Menu

Hoe duurzamer, hoe beter?

Terug naar Actualiteit
Thema: 
De focus van Europa lijkt door de jaren heen verschoven te zijn van vrede en voedselzekerheid naar meer duurzaamheid. De Green Deal is daar een goed voorbeeld van. Maar vanwaar komt die motivatie en hoe groot is de impact? VRT-journalist Rob Heirbaut geeft graag een antwoord op onze vragen. Wil je meer weten over Europa en landbouw? We maakten een overzicht op onze website.

Nele Kempeneers

Hoewel we allemaal weten dat Europa een belangrijke rol speelt in onze maatschappij, blijft het vaak toch een ver-van-mijn-bedshow. En toch heeft Europa vaak een grotere invloed dan we denken, zeker als het over landbouw gaat. We vonden VRT-journalist Rob Heirbaut bereid om te antwoorden op onze vragen over de doelen die de Europese Unie stelt en hoe ze die wil bereiken.

Hoe is jouw interesse voor Europa gegroeid?

“Europees recht was tijdens mijn rechtenstudie altijd mijn favoriete vak. In 1993 ging ik aan de slag bij de nieuwsdienst van de openbare omroep, nu VRT-Nieuws. Toen ik in 2002 de kans kreeg om me volledig toe te spitsen op Europese berichtgeving, heb ik die kans met beide handen gegrepen.”

Begrijp je dat Europa veel mensen maar matig interesseert?

“Dat snap ik zeker, maar toch is het Europese beleidsniveau erg interessant. Europa denkt vaak veel verder vooruit dan de nationale politiek. Je kan in de Europese beslissingen echt een lijn naar de toekomst trekken. Die maatregelen gelden voor 27 landen, wat ervoor zorgt dat de impact groot is. Toen Europa bijvoorbeeld een verbod op plastic rietjes invoerde, werd dat besluit in de hele Europese Unie toegepast, en dat is toch een mooie verwezenlijking. Het nadeel is dat Europese beslissingen vaak pas na lange tijd voelbaar worden. Landen krijgen immers meestal 4 of 5 jaar de tijd om een richtlijn om te zetten in eigen wetten. Tegen dat die wet nationaal van kracht is, zijn we vaak al vergeten dat de originele richtlijn al lange tijd geleden door Europa werd ingevoerd.”

Heb je enig idee hoeveel van onze federale of Vlaamse wetten gebaseerd zijn op Europese richtlijnen?

“Dat is heel moeilijk te zeggen en hangt ook af van hoe eng je dat interpreteert. Sommigen zeggen 70% à 80%, anderen zijn het daar niet mee eens. Het is in Belgische wetteksten vaak ook niet terug te vinden dat ze op Europese wetgeving gebaseerd zijn. Maar dat de invloed groot is, valt niet te ontkennen. Wanneer België bijvoorbeeld beslist om in te zetten op elektrische bedrijfswagens is dat een federale wet, maar ze is wel een uitvloeisel van de duurzaamheidsdoelstellingen van Europa.”

Hoe komt het dat landbouwbeleid zo belangrijk is binnen het Europese beleid?

“De allereerste prioriteit van Europa was om zelfvoorzienend te zijn op het vlak van voeding. Dat was een effect van de Tweede Wereldoorlog. Landen als Frankrijk hebben er indertijd op aangedrongen om het landbouwbeleid volledig door Europa te laten financieren. Dat is de reden waarom landbouwers hun subsidie van Europa krijgen en niet van de federale of Vlaamse overheid. Met die subsidies wil Europa de landbouwsector ondersteunen en vermijden dat er ooit een Europees voedseltekort zou komen. Landbouw is de enige sector die rechtstreeks verankerd zit in de Europese begroting, ze maakt er zelfs 40% van uit. Het is dus verkeerd om te denken dat Europa een enorm budget uittrekt voor landbouw, ten nadele van andere sectoren. Andere sectoren worden eveneens gesubsidieerd, maar zij kunnen vooral rekenen op het federale of Vlaamse niveau.”

Klopt het dat de focus van Europa is verschoven van voedselzekerheid naar duurzaamheid?

