In dit artikel gaan we dieper in op de emissiereductie-inspanning, die verwacht wordt van de veeteeltbedrijven.

Wat zegt het stikstofdecreet?

Emissieplafond op bedrijfsniveau. In het stikstofdecreet is opgenomen dat voor elke Vlaamse varkens-, rundvee- of pluimveehouderij een zogenaamde ‘PAS-referentie 2030’ bepaald wordt (op niveau van IIOA, op locatieniveau zeg maar). Die PAS-referentie 2030 is de maximale ammoniakuitstoot die er na 31 december 2030 nog mag plaatsvinden. Het is dus een emissieplafond op bedrijfsniveau. De PAS-referentie wordt voor elk bedrijf bepaald, ongeacht de impactscore of ongeacht de looptijd van de huidige vergunning.

Berekening van de PAS-referentie. Bij de berekening van de hoogte van dat emissieplafond start men van de emissiesituatie zoals die in 2021 op het bedrijf was. Men gaat hier echter niet uit van de vergunde situatie, maar wel van de reële ammoniakuitstoot. Deze moet worden berekend op basis van de gemiddelde veebezetting in 2021, zoals opgenomen in de Mestbankaangifte. Op basis van die emissietoestand in 2021 wordt op bedrijfsniveau de reductie-opgave bepaald door hierop de ‘generieke maatregelen’ toe te passen.

Generieke maatregelen. Wat je reductie-opgave is, is afhankelijk van de diercategorieën die op het bedrijf aanwezig zijn. Zo geldt voor varkens en pluimvee dat de emissie uit 2021 die afkomstig was van dieren uit niet-ammoniakemissiearme stallen met 60% gereduceerd moet worden. Bij melkvee is het zo dat de emissie met 25% moet zakken, voor mestkalveren geldt 28%. Van vleesvee wordt geen reductie verwacht, de emissie mag echter ook niet stijgen. Deze reductie-opgave wordt van de referentiesituatie in 2021 afgetrokken. Wat overblijft is de PAS-referentie 2030. Uiterlijk eind 2030 mag in principe geen enkel bedrijf nog méér ammoniak uitstoten dan zijn PAS-referentie 2030 toelaat.

Bijzonderheden voor rundvee. Voor rundvee zijn er in het stikstofdecreet nog twee bijzonderheden. Een eerste element is de 5%-maatregel. Het decreet stelt namelijk dat elk rundveebedrijf tegen uiterlijk eind 2025 een emissiereducerende maatregel moet toepassen met een minimaal rendement van 5%. Naast die tussentijdse reductie-opgave op bedrijfsniveau, schrijft het stikstofdecreet voor de rundveesector ook een tussentijds evaluatiemoment voor op sectorniveau. Zo moet in 2026 geëvalueerd worden of de emissie uit de melkveesector al met 12,5% gedaald is, of de emissie uit de kalversector al met 14% zakte, en of de vleesvee-emissie niet gestegen is ten opzichte van 2021. Is dat niet het geval, dan kan de VLM overgaan tot een opkoop van NER én kunnen de reductiepercentages van de generieke maatregelen aangepast worden. Dit betekent dus dat de evolutie van de emissie op sectorniveau invloed kan hebben op de taakstelling op bedrijfsniveau.

Vergunning in orde stellen. Elk bedrijf zal uiterlijk tegen september 2029 zijn vergunning in overeenstemming moeten brengen met de PAS-referentie 2030. Élk bedrijf, dus ook bedrijven die beschikken over een vergunning met een looptijd tot na 2030, of zelfs een vergunning van onbepaalde duur. Dit kan via een melding als je ervoor kiest om je emissies te laten zakken, enkel en alleen door het aantal dierplaatsen in je vergunning aan te passen. Wil je je reductie bekomen door een techniek of maatregel toe te passen (al dan niet in combinatie met het verminderen van dierplaatsen), dan zal je een volledige vergunningsprocedure moeten doorlopen. Je vergunning als rundveebedrijf in regel stellen met de 5%-maatregel kan steeds via een meldingsprocedure, ook als het gaat om het toepassen van technieken en maatregelen. Naar aanleiding van het boerenprotest heeft de regering wel beloofd de vergunningsprocedure eenvoudiger te maken voor bedrijven die zich in orde willen stellen met hun emissieplafond.

Wat vindt Boerenbond?

Korting ten opzichte van huidige vergunning

Zoals je net kon lezen, gaat men bij de berekening van de PAS-referentie 2030 niet uit van de vergunde situatie, maar wel van de gemiddelde veebezetting in 2021. Aangezien die reële gemiddelde veebezetting bijna per definitie lager moet zijn dan je vergunde bezetting, zal de PAS-referentie voor bijna alle bedrijven lager liggen dan de huidige vergunde situatie. Enkel wanneer je veebezetting exact gelijk was aan je vergund aantal dierplaatsen (of hoger was, waardoor je bij de berekening altijd wordt afgetopt op je vergund aantal dierplaatsen) kan je nieuw emissieplafond je vergunde ammoniakemissie evenaren. Door niet de vergunde situatie maar wel de reële emissie van 2021 als uitgangspunt te nemen van de PAS-referentie 2030-berekening, resulteert deze aanpak dus voor quasi elke Vlaamse veehouderij een korting van de vergunning. Het betekent bovendien ook dat bedrijven waarvan je op basis van de generieke maatregelen zou denken dat ze geen reductieopgave hebben, toch een reductietaakstelling kunnen hebben. Zo moet een varkensbedrijf met enkel AEA-stallen toch nog bijkomende inspanningen moet doen wanneer de gemiddelde veebezetting in 2021 lager was dan de vergunde situatie.

Digitale masterclass

Benieuwd wat er bijvoorbeeld van mestverwerkers of geitenhouderijen verwacht wordt? En wat met gemengde bedrijven, en bedrijven met een kleine impact? Kom het te weten in onze masterclass stikstofdecreet op www.boerenbond.be/masterclass!