer op eenzelfde niveau.

De veehouderij is een belangrijke bron van methaan en lachgas. In Vlaanderen wordt 70% van de methaanuitstoot en iets meer dan 50% van de lachgasuitstoot veroorzaakt door de veehouderij. Methaan wordt hoofdzakelijk vrijgezet als gevolg van verteringsprocessen (voornamelijk door runderen) en ook mestopslag (van runderen zowel als varkens). Ten opzichte van 1990 daalde de methaanuitstoot met bijna 10%.

Lachgas, ten slotte, ontstaat voornamelijk tijdens biologische processen in de bodem. Het aanbrengen van dierlijke mest of kunstmest verhoogt de stikstofinput in de bodem en bijgevolg de kans op lachgasemissies. Ook de opslag van mest (nu in hoofdzaak vaste mest) vormt een bron van lachgas. In 2014 lag de uitstoot van lachgas 35% lager dan het niveau in 1990.
In 2014 bedraagt de totale uitstoot van de landbouwsector in Vlaanderen 6045 kton CO2-equivalenten, een daling met 26% ten opzichte van de uitstoot in 1990. De cijfers geven ook aan dat deze dalende trend zich de laatste jaren doorzet. Ten opzichte van 2000 daalde de uitstoot met 16%, ten opzichte van 2005 met 7%.
De veehouderij neemt het merendeel van deze landbouwemissies voor haar rekening, zo’n 70%, maar het aandeel in de totale Vlaamse uitstoot blijft beperkt tot iets meer dan 5%.

Vlaamse klimaattop

Ondanks deze bemoedigende resultaten, zullen ook in Vlaanderen op termijn grotere inspanningen nodig zijn als we de klimaatverandering willen beperken zoals overeengekomen werd op de klimaattop in Parijs. De ministers Bourgeois en Schauvliege roepen daarom op 19 april een eerste Vlaamse klimaattop samen. Tijdens deze top zal een stand van zaken voorgesteld worden en de verschillende sectoren zullen in een aantal rondetafels aan het werk gezet worden. In overleg wordt de komende maanden bekeken welke extra maatregelen en inspanningen op korte en langere termijn mogelijk zijn. 
Alle sectoren zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen, ook de landbouwsector. Maar we benadrukken wel dat er voldoende rekening moet worden gehouden met het aandeel en de geleverde inspanningen.

Meer info

Lees zeker ook ons uitgebreid onderwerp 'Vlaamse landbouw en klimaat'

Deel deze pagina: