Menu

Het verhaal achter het herstelbeleid

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Hoe komen we de coronacrisis te boven? Niet enkel het economische, ook het sociale leven is ontwricht. Hoe ziet een herstelplan eruit voor een crisis die nog niet helemaal bezworen is? Alle ogen zijn de komende dagen gericht op het Europees herstelplan.

Jacques Van Outryve / Illustratie : Joris Snaet

In wezen is dat slechts het topje van de ijsberg dat weliswaar in de kijker loopt. Er is meer. Wij gaan op zoek naar het verhaal achter het herstelbeleid. In een volgende bijdrage zoomen we in op het groene randje van het herstelbeleid en de positie van de landbouw- en de voedingssector.

Als alles naar wens verloopt komen volgende week (17 en 18 juli) de Europese staatshoofden en/of regeringsleiders in levende lijve in Brussel bijeen. Gedaan met videoconferenties waarbij niemand het achterste van zijn tong laat zien omdat men niet wie er allemaal meekijkt of -luistert. Een Europese Raad die tot beslissing wil komen heeft nood aan een diner, persoonlijk contact, gesnuffel en geknuffel en een onderonsje in de marge. Europa staat immers voor een immense opdracht. Trouwens, hoe groot is het lek dat de coronacrisis in de Europese economie en de welvaart van Europese burgers heeft geslagen? Kan dat lek op korte termijn worden gedicht? We vragen het aan Pieter Verhelst, lid van het Hoofdbestuur van Boerenbond en regent van de Nationale Bank. Hij volgt het macro-economisch beleid en dus het herstelbeleid op de voet.

Gevleugelde Griekse godin

Pieter Verhelst: “Bij aanvang van de crisis ging men uit van een diepe terugval van de economie gevolgd door een snel en volledig herstel, een zogenaamde V-curve. De jongste inschattingen spreken van een diepere terugval dan aanvankelijk verwacht en wijzen op een onvolledig herstel over meerdere jaren. Het heeft meer van het spiegelbeeld van een vierkantswortel dan van een V-curve. Beter nog van een ‘swoosh’.”

Een swoosh is het merkteken van de sportschoenenfabrikant Nike. Het logo is een eenvoudige vloeiende vleugelvorm die verwijst naar Nikè, de gevleugelde Griekse godin van de overwinning.

“De Europese Unie (EU) verwacht voor 2020 een gemiddelde terugval van het bruto nationaal product (BNP) van 8%. Volgend jaar zou naar verluidt reeds een flink herstel van 6% kunnen plaatsvinden, maar ruim onvoldoende om het verlies dan al goed te maken. Voor België is de terugval kleiner dan het EU-gemiddelde. Het herstel zal trager verlopen. Dat hebben we ook in de bankencrisis gekend. Het heeft met de specificiteit van ons land te maken. Het Belgische socio-economische systeem en zijn macro-economische stabilisatoren zorgen ervoor dat ons BNP in crisissituaties minder abrupt zakt maar het herstel vertraagd verloopt. In de kering moeten we niet per se onderdoen voor de koplopers inzake herstel, en dat is wat telt.”

Het koortsachtig becijferen van de impact van de crisis heeft zijn waarde maar, volgens Verhelst, is het voor de buitenwacht ook zonder cijfers duidelijk: dit is een uitzonderlijk snelle en diepe crisis en het wordt niet zo snel terug als voorheen. Het herstel zal trager verlopen dan verwacht. Het Federaal Planbureau spreekt over een herstelperiode van vijf jaar.

“We hebben zelf ervaren hoe snel productie, logistiek en consumptie en bij uitbreiding het dagelijks leven zo goed als stilvielen, behalve voor essentiële producten en diensten. We hebben zelf ervaren dat de heropstart langer op zich liet wachten dan we dachten. We ervaren zelf hoe snel we de draad weer oppakken. We beseffen ook dat het zeker nog niet is als voorheen en dat dat nog een hele tijd zo zal zijn. Als je dat schematisch uittekent, kom je uit bij die ‘swoosh’. En dan hebben we het nog niet over een mogelijke nieuwe golf van uitbraak van het coronavirus die nog flink wat rimpeling in die swoosh kan veroorzaken.”

Er zijn ervaringen uit het verleden. Hoe is men met voorgaande zware crisissen omgegaan?

“Deze crisis is moeilijk te vergelijken met voorgaande zware crisissen, dus oplossingen ook. Dit is geen massieve bubbel die ontploft en banken of een hele wereldeconomie met zich meesleurt zoals in de jaren dertig. Het is ook geen oorlogscrisis want het productieapparaat is ongeschonden gebleven en het consumptiepotentieel is tot nader order weinig aangetast. Elk herstel is uiteindelijk gericht op het terug vlot trekken van de productie- en consumptiecyclus die de economie doet draaien. Risicokapitaal moet terug productief worden om mensen aan het werk te krijgen die met hun loon consumeren en op hun beurt de vraag aanzwengelen. In de jaren dertig en na de Tweede Wereldoorlog was het vertrouwen en de capaciteit langs productie- en consumptiezijde helemaal zoek of vernietigd en kwam de overheid massief in de markt als producent én consument van investeringsgoederen. Denk aan de New Deal van de Amerikaanse president Roosevelt en aan het Marshallplan. Met massieve investeringen in ontbrekende of kapotgeschoten infrastructuur werd de productie op gang getrokken, de consumptie via de arbeiders op gang getrokken en uiteindelijk het zaaibed klaargemaakt voor verdere economische groei. Een economische groei die gedragen wordt door investeringen van bedrijven en consumptie van burgers.”

Verhelst merkt op dat bij de jongste bankencrisis de overheid, in tegenstelling tot de jaren dertig, sneller is tussengekomen door de banken wel te redden. Daarmee heeft ze al te grote spill overs naar de rest van de economie kunnen vermijden. Inmiddels zet de Europese Centrale Bank (ECB) in op blijvende vlotte en goedkope kredietverlening aan ondernemers, particulieren en overheden, niet zozeer om het herstel te versnellen, maar vooral om te vermijden dat te risico mijdend gedrag en te groot wantrouwen bij kredietverstrekkers te grote groepen ondernemers, particulieren en overheden zonder middelen zou zetten. Dit met alle gevolgen van dien voor de economie. De bankencrisis was dan ook en vooral een vertrouwenscrisis in het bancaire systeem, een cruciaal vliegwiel van de economische motor.

Zitten we momenteel in een recessie?

“Formeel kunnen we nog niet van een recessie spreken want we hebben nog geen twee opeenvolgende kwartalen met negatieve groeicijfers gehad. Maar de verwachtingen zijn duidelijk. Algemeen tekent zich een diepe recessie af, maar geen langdurige depressie zoals in de jaren dertig.”

Hoe komt het dat de beurzen positief draaien? Is dat een goed teken of moeten we ons straks nog aan een beurscrash verwachten?

“Beurzen lopen voor op de realiteit. Ze lijken erop te vertrouwen dat het uiteindelijk terug goed komt en wellicht ook sneller dan in hun ergste nachtmerries bij het begin van de crisis het geval was. In het begin van de crisis gingen ze wel diep in het rood. Wellicht overcorrigeren ze nu wat. De eerste kwartaalcijfers vielen nogal mee, logisch ook. De crisis heeft uiteindelijk slechts ingehakt op het staartje van het eerste kwartaal. Er staan ons nog dieprode cijfers te wachten voor het tweede kwartaal. En wellicht nog een faillissementengolf in het najaar. Daar zal de beurs niet enthousiast van worden. Ook mogelijke volgende golven van virusuitbraak zullen nog voor deining zorgen. Maar fundamenteel is het vertrouwen er dat we hier macro-economisch vrij goed zullen doorkomen. Dat weerspiegelt zich in deze beurskoersen. Het systeem is niet gecrasht en het vertrouwen is er dat het dat ook niet meer fundamenteel zal doen.”.

Het is geen crisis als een ander. Dus ook geen herstelbeleid als een ander?

“Deze crisis is enig in haar soort. Er was geen voorgaande oververhitting van de economie. Er zijn geen bubbels opengespat. De banken zijn dankzij de maatregelen na de bankencrisis robuust en overeind gebleven. Er zit meer dan voldoende liquiditeit in het systeem en die blijft vlot beschikbaar. Het productieapparaat en het consumptiepotentieel zijn (nog) niet fundamenteel aangetast. Maar beide zijn wel zeer abrupt tot stilstand gekomen, wat specifiek is voor deze crisis.”

Verhelst wijst op de snelle en gepaste reacties van overheden op de crisis zoals tijdelijke werkloosheid, betalingsuitstel, compensatieregelingen, garantieregelingen, het niet uitspreken van faillissementen. Zij houden de economie draaiende met overheidsinbreng en hebben de situatie ‘de facto’ bevroren zodat er geen acute en massieve accidenten gebeuren zoals structurele consumptie- en productie-uitval. Zeker langs de productiezijde kan de situatie uiteraard niet bevroren blijven!

Hoe vang je een verloren kwartaal op?

“Een verloren kwartaal en een vertraagde heropstart vang je niet zomaar op. Er zullen ondernemingen failliet gaan en er zullen consumenten achterblijven met een flink verminderde koopkracht. Deze terugval is onvermijdelijk want die blijven tegenhouden met de tijdelijke maatregelen die genomen zijn, is onbetaalbaar en onverantwoord. Het is trouwens deze terugval die het aanvankelijk voorziene V-herstel fnuikt en ons in een swoosh-herstel dwingt.

Het heeft allemaal net iets te lang geduurd en het was allemaal net iets te drastisch. Dat is een vaststelling, geen beoordeling van de maatregelen. Het opschuiven van een V- naar een swoosh-herstel versterkt dan ook de vraag naar een écht relance- of herstelbeleid.”

Verhelst verwijst naar crisis- en herstelmaatregelen zoals de ‘bazooka’ van de Europese Centrale Bank, maar ook naar de federale bazooka met de bankgarantieregeling en de fiscale maatregelen zoals de Covid-carry-back. Zij zijn er in hoofdzaak op gericht geld te laten rollen, de leidingen open te houden, de doorvoer te verzekeren en zo het vertrouwen te schragen. De Europese bazooka heeft in tweede orde het effect dat er bijkomend indirect geld wordt gecreëerd en er dus ook wat extra gas wordt gegeven. De centrale bankiers houden hierbij het dashboard zeer nauwlettend in de gaten om te bepalen of ze moeten remmen of versnellen.

Bij ‘helikoptergeld’ wordt direct geld bijgecreëerd en rechtstreeks op de rekening van particulieren gestort om de consumptie aan te zwengelen of overeind te houden. Pieter Verhelst is geen voorstander.

“Zoals de situatie nu is, is dit een brug te ver. Er is vooralsnog geen brede consumptie-uitval, enkel een vertraging van consumptie vooral om logistieke redenen en vanuit enige afwachtende houding en beperkt koopkrachtverlies. Er is geen fundamenteel en breed koopkrachttekort. Dat wordt in onze context, zo nodig, massief opgevangen door tijdelijke werkloosheid, werkloosheid en leeflonen. In een context waar zo’n instrumenten minder sterk of aanwezig zijn, kom je sneller tot dit type van ingreep.”

Meer geld maakt geld minder waard. Is er geen gevaar op inflatie?

“Zolang het bijgedrukte geld een productieve besteding vindt waar vraag naar is, zal hyperinflatie uitblijven. Langs de andere kant is een zekere inflatie nodig om de motor vlot te laten draaien. Het geeft de consument de impuls om zijn aankoop niet uit te stellen want wachten maakt zijn aankoop duurder. De Europese bazooka is dus ook gericht op het creëren van een gezonde basisinflatie van dicht bij 2%. Daar geraken we voorlopig niet. Je zou ook kunnen stellen dat de motor eigenlijk vlot draait en de productie-consumptiecyclus goed in balans blijft, ook al/of net omdat er gematigd geld in het systeem wordt gepompt. We versnellen niet fundamenteel, maar vertragen ook niet structureel. De schokken onderweg worden goed opgevangen. Maar het risico bestaat steeds dat al het ‘gestuur’ en ‘geregel’ op een gegeven moment toch ontspoort richting een nieuwe bubbel, overconsumptie, te hoge inflatie … Dan zal moeten worden bijgestuurd en bij-geregeld, massief en gecoördineerd.”

Wie zal dat betalen? Wordt het een Europees herstelbeleid met een verplicht groen randje? Enkel groen of ook sociaal en economisch duurzaam? En hoe kijkt de landbouwsector tegen de herstelplannen aan?

Zin of onzin van herstelbeleid

Pieter Verhelst, lid Hoofdbestuur: Het overheidsingrijpen om de economische motor opnieuw aan de praat te krijgen heeft zeker betekenis. Of het zinvol en zijn prijs waard is, is een politiek-filosofische discussie. De economie zal altijd tot een nieuw evenwicht komen, ook zonder overheidsingrijpen. John Maynard Keynes, voorstander van overheidsingrijpen om crisissen te bezweren, zei: “In the long run we are all dead.” Het gaat er vooral over wie welke prijs betaalt en voor hoelang. Het is een vaststelling dat zelfs in zogenaamde ‘libertaire’ landen de overheid in zo’n gevallen ingrijpt. Je mag dus stellen dat er een brede consensus is dat de overheid haar rol moet spelen. Het Keynes-argument is geen blanco cheque voor ongebreideld overheidsingrijpen. Die man was wel slimmer dan dat.”

Er is een brede consensus dat de overheid haar rol moet spelen.

 

Deel deze pagina: