Cartoon Joris Snaet

Klimaat van COP tot teen

24 november 2021

Het stof van de VN-klimaatconferentie, voluit United Nations Framework Convention on Climat Change (UNFCCC), is gaan liggen. De corona-epidemie heeft klimaat vrij snel van het voorplan verdrongen. Korte termijn wint het van lange termijn. Het klimaatwerk van COP26 is niet af. Afspraken en beloftes moeten worden nagekomen, hoe mager die ook zijn. Er zijn stapjes gezet in de goede richting. En, de hele wereld is aan boord gebleven. Wat hebben we geleerd en wat staat ons na Glasgow te wachten?

Europa zette regelmacht kracht bij

Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCC) dateert van 1992 en beoogt een mondiale aanpak om de temperatuurstijging te beperken en de gevolgen ervan op te vangen. Jaarlijks komen regeringsleiders en toponderhandelaars van de partijen die het verdrag hebben ondertekend in een Conference of Parties (COP) bijeen over de stand van zaken, nieuwe wetenschappelijke inzichten en mogelijke maatregelen. Zij zijn niet alleen. In hun kielzog volgen alle betrokken maatschappelijke en economische actoren om te informeren, te debatteren, te overtuigen en te betogen. In mindere mate om overtuigd te worden. Stellingen zijn voorbereid en vooraf ingenomen. Het is een werk van lange adem dat er tot voor kort vooral uit bestond landen te overtuigen van de ware problematiek, het mondiale karakter en de hoogdringendheid om tot actie over te gaan. Historische COP’s zijn de COP3 met het Kyoto-protocol (1997) en de COP21 met het Klimaatakkoord van Parijs (2015). Dat akkoord moet nog worden gehonoreerd. Daar was het op de COP26 in Glasgow om te doen.
De verbintenissen van de deelnemers om de temperatuurstijging liefst zo dicht mogelijk bij de 1,5 °C te beperken werden aangescherpt. Er kwam vooruitgang in het bijeenbrengen van de 100 miljard dollar per jaar voor ontwikkelingslanden en andere kwetsbare landen om gevolgen van de klimaatverandering te financieren. Noteer dat de Europese Unie met 27 miljard dollar de belangrijkste donor is en blijft. Er werden plannen gesmeed voor internationale koolstofhandel zoals voorzien in het Klimaatakkoord van Parijs (rulebook). En, voor het eerst in de geschiedenis is er een wereldwijd akkoord over de vermindering van steenkoolcentrales en van ‘inefficiënte’ subsidie voor gebruik van fossiele brandstoffen. Dat lijkt weinig, maar dat is niet niets. Denk maar aan de toekomstige energievoorziening, ook in ons land. Tot slot werden in de marge van de COP26 door groepen van landen grote beloften (pledges) afgelegd die wel eens van grotere betekenis zouden kunnen zijn, ook voor de landbouwsector. Zo is er onder meer de belofte van stopzetting van ontbossing tegen 2030 (122 landen) en van de vermindering van methaanuitstoot met 30% tegen 2030 (100 landen). Beide kwamen mede door de Europese Unie tot stand. Zij passen immers perfect in de Green Deal en de Fit for 55. Denk aan de Europese methaanstrategie en de vorige week gelanceerde voorstellen inzake ontbossing en bosdegradatie met verplichte ‘zorgvuldigheidsregels’ voor bedrijven die producten zoals rundvlees, hout, palmolie, soja, koffie en cacao in de EU in de handel willen brengen. De Europese Commissie heeft 1 miljard euro toegezegd om de bescherming, het herstel en het duurzaam beheer van bossen in partnerlanden te ondersteunen. Dat klonk goed op de COP26. Europa heeft meermaals gescoord. Zij zette haar regelmacht kracht bij. 
 

Samen in bad

Drieëndertig bijkomende landen hebben beloofd om klimaatneutraal te zullen worden tussen 2050 en 2060. India wil dat tegen 2070 zijn. Noteer dat alle landen die tot nog toe beloofd hebben om klimaatneutraal te worden en daar ook een jaartal hebben opgeplakt, goed zijn voor 90% van de wereldwijde CO2-uitstoot. Indien zij daarin slagen zou de temperatuurstijging op termijn onder de 2 °C liggen en zelfs tegen de 1,5 °C aan. Maatregelen op korte termijn om deze grootse beloften waar te maken, waren minder concreet. “Belofte maakt schuld”, zegt de volksmond. “Wie zijn belofte niet houdt, krijgt een bult”, wordt er schertsend aan toegevoegd. Voor de Europese Unie is het menens. Zij wil er met de Green Deal werk van maken. Haar doestelling om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, werd in een Europese klimaatwet vastgelegd. Voor Europa is er geen weg terug. Ook de Europese landbouw zit mee in bad. Diane Schoonhoven is adviseur Klimaat, Energie en Duurzaamheid bij Boerenbond. Wat is haar van de COP26 bijgebleven? Zij vindt het belangrijk dat 195 landen zich willen inspannen om de temperatuurstijging tot 1,5 °C te beperken. De landbouwsector voelt de gevolgen van extremere weersomstandigheden. Europa heeft het pad ingezet van klimaatneutraliteit tegen 2050. Europa zal daar sowieso mee doorgaan. Het is belangrijk dat andere landen volgen en het verschil met de Europese inspanningen niet nog verder vergroot. Dit zou ten koste gaan van het zogenaamde gelijke speelveld of level playing field.

Op het eerste gezicht is er weinig gezegd over landbouw, met uitzondering van de Koronivia Joint Work on Agricuture over duurzame voedselsystemen. Het heeft het wereldnieuws niet gehaald. Er waren acties van boeren en tussenkomsten van boerenleiders. Op wereldvlak zijn wij niet die bad guys?
“Inderdaad op de COP26 is zeer weinig rechtstreeks over landbouw gesproken. Dat was op voorhand gekend. Deze COP had vooral tot doel om een aantal grote afspraken te maken ter uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs zoals de opwarming beperken tot 1,5 °C, de organisatie van internationale koolstofmarkten en duidelijkheid over de klimaatfinanciering. En daar is men grosso modo in geslaagd.”

De Global Methane Pledge of globale methaanbelofte treft ons dan weer wel? 
“Deze belofte houdt in dat de uitstoot van methaan, als belangrijk broeikasgas, tegen 2030 met 30% moet worden verminderd tegenover 2020. Het werd ook door Vlaanderen onderschreven. We hebben in Vlaanderen met het Convenant Enterische Emissies ingezet op een vermindering met 19% in vergelijking met 2005. Maar je weet dat als gevolg van de afschaffing van het melkquotum en omschakeling van vleesvee naar melkvee de emissies gestegen waren. Hierdoor komt het convenant in feite neer op een doelstelling van -27% in vergelijking met 2020. Dat betekent dat het ondertekenen van die methaanbelofte op de COP26 een verhoging van de doelstelling met 3% extra bedraagt. Vlaanderen verwacht dat de ontwikkelingen in inzake bijvoorbeeld PAS en MAP tot deze bijkomende reductie van 3% zullen leiden.”

Ik dacht dat de gerenommeerde groep van klimaatwetenschappers van het Intergouvernmental Panel on Climat Change (IPCC) die het wetenschappelijke klimaatwerk leveren deze zomer gezegd had dat de methaanuitstoot van runderen overschat wordt. De klimaatboekhouding zou worden bijgestuurd in het licht van deze nieuwe bevinding. Is daar op de COP26 iets over gezegd? 
“Het IPCC heeft inderdaad aangegeven dat methaanuitstoot van runderen in de huidige klimaatboekhouding op lange termijn overschat wordt. Ik denk niet dat dit nu ergens officieel op de COP26 aan bod is gekomen. Copa-Cogeca, de koepel van Europese landbouworganisaties en -coöperaties, nam deel aan diverse ‘side-events’ en zou dat moeten hebben aangehaald. Daar hebben we meermaals op aangedrongen. Eventuele internationale aanpassingen van de afspraken over de wijze waarop de bijdrage van (verschillende) broeikasgassen berekend worden, zullen pas in 2022 worden gemaakt. ”

Er is op de COP26 afgesproken dat alle landen jaarlijks moeten rapporteren over de stand van zaken in plaats van vijfjaarlijks. Zullen er voortaan jaarlijks klimaatplannen moeten worden opgesteld? Kan ons land dat politiek aan?
“Er zal jaarlijks gerapporteerd moeten worden hoever België staat met het behalen van de klimaatdoelstellingen en of ons land op schema ligt. Het is niet de bedoeling dat Vlaanderen jaarlijks een Klimaatplan opmaakt zoals gebeurde in aanloop naar de COP26. Dit waren bijkomende maatregelen die kaderen in de verhoogde Europese klimaatambitie om in 2030 de broeikasgasemissies met 55% te reduceren in plaats van 40% (Fit for 55). De hogere Europese ambitie moet natuurlijk worden vertaald naar de lidstaten. België kreeg een doelstelling van -47% opgeplakt. Dat is grotendeels gebaseerd op ons bruto binnenlands product (BBP) en wordt in beperkte mate gecorrigeerd voor kostenefficiëntie. Vlaanderen is van mening dat deze -47% niet kostenefficiënt is en zet daarom in op een doelstelling van -40%. Tot nog toe lag de lat in Vlaanderen op -35%. Om het gat tussen beide te dichten, werden bijkomende maatregelen genomen. Het kan wel zijn dat deze -40% voor Europa niet volstaat en Vlaanderen alsnog een bijkomend plan moet opstellen.”

Voor de goede verstaander: hoe verhouden het federale en het Vlaamse Klimaatplan zich tegenover elkaar?
“Federaal heeft zijn eigen bevoegdheden waar landbouw niet onder valt. In die zin zijn de plannen complementair en doet elk niveau andere dingen. Maar uiteraard zijn er linken. Denk aan de federale kernuitstap waarvoor in Vlaanderen gascentrales zouden moeten worden vergund. Komt de energievoorziening in het gedrang? Ik wil er nog op wijzen dat alle wkk’s in de glastuinbouwsector een kleine kerncentrale op zich zijn wat energielevering betreft. Het is onbegrijpelijk dat de Vlaamse regering in haar Klimaatplan de warmtekrachtcertificaten afschaft, terwijl de wkk’s juist heel hard nodig zullen zijn om elektriciteitszekerheid in ons land te bewaren na de kernuitstap.”

De titel boven dit artikel luidt ‘Klimaat van COP tot teen’, van wereld tot dorpsstraat. We zien dat lagere besturen zoals gemeenten ook meer en meer geneigd zijn de landbouwmaatregelen op te leggen in het kader van hun klimaatplannen. Kan dat zomaar? 
“Dat klopt. In het kader van het ‘burgemeestersconvenant’ komen we soms verbazingwekkende zaken tegen, tot zelfs de vraag om op grond van deze convenant vergunningen te weigeren. Voor ons moeten lokale besturen aan het Vlaams niveau overlaten wat op dat niveau geregeld wordt. Maar er zijn tal van goede voorbeelden. Denk aan de rol die de landbouw kan spelen bij decentrale energieproductie. In overleg kunnen acties worden opgezet die perfect passen in het Lokaal Energie- en Klimaatpact met het Vlaamse beleid als leidraad.” 

Tot slot. Europees Parlementslid Tom Vandenkendelaere wees vorige week in Boer&Tuinder nog op mogelijke neveneffecten van koolstoflandbouw op grondprijzen. Terecht?
“Op dit moment kijken we naar koolstoflandbouw als kans en willen we vooral op diverse manieren ervaring opdoen om de mogelijke nadelen en neveneffecten te leren kennen. We denken momenteel dat koolstoflandbouw als een extra verdienmodel voor landbouwers juist kan helpen om de open ruimte open te houden zodat deze niet uit de landbouwsector zou verdwijnen wegens een te laag rendement. We hopen momenteel op extra geld van buiten de landbouw voor landbouwers via koolstoflandbouw. De nieuwe AFOLU-regeling (Agriculture, Forestry and Other Land Use) die op stapel staat (Fit for 55) waarbij de landbouwsector zijn eigen resterende broeikasgasemissies moet reduceren, kan inderdaad tot gevolg hebben dat koolstofopslag in bodems belangrijker wordt. Ik denk dat het nu nog te vroeg is om te zeggen dat de grondprijzen daardoor zullen stijgen. Voorlopig is de AFOLU-doelstelling enkel op Europees niveau vastgelegd en niet per lidstaat, wat ook logisch is aangezien klimaat geen lokaal probleem is.” 

Vlaams Klimaatplan

Diane Schoonhoven, adviseur Klimaat, Energie en Duurzaamheid, Studiedienst: “Neen, de landbouwsector is bij de bijsturing van het Vlaams Klimaatplan de dans zeker niet ontsprongen zoals in bepaalde media is gesuggereerd. De Vlaamse landbouw moet zijn doelstellingen met 10% verhogen. Dat is niet niks. De Vlaamse industrie moet ook haar doelstelling met 10% verhogen. Maar de landbouwsector heeft te maken met emissies van natuurlijke oorsprong die nooit volledig te elimineren zijn. Wat nu? Het Vlaams Klimaatplan kondigt een ‘klimaattafel’ aan om de verhoging van 10% samen met de sector uit te werken. Om tot haalbare maatregelen te komen, is het belangrijk dat de landbouwsector hierbij betrokken wordt. En, het is tegelijk belangrijk dat er een ondersteunend beleid en bijkomende middelen voor onderzoek komen.”