Menu

Hoeveel steeg het rendement in 2020 voor de zoogveehouder?

Terug naar Actualiteit
Sector: 
De betere prijsvorming voor rundvlees was in 2020 vooral te merken bij de categorie stieren. Een duidelijke inkrimping van de veestapel en het toegenomen thuisverbruik tijdens de coronacrisis zorgden vanaf juni voor een kentering in de prijzen. Eindelijk wat hoop voor de vleesveehouder … Maar we moeten de vreugde toch enigszins temperen, want ook de kosten stegen in 2020.

Dirk Audenaert, landbouwconsulent Boerenbond

We gaan in de focus-boekhoudingen op zoek naar de factoren die het inkomen bepaalden in het voorbije jaar.

Eindelijk hogere inkomsten!

We gaan dieper in op de bedrijfseconomische resultaten van een vaste groep zoogveebedrijven. Dit zijn gesloten bedrijven met witblauwe runderen die zowel de stieren als de koeien op het bedrijf afmesten. Op basis van deze cijfers kunnen we een goed beeld krijgen hoe het inkomen over de diverse jaren evolueerde. Let wel, traditioneel zijn de cijfers van deze bedrijven  beter dan het totale gemiddelde van de sector. De voorbije jaren zagen we dat de rentabiliteit op bedrijven die niet afmesten een stuk lager lag. Voor veel zoogveebedrijven zijn de cijfers in de tabellen dan ook de na te streven waarden.

Eerst het goede nieuws. De betere prijsvorming voor de stieren zorgt voor een prijsstijging van 0,5 euro/kg geslacht gewicht gedurende het jaar 2020. Maar deze stijging zette zich pas door in de maand juni, zodat deze meerwaarde enkel vast te stellen is bij de stieren die in de tweede jaarhelft werden verkocht. Het voorlopig gemiddelde komt daardoor slechts uit op een prijsstijging van 0,22 euro/kg geslacht over alle verkochte stieren in 2020. Bij een geslacht gewicht van 500 kg betekent dit een meerprijs van 110 euro. We merken dat het gemiddelde aflevergewicht in 2020 iets hoger lag dan de vorige jaren. Bij betere prijzen is het te verantwoorden om een iets hoger gewicht na te streven of is een ander afzetkanaal aan de orde. De lagere karkasgroei (een cijfer op basis van IVB-gegevens) is hierdoor te verklaren. Mogelijk had de warme zomer ook een effect op de gemiddelde karkasgroei.

Bij de koeien zien we een minder uitgesproken prijsstijging (slechts 0,13 euro/kg levend). Maar wel blijkt dat de technische kengetallen nog steeds verbeteren. De leeftijd bij de eerste kalving blijft prima op een gemiddeld cijfer van 25 maanden. Steeds wordt gestreefd naar een voldoende hoog vervangingspercentage en bijgevolg een voldoende jonge leeftijd van de opgeruimde koeien. Dit kan alleen als de vruchtbaarheid goed zit en het aantal verliesdagen beperkt wordt (de periode waarin de koeien leeg op het bedrijf lopen, alvorens ze af te mesten). De gemiddelde leeftijd van de reforme koeien was 48 maanden, wat een prima cijfer is. Als je dan het bijbehorende aflevergewicht van 850 kg levend in rekening brengt, weet je dat de groei steeds op niveau was. Een cijfer dat je op basis van de IVB-gegevens in rekening kan brengen is de karkasgroei van de koeien. Meer dan 350 gram karkasgroei per dag is bij de koeien een prima cijfer. Bedrijven met een beter rendement maken nogal eens het verschil in de afzet van de koeien.

Hogere kosten: elk jaar opnieuw!

De keerzijde van de medaille van 2020 is evenwel dat de kostprijs ook verder is gestegen. Bij de voederkosten stegen de kostprijs van het krachtvoer en van het ruwvoeder:

  • De hogere ruwvoederkosten per zoogkoe zijn vooral te verklaren door de lagere ruwvoederopbrengsten van de voorbije droge zomers. De voorraad aan graskuil is momenteel bijzonder laag op heel wat bedrijven. Het is een enorme uitdaging om met de huidige bemestingsnormen voldoende kwalitatief gras te produceren. Enerzijds zijn er de lagere opbrengsten, maar anderzijds ook de voortdurend stijgende kostprijs per hectare ruwvoeder (pacht, bemesting, fyto, zaaigoed, loonwerk …).
  • De hogere krachtvoerkosten per zoogkoe vinden hun oorzaak in de gestegen prijs van het krachtvoer. Uit de gegevens van 2020 komt een gemiddelde meerkost van 10 euro/ton krachtvoer. Dit cijfer valt nog mee in vergelijking met de prijsstijging van de sojaprijzen in het afgelopen jaar.

Opmerkelijk is het toegenomen cijfer van sterfte en doodgeboren kalveren in 2020. Het totaalcijfer (12,1%) ligt duidelijk boven het cijfer van de vorige jaren. De hitteperiode in de zomer zorgt voor iets meer te vroeg geboren kalveren (vanaf 7 maanden dracht) en sterfte bij de jonge kalveren. Uitval bij oudere dieren zorgt ook voor een behoorlijke impact op het totale inkomen.

Inkomen terug op niveau van 5 jaar geleden

Het eindresultaat van de meeropbrengst en meeronkosten zorgt voor een inkomen dat in 2020 zelfs nog iets onder het niveau van 2015 zit. Er is dus helemaal geen reden tot euforie. De evolutie van de steeds stijgende kosten werd tussen 2015 en 2019 helemaal niet gecompenseerd door betere prijzen. In tabel 3 zie je de evolutie van opbrengsten, kosten en het inkomen, relatief ten opzichte van 2015 (2015 = 100). Het arbeidsinkomen per zoogkoe daalde tot een dieptepunt in 2019. Het herstel van de prijzen vanaf juni vorig jaar zorgde eigenlijk voor een compensatie, waardoor terug een saldo en arbeidsinkomen per zoogkoe kon worden voorgelegd dat evenwaardig is aan dat van 2015.

Besluit

Het blijft in de zoogveehouderij niet eenvoudig om mooie inkomens voor te leggen. Alleen de betere bedrijven slagen erin om positieve arbeidsinkomens en saldo’s in de buurt van 1000 euro per zoogkoe te behalen. Maar de verbeterde prijsvorming zorgt alvast voor wat extra moed in 2021. Dat in 2020 de zoogkoepremie zorgde voor 70% van het arbeidsinkomen bij de geselecteerde groep bedrijven, blijft natuurlijk een aandachtspunt. Bij dit prijsniveau blijft de zoogkoepremie nog steeds een belangrijke ondersteuning.

Met een focus-boekhouding krijg je zicht op jouw cijfers. Kennis is de basis om verdere stappen te zetten. Voor overleg met collega’s in een bedrijfsleidersgroep kan je de contactgegevens van onze consulenten vinden op www.boerenbond.be/focus.

Meer informatie

Sector: