Lies Bernaerts

“Ik wil heel graag blijven geloven dat het weer goedkomt”

11 okt
De crisis in de varkenshouderij treft iedereen in de sector, maar jonge overnemers die nog geen reserves hebben kunnen opbouwen, krijgen de hardste klappen. Geen evident thema om over te praten, maar Lies Bernaerts uit Nieuwmoer (Kalmthout) durfde het aan. Een eerlijk en aangrijpend gesprek met een fiere jonge varkenshoudster. “In crisistijd is het familiale karakter van onze bedrijven zowel een vloek als een zegen”, vertelt ze. “Maar een sterk sociaal vangnet is nu goud waard.”

Dat Lies boerin zou worden, was al snel duidelijk. Haar ouders Koen Bernaerts en Martine Anthonissen namen de boerderij van Martines ouders over en bouwden die uit tot een mooi gesloten varkensbedrijf met locaties in Wuustwezel en Nieuwmoer. Dochters Lies en Jolien waren van kinds af aan niet weg te slaan uit de stal en toonden zich al snel echte varkenshoudsters in spe. Zonen Lode en Wout hadden andere ambities maar sprongen vaak bij voor herstellingen of veldwerk. Toen er nood was aan een nieuwe vleesvarkensstal, beseften Koen en Martine dat deze nog een volgende generatie zou meegaan. “Als je hem niet meer voor jezelf wil zetten, zet hem dan maar voor mij”, zei de veertienjarige Lies toen. En zo geschiedde. 

Jonge boerin

Jolien en haar man namen het gemengd bedrijf van zijn ouders over, en Lies focuste zich volledig op haar toekomst als overnemer van Koen en Martine. “Zelfs in het vijfde middelbaar koos ik de vakken die me het best zouden voorbereiden op de studies van bio-ingenieur aan de universiteit”, lacht Lies. “En hoewel velen zeiden dat ik na vijf jaar studeren niet meer zou willen terugkeren naar de boerderij, ging ik na mijn studies met plezier aan de slag als zelfstandig helper bij mijn ouders.” Drie jaar later kreeg Lies de kans om mee in het bedrijf te stappen. “Omdat het woonuitbreidingsgebied in Wuustwezel door de jaren heen steeds dichter bij het bedrijf was komen te liggen, kozen we voor de locatie in Kalmthout. De stallen zijn aan vervanging toe en dus lieten we een geur- en ammoniakstudie uitvoeren. Toen die gunstig bleek, is de overname geregeld”, zegt Lies. Op 1 september 2020 was de overname rond en werd de toen 26-jarige Lies varkenshoudster. 

Geen buffer 

Lies heeft zo’n 10 dagen kunnen genieten van de gunstige marktprijzen, want half september werd in Duitsland een kadaver met varkenspest gevonden. De Duitse export kelderde en het aanbod aan varkensvlees op de Europese markt steeg, met prijsdalingen tot gevolg. “De varkens die ik aan hun oorspronkelijke waarde had overgenomen, moest ik plots aan zeer lage prijzen verkopen”, vertelt Lies. “Enige tijd later begonnen ook de voederprijzen sterk te stijgen. Met als resultaat dat we de varkens tegen woekerprijzen moeten voederen en ze met verlies verkopen.” Lies kampt net als velen die haar situatie delen met liquiditeitsproblemen. “Als varkenshouders ben je gewend om te gaan met pieken en dalen maar een crisis die zo lang aanhoudt als deze kan je niet overbruggen als je niet hebt kunnen profiteren van de goede jaren. Jonge overnemers als ik hebben geen buffer waarop we kunnen terugvallen.”

Steun zoeken

De situatie is erg pijnlijk, zowel voor Lies als voor haar man Niels en haar ouders. “Het was de bedoeling dat Niels mee in het bedrijf zou stappen, maar dit kan voorlopig niet. Integendeel, we moeten zijn spaarcenten gebruiken om het bedrijf draaiende te houden, wat allesbehalve gezond is.” Lies weet dat ze altijd bij haar ouders terechtkan, maar wil dit zo lang mogelijk uitstellen. “Ze zullen me zeker willen helpen, maar het moet ook eerlijk blijven naar mijn zus en broers toe. Daar hebben we bij de overname veel rekening mee gehouden.” De huidige crisismaatregelen die beschikbaar zijn, zoals uitstel van betaling vragen bij de bank, heeft Lies nog niet aangewend. “Ik besef dat dit voor vele varkenshouders wel een nuttige maatregel kan zijn, maar ik vind het zelf een erg moeilijke stap. Je wil in je eerste jaar als ondernemer je problemen nog niet doorschuiven naar later, je wil ze meteen oplossen. Bovendien is het vooral de hoge voederkost die op ons bedrijf een grote impact heeft, want de bedrijfsgebouwen zijn oud en de afschrijving daarvan is relatief gezien niet zo groot.”

Nood aan verbetering

En dat brengt ons bij een ander thema dat Lies zorgen baart. De vergunningsaanvraag die ze wou indienen om haar oude stallen te vervangen, kan niet worden ingediend omdat er te veel onzekerheid is over de PAS-regelgeving. “Adviseurs raden me aan om af te wachten tot er meer duidelijkheid is, want de kans dat we nu het deksel op onze neus krijgen, is zeer groot. Onbegrijpelijk, want nieuwe stallen zouden zowel op het vlak van dierenwelzijn, klimaatimpact als brandveiligheid een grote verbetering zijn. Met het voorlopige PAS-kader zou een nieuwbouw enkel mogelijk zijn als ik het aantal dieren verminder, maar dat is economisch niet haalbaar.” Intussen blijven de facturen voor de impactstudie die Lies liet uitvoeren wel binnenkomen. 

Geloven in beterschap

Ondanks de zware druk op haar schouders wil Lies doorzetten om haar familiebedrijf draaiende te houden. “Ik wil niet te veel van mijn familie vragen en op eigen benen kunnen staan. Anderzijds ben ik blij dat ik zo’n goed sociaal netwerk van vrienden en familie heb die de situatie begrijpen en waar ik altijd terechtkan voor een goed gesprek”, zegt Lies. En ze relativeert de huidige periode. “Ons geluk mag niet alleen van de schommelende markten afhangen. De financiële situatie van het bedrijf is momenteel barslecht, maar ik besef hoeveel geluk Niels en ik hebben met ons zoontje Vic en een tweede kindje dat onderweg is. Ik wil heel graag blijven geloven dat alles weer goedkomt.”
 

Lies Bernaerts