Melissa Sentobin

“Ik heb nu zicht op het bredere plaatje”

Als boerendochter met een diploma ergotherapie, leek het misschien niet of Melissa meteen met de laarzen aan op het veld zou gaan staan. Maar de liefde voor de sector kwam bovendrijven en intussen is ze aan de slag als tuinbouwleidster bij vzw De Lochting. Praktijkervaring had ze dus al heel veel, maar achtergrondkennis over de sector en het economische plaatje waren haar veel minder bekend. Tot ze in het najaar van 2023 met twee voeten in de starterscursus sprong. Met succes, want eind mei slaagde ze voor haar installatieproeven.

“Ik ben vorig jaar in het najaar gestart en heb gekozen voor het meest intensieve traject dat mogelijk was”, vertelt Melissa. “Ik volgde de starterscursus type A als dagcursus, dus telkens tijdens de schoolvakantie. Ik ben dan al snel aan mijn stage begonnen en in het voorjaar van dit jaar aan de starterscursus type B met optie groenteteelt. Dat in combinatie met mijn job maakte het heel pittig, maar het is dus wel haalbaar. Wat voor mij een groot voordeel was, is dat alle kennis nog fris in mijn hoofd zat. En ook: de wetgeving verandert nog wel eens, maar doordat ik op zo’n korte tijd de volledige opleiding heb doorlopen, kwam ik op dat vlak ook niet voor verrassingen te staan.”

Melissa Sentobin

"Je kan veel leren uit de verplichte stage."

Melissa Sentobin

afgestudeerd aan de starterscursus

Doen wat je graag doet

“Mijn ouders hebben een traditioneel gemengd landbouwbedrijf. Zelf werk ik voor De Lochting, een biologisch bedrijf binnen de sociale economie. Zij hebben onder andere een groendienst, een afdeling voor verwerking en ook verpakking, maar dus ook een landbouwtak. Ik werk voor De Lochteniers, een dochterbedrijf van De Lochting. Door de jaren zijn wij heel sterk gegroeid. De vraag naar bio werd groter en in totaal zijn er nu vijf serres, goed voor zo’n 5 ha op verschillende locaties en vollevelds 50 ha. Ik ben verantwoordelijk voor een van de serres en ik leid de champignonteelt, een nieuwe teelt voor De Lochting.”

“Ik werk voor De Lochting, maar ik werk nog meer mét De Lochting. Met heel veel inzet en enthousiasme. Ik doe net zo goed mijn best als was het voor mezelf. Na mijn opleiding heb ik even in de zorgsector gewerkt, maar daar voelde ik toch niet de voldoening die ik had verwacht. Vroeger hielp ik wel altijd mee op het ouderlijk bedrijf, met de tractor rijden vond ik heel leuk, maar ik had nooit echt het plan om in de sector aan de slag te gaan. Ik zag hoe hard mijn ouders moesten werken om hun centen te verdienen. Bovendien hebben zij nooit die verwachting naar mij geuit. Ze zouden mij ongetwijfeld wel gesteund hebben mocht ik in het bedrijf willen stappen, maar ze hebben het nooit echt gestimuleerd.”

“Toen ik zes jaar geleden hier gestart ben, vond ik hier helemaal mijn ding. Je werkt met mensen en met de natuur. Er moet hier hard gewerkt worden, maar ik wil er wel voor zorgen dat het ook aangenaam is. Of ik op termijn het ouderlijk bedrijf wil overnemen, weet ik nog niet. Enerzijds is dat nooit mijn ambitie geweest. Anderzijds zou het wel heel jammer zijn als het bedrijf ophoudt te bestaan wanneer mijn ouders met pensioen gaan. In mijn hart zou ik het bedrijf heel graag verderzetten, maar mijn hoofd zegt momenteel: blijf bij je huidige job. Nu doe ik tenslotte ook iets wat ik graag doe, en met de zekerheid van een vast inkomen, ook wanneer de oogst minder goed is.”
 

Lees verder onder de video.

Meer dan hard werken

“Ik ben opgegroeid op een boerderij, dat zit erin, maar ik had geen theoretische kennis. Ook hier voelde ik toch dat ik het totale plaatje soms miste. Als vrouw in wat toch vaak een mannenwereld is, moet je er echt wel staan. Dus ik vond het niet slecht om extra kennis op te doen. En dat heb ik in de starterscursus meegekregen. Met name bedrijfseconomisch stond ik niet zo sterk. Dat heb ik ook van thuis uit niet mee gekregen. ‘Met hard werken gaan we er komen', is een manier van denken die bij veel boeren toch nog leeft. Maar de jonge generatie kan zo niet meer boeren. Ik begrijp dankzij de starterscursus meer van de economische cijfers, op dat vlak vind ik het zeker een aanrader.”

“Ook de bedrijfsbezoeken in de B-cursus zijn een aanrader. Je komt op veel verschillende bedrijven en maakt kennis met gedreven boeren. Vooral interessant vond ik het bezoek aan een al wat oudere landbouwer die ons toonde dat je niet groot moet zijn om het goed te hebben.”

“En dan is er natuurlijk de stage. Ik heb die gedaan in het champignonbedrijf waar we momenteel heel nauw mee samenwerken’. Dat is een win-win. Ik ken nu het werk en het bedrijf. Het is ook goed dat je je verplicht twintig dagen moet onderdompelen. Als zoiets niet moet, doe je het niet. Het is altijd druk, er komt altijd wel iets tussen. Maar uiteindelijk zijn het ook ‘maar’ twintig dagen en je kan er heel veel uit leren, stelen met je ogen en het dan toepassen in de dagelijkse praktijk.”

“Tijdens de starterscursus type A zit je samen met mensen die soms uit andere sectoren komen. Ik vond het interessant om te horen waarom zij de opleiding volgden. Ik haalde daar ook veel energie uit. Je zit daar tussen allemaal mensen met goesting voor de stiel. De landbouw komt wel eens negatief in beeld, in die mate dat je misschien soms denkt: ‘wie wil er nu nog boeren?’ Het is fijn om kennis te maken met gemotiveerde mensen die er nog aan willen beginnen.
 

Bedrijfsfiche

Melissa Sentobin (28)
Groenteteelt
Locatie: Moorslede (West-Vlaanderen)