“Het klopt dat er een nieuwe wind waait. De productiezekerheid die Europa in zijn beginjaren wilde bereiken heeft ook negatieve gevolgen gehad. Landbouwers werden gesubsidieerd op basis van hun productie, wat uiteraard voor overproductie zorgde. De boterberg, wijnzee en melkplas waren hier het gevolg van. In de jaren 90 wilde Europa dit probleem aanpakken en werd het landbouwbeleid aangepast. Geleidelijk aan is er ook meer milieubewustzijn in de Europese agenda en dus ook in het landbouwbeleid geslopen. De groene beweging maakte zijn opwachting en stelde allerlei eisen. Maar ook voedselveiligheid, dierenwelzijn, gewasbescherming en grootschalige landbouw werden soms in vraag gesteld. De laatste jaren kunnen we ook de bezorgdheid om het klimaat aan dat lijstje toevoegen. En ook dat weerspiegelt zich in de weg die Europa uitstippelt.”

Is de Green Deal het gevolg van al die bezorgdheden?

“In de Green Deal wil Europa een antwoord bieden aan die vele bekommernissen die steeds meer lijken te leven in de samenleving. Het is een gigantisch pakket aan maatregelen en heel wat sectoren worden erin benoemd. Landbouw is daar een van, maar bijvoorbeeld transport en industrie krijgen een takenpakket. Het is wel zo dat landbouw de sector is waar Europa het meest vat op heeft, want ze beheert het landbouwbudget zelf. Dat betekent dat ze voorwaarden kan koppelen aan de subsidies die Europese boeren krijgen. Die strategie is al lange tijd bekend bij landbouwers. Ik denk dan aan vergroeningsmaatregelen, subsidies op duurzame investeringen … Met de Green Deal gaat Europa nog een stapje verder. De inspanningen die vanuit landbouw verwacht worden heeft Europa samengebracht onder de naam ‘Farm to fork’.”

Is Europa echt wereldwijd de koploper op het vlak van duurzaamheidsinspanningen of lijkt dat maar zo?

“Het klopt dat de Europese Unie hierin het voortouw neemt. We zijn de eersten die met duurzaamheidsdoelstellingen zijn gekomen. In 2008 was er de doelstelling van 20% CO2-reductie, die is ook gehaald. Nu kijkt men naar 2050 om volledig klimaatneutraal te zijn, en elke lidstaat wordt verwacht om inspanningen te leveren. Recent liet ook China weten dat het ernaar streeft klimaatneutraal te worden, maar dan in 2060. In de Verenigde Staten is het verhaal heel anders, want president Trump heeft zijn land teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs. Dat wil niet zeggen dat het land niets doet op het vlak van duurzaamheid en klimaatbescherming, maar het is er momenteel zeker geen prioriteit. Europa werkt met een systeem van handel in emissierechten. Bedrijven betalen om CO2 te mogen uitstoten en kunnen die rechten ook doorverkopen. Het is een mogelijkheid dat dit systeem wereldwijd aan elkaar wordt gekoppeld. Wat daarvan de gevolgen zijn, is een vraagteken. Landen als China kunnen natuurlijk veel daadkrachtiger optreden dan Europa. China wordt geleid door één partij en haar wil is wet. Er is geen oppositie, geen actiegroepen of sociaal overleg. Europa is logger, maar wel democratisch.”

Zijn die doelstellingen wel haalbaar, zeker nu er een economische crisis boven ons hoofd hangt?

“Uiteraard is het goedkoper om gewoon op de huidige manier te blijven produceren, maar dat is op lange termijn misschien niet de beste keuze. Men wil van deze crisis een opportuniteit maken en van de heropbouw van de economie gebruik maken om deze anders vorm te geven. Europa heeft 750 miljard euro voorzien in haar coronaherstelfonds. Er werd vastgelegd dat een deel daarvan moet gaan naar een duurzaam herstel van de economie. Dat kan best een interessante piste zijn, want op die manier kan Europa de eerste zijn die klimaatneutrale producten maakt. Wie weet kunnen we die of de technologie erachter uitvoeren en onze concurrentiepositie in de wereld versterken.”

Hoe zal Europa erop toezien dat elk land de duurzaamheidsdoelstellingen kan waarmaken?

“Men kijkt eerst en vooral naar wat men met Europa in zijn geheel wil bereiken. Er wordt rekening gehouden met nationale eigenschappen. Polen bijvoorbeeld voor haar energievoorziening erg afhankelijk van steenkool, een van de meest vervuilende industrieën die er bestaan. Polen geeft sterk aan dat een volledige energietransitie zeer duur wordt en vraagt Europese steun. Europa voorziet daarom een rechtvaardig transitiefonds dat ervoor moet zorgen dat ook landen die nog een zeer lange weg af te leggen hebben, aan de omschakeling kunnen beginnen. België zal bijvoorbeeld vooral de nadruk leggen op het feit dat we een zeer dichtbevolkt land zijn en de druk op open ruimte al zeer groot is. Ook doen heel wat van onze sectoren het al heel goed wat het terugdringen van broeikasgas betreft, denk maar aan de chemische industrie maar ook landbouw zette al heel wat stappen in de goede richting.”

De doelstellingen zijn in principe voor elk Europees land hetzelfde, maar geldt dat ook voor de handhaving?

“De regel is inderdaad voor iedereen hetzelfde, maar handhaving is geen Europese bevoegdheid, dat organiseert elk land zelf. En dat zorgt soms inderdaad voor problemen. Het is niet ondenkbaar dat onze inspectiediensten beter functioneren dan in andere landen. Het is niet enkel een bezorgdheid van landbouwers, maar bijvoorbeeld ook van de transportsector. Valse bedrijfszetels, massale overtredingen van de rij- en rusttijden … Een te groot verschil in opvolging en sanctionering werkt concurrentievervalsing in de hand. Je kan als land wel een klacht indienen bij de Europese Commissie. Indien er sprake is van een overtreding of bijvoorbeeld protectionistische maatregelen worden toegepast, grijpt Europa in. Zo was er bijvoorbeeld onlangs een zaak waarbij Frankrijk werd aangeklaagd voor het feit dat het een label op de markt bracht voor zuivel van Franse koeien, wat voor een prijsnadeel zorgde voor melk afkomstig uit België. Belgische melk is immers kwalitatief niet ondergeschikt aan Franse.”

Is het wenselijk om de beste leerling van de klas te zijn als we producten van lagere kwaliteit en prijs blijven importeren?

“Die bezorgdheid om internationale handel en de bijbehorende verdragen dringt meer en meer door op nationaal niveau, en terecht. Je ziet wat er gebeurt met het Mercosur-handelsverdrag: het draagvlak brokkelt af. Maar je mag niet vergeten dat Europa moet rekening houden met heel veel verschillende visies. Scandinavische landen en Nederland zijn bijvoorbeeld grote voorstander van vrijhandel en nemen genoegen met minimale kwaliteitsgaranties, andere willen meer bescherming. Een handelsakkoord werkt in twee richtingen en een belangrijk deel van de Belgische economie is gebaseerd op export, ook daarmee moet rekening worden gehouden. Het is vaak veel genuanceerder dan simpelweg hoge kwaliteit uitvoeren en minderwaardige producten invoeren. Je mag niet vergeten dat Europa ook producten afzet in derdewereldlanden aan prijzen waarmee lokale producenten niet altijd kunnen concurreren. Het mes van wereldhandel snijdt aan twee kanten. Maar de coronacrisis heeft ook een andere bezorgdheid gevoed: de Europese strategische autonomie. We kunnen niet meer rekenen op onbetrouwbare handelspartners, denk bijvoorbeeld aan een lading mondmaskers die niet voldoet. Gek genoeg wordt landbouw hier vaak vergeten als essentieel, terwijl voedselproductie strategisch zeer belangrijk is. Het is de basis van een mensenleven. Om een lang verhaal kort te maken: de trend naar verduurzaming is een feit, maar we zijn er nog niet. Wat de Belgische landbouwsector betreft, zijn de uitdagingen reëel maar niet onoverkomelijk. Landbouwers zijn ondernemers die zien wat er beweegt in de maatschappij. Opportuniteiten zien en daarop inzetten, dat is hun sterkte. ”

Meer informatie

Thema: