Menu

Juni maakt koude meimaand goed

Terug naar Actualiteit
Sector: 
In mei heeft het frisse weer de gewasgroei geremd, maar dankzij het mooie weer dat daarop volgde, kwamen de gewassen weer snel op gang. Plaatselijk berokkenden onweersbuien, hevige wind en hagel ernstige schade. Maar afgezien daarvan zijn de opbrengstvoorspellingen gunstig, zowel voor de wintergranen als voor de zomerteelten (mais, aardappelen, suikerbieten). De weersomstandigheden van de komende weken zullen de uiteindelijke opbrengst bepalen.

VITO

Contrast tussen mei en juni

Mei was tamelijk fris, droog en windstil. De gemiddelde temperatuur lag 0,5 tot 3 °C lager dan normaal (zie figuur 1). De grootste verschillen werden gemeten in het zuiden van het land. Vooral de eerste 3 weken van mei waren erg koud, doordat de minimumtemperaturen laag scoorden. In Ukkel bedroeg de minimumtemperatuur gemiddeld 7,4 °C. Dat is bijna 2 °C lager dan normaal (9,2 °C). Pas eind mei stegen de temperaturen weer tot boven de normale waarde. In Korbeek-Lo (Bierbeek) gaf de thermometer op 24 mei zelfs 25,4 °C aan. Mei was ook een droge maand. In het noorden en uiterste westen van het land viel slechts de helft van de normale hoeveelheid neerslag. Op plaatsen waar er wel normale hoeveelheden gemeten werden, was dat vaak het gevolg van zware lokale onweders. In totaal werden in mei 18 regendagen geteld, slechts 2 minder dan normaal. Het regende vaak, maar slechts kleine hoeveelheden. Mei telde ook een relatief laag aantal zonne-uren. De combinatie van relatief lage temperaturen, beperkte neerslag en weinig zon hebben de ontwikkeling van de gewassen enigszins vertraagd.

De eerste 3 weken van juni waren warmer dan normaal. De temperatuur lag toen tussen 0,5 en 3 °C hoger dan gemiddeld, waarbij de grootste verschillen in het oosten van het land gemeten werden (figuur 2). Op de meeste plaatsen was het ook natter dan normaal. De regenval varieerde wel sterk naargelang er onweders waren: van zo’n 20 mm in het zuiden van het land tot 160 mm in het noorden van de provincie Antwerpen. Tussen 1 en 20 juni telden we maar liefst 16 onweersdagen (normaal 12,7). De onweders gingen vaak gepaard met stortbuien en hevige wind, waardoor de gerst plaatselijk ging legeren. Hier en daar zagen we overstromingen en modderstromen. Hagelbuien veroorzaakten in Limburg flink wat schade in de fruitteelt. Uit figuur 4 blijkt dat dit jaar in het zuiden van het land en in West-Vlaanderen minder neerslag viel dan normaal. Elders schommelt de neerslagsom rond het gemiddelde. In het noorden en zuidoosten van de provincie Antwerpen viel dit jaar zo’n 25 tot 30% meer neerslag dan normaal.

Uit de analyse van de Proba-V-satellietbeelden (figuur 5) blijkt dat de vegetatie-index eind juni nagenoeg overal hoger is dan het gemiddelde van de jaren 2003-2018. Toch werd de groei enigszins afgeremd door het koude weer in mei.

De stand van de gewassen

Wintergerst en wintertarwe. De wintergerst kende een goede seizoenstart. De meeste gerstpercelen staan er momenteel goed bij. De verwachte opbrengst schommelt rond het gemiddelde van de vijf voorbije jaren (zie tabel). Op heel wat percelen wordt legering vastgesteld, maar wellicht met weinig gevolgen voor de opbrengst. Ook de wintertarwe doet het goed. De insectendruk blijft relatief binnen de perken. We zien wel meer percelen met bladseptoria dan vorig jaar. Op heel wat percelen werd gele roest waargenomen, bij gevoelige zowel als minder gevoelige rassen. Ook bruine roest kende eind mei/begin juni een sterke uitbreiding. De opbrengstverwachtingen voor de vroege wintertarwerassen zijn gunstig. Voor de late rassen is het nog afwachten, omdat de uiteindelijke opbrengst zal afhangen van de temperatuur tot midden juli. De zeer hoge temperaturen van eind juni/begin juli kunnen een negatieve impact hebben op de graanvulling en zo de opbrengst naar omlaag halen.

Aardappelen. Ondanks de vroege start van het pootseizoen vertonen de aardappelen momenteel geen groeivoorsprong, want de kou in mei heeft hun ontwikkeling geremd. De opkomst verliep gemiddeld zo’n tien dagen trager dan normaal. Begin juni kwam de groei van de aardappelen dankzij de regen gelukkig toch goed op gang. Op veel plaatsen is de grondwaterstand laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Tijdens deze fase van de groei (opkomst/loofontwikkeling) is de waterbehoefte nog niet erg groot, waardoor de aardappelen tot nu toe nog geen last hadden van watertekort. De wortelontwikkeling is bijgevolg vrij zwak, wat het gewas gevoeliger maakt voor eventuele droogte later in het seizoen. Door het warme weer en de onweersbuien begin juni stak de aardappelziekte de kop op. De koude nachten en soms ook frisse dagen en de hittegolf van eind juni remden de uitbreiding van de plaag enigszins af. In aardappelopslag worden heel veel coloradokevers gesignaleerd en de vrees is dat de volgende generatie zal migreren naar percelen met consumptieaardappelen. Uit de eerste veldwaarnemingen blijkt dat de knolvorming gunstig verloopt. De verwachte opbrengsten liggen in de meeste regio’s iets hoger dan het gemiddelde van de vijf voorbije jaren.

Mais. De voorjaarswerkzaamheden voor de mais verliepen vlot. Omstreeks 15 mei was zo goed als alle mais gezaaid, ook waar een snede gras als voorteelt stond. Door de wisselende weersomstandigheden was de opkomst traag. Ook de verdere ontwikkeling van de mais lijkt wat vertraging opgelopen te hebben als gevolg van de wisselende weersomstandigheden. Gelukkig heeft het geregeld geregend, waardoor de mais wel kan doorgroeien. De onkruidbestrijding is op de meeste percelen goed gelukt. De voorspelde opbrengst schommelt momenteel rond het gemiddelde van de vijf voorbije jaren.

Suikerbieten. Eind juni waren de rijen op de meeste percelen gesloten. Alleen de laat gezaaide percelen lopen iets achter. Ook in de suikerbieten zijn de bladluizen massaal aanwezig en de populaties ontwikkelen zich verder. Op sommige percelen werd de behandelingsdrempel (2 groene bladluizen per 10 planten) al tweemaal bereikt. Er wordt aangeraden om de bieten te beschermen tot en met het sluiten van de rijen. De opbrengstverwachtingen zijn momenteel erg gunstig. In alle regio’s worden opbrengsten tussen 3 en 7% boven het gemiddelde voorspeld.

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